Henk Westbroek koestert vijanden (Algemeen Dagblad)

Hij is gezichtsbepalend voor Radio 3, dat verwoede pogingen doet oprukkende commerciële concurrenten achter zich te houden. Ook is hij horeca-ondernemer en liedjesschrijver. Tot voor kort was hij tevens columnist van het Utrechts Nieuwsblad, maar voor de massa blijft hij gewoon Henk Westbroek, zanger van Het Goede Doel, een van Neerlands succesvolste bands uit de jaren tachtig. Hierbij een hak-op-de-tak-monoloog van ‘een luie drukdoener’, waarin titels van vijf van de grootste hits van Het Goede Doel als bakens fungeren. ‘Sorry, ik ben van nature een vrolijke jongen, maar je treft me in een zwaarmoedige bui.’

Gijzelaar.
Hoogste notering in de hitparade nummer 28 op 18-8-82.

‘Ik ben een gijzelaar van mijn stemmingen. Als ik een slechte nacht heb gehad -en ik heb een kind, dus er zitten nogal wat slechte tussen- is dat de volgende dag aan mijn programma te merken. Gisteren bijvoorbeeld is op het schoolplein van mijn dochtertje iemand doodgeschoten. Al heeft ze de executie dan niet gezien, dat kind is helemaal overstuur. Er loopt een traumateam rond op school. Kortom, het is nogal wat. Zij slaapt slecht, dus slaap ik slecht. Het is niet goed, ik weet het, maar zoiets hoor je bij mij terug in de uitzending. Vanmiddag hadden mijn grapjes opeens allemaal met de dood te maken. Ik kan mijn stemmingen niet onderdrukken, kan niet zeggen: Henk nu ben je in de lucht, dus even twee uur leuk doen. Mijn stemmingen blijven me achtervolgen, houden me in hun macht. Daar staat tegenover dat ik me met het klimmen der jaren, in tegenstelling tot de massa, steeds minder een gijzelaar voel van het leven. Het is zelfs omgekeerd. Tot mijn 28e leefde ik samen met mijn vriendin van één studiebeurs. Ik voelde me destijds gegijzeld door geldgebrek. Twee jaar terug pas -ik ben was toen al 42-realiseerde ik me dat ik voor het eerst van mijn leven geen gijzelaar meer was van mijn baantjes en het daarbij horende salaris. Ik heb in mijn leven heel veel dingen gedaan die ik helemaal niet leuk vond, schreef liedjes voor mensen die ik niet eens mocht, domweg omdat ik eten en de huur moest betalen.
Dat hoeft allemaal niet meer, ik ben financieel onafhankelijk. Mijn laatste cd, die alweer jaar terug verscheen, heb ik om die reden ook Vrij genoemd. Een hele oubollige titel natuurlijk, maar het verwoordde wel mijn gevoel. Ik hoef niks meer te doen, wat ik niet leuk vind. Als ik morgen geen zin meer heb om radio te maken, stop ik. Het zou alleen betekenen dat ik niet meer naar Amerika op vakantie kan, maar naar de Ardennen. Lijkt me ook leuk. Mijn eisen in het leven zijn niet zo hoog. Ik hoef geen Ferrari voor de deur en meer dan één biefstuk kan ik per dag ook niet op. Mijn enige kostbare hobby is dat ik alleen de duurste whisky’s drink’

Vriendschap (is een illusie).
Hoogste notering in de hitparade nummer 4 op 5-2-83.

‘Ik hecht erg aan vriendschap, koester mijn vrienden. Maar mensen die mij besodemieteren, daar wordt door mij de vriendschap direct mee verbroken en nooit meer goed gemaakt. Je kunt best eens iemand pijn doen of je vergissen.
Dat overkomt mij elke dag, want ik heb nogal een grote bek. Maar als je mensen vertrouwt en daar geheimen mee deelt, moet dat door de andere kant gehonoreerd worden. Dus praat ik met de helft van de journalisten in Nederland niet meer.
Ze staan allemaal op de zwarte lijst, die lui die dingen over me hebben geschreven die niet waar zijn. Ik ben een paar keer opgelicht in mijn leven. Ooit pak ik ze terug, want ik ben uitermate rancuneus. Ik maak geen geintje, dat doe ik echt. Ze komen allemaal aan de beurt. W.F. Hermans zei al: als je een slecht geheugen heb, moet je zorgen voor een goed archief. Dus heb ik geen mapje maar hele ordners vol met informatie over mijn vijanden. Die uit de kluiten gewassen mislukkeling die bij Sport 7 de Tafel van 7 deed bijvoorbeeld schreef allerlei onaangename suggestieve stukken over me ten tijde van Het Goede Doel. Hij mag me best een lul vinden, maar wat hij schreef sloeg nergens op. Van zo iemand licht ik dus de doopceel om te kijken hoe ik die frustraat in de toekomst kan aanpakken. Wie zonder zonder zonde is, werpe de eerste steen; maar ik probeer eerlijk te zijn en licht mensen niet bewust op. We willen toch allemaal normaal behandeld worden? Dat geldt naar mijn smaak ook voor normale omgangsvormen. Maar tegenwoordig ben je al een reactionaire ouwe lul als je niet de hele dag FUCK YOU! roept.

Jazeker, ik koester mijn vijanden. Want voor mijn vrienden hoef ik mijn best niet te doen. Hoewel, dat laatste valt wel mee. Het is niet zo dat iedereen mijn vriend wil zijn om wat ik doe. En al was het wel zo, dan zou ik daar niet over zeuren. Ik heb iets tegen bekende Nederlanders die klagen over hun bekendheid. Eerst doen ze er alles voor -maken liedjes, gaan met hun smoel op tv, laten hun schaamlippen zien in de playboy- en vervolgens lopen ze te zeuren dat ze niet meer over straat kunnen. Stelletje hypocrieten. Bovendien, Nederland is heel beschaafd. Wie je ook bent, je kunt hier gewoon in een café zitten. Hooguit is er eens iemand die een handtekening wil of meldt dat-ie je een grote zak vindt. Dan roep ik: Neem een biertje van me, en dan is dat probleem ook weer opgelost. Ik heb het ook nooit als lastig ervaren als een fraaie jongedame met me op de foto wil. Daar mag ik niet over mekkeren want zo knap ben ik niet, zoals de foto bij dit artikel illustreert.’

Alles geprobeerd.
Hoogste notering in de hitparade nummer 25 op 5-7-86.

‘Ik ben glazenwasser geweest, bibliothecaris, fruitweger, werkloos -2,5 jaar liefst, dat was niks- dus wat baantjes betreft heb ik van alles geprobeerd met als gevolg dat ik m’n talenten misschien wat versnipper. Voorts is er geen merk drank, geen model vrouw of ik heb er aan gezeten. Op heroïne na heb ik elke drug wel een keer getest. Maar wat ik vooral mijn hele leven geprobeerd is mijn verleden te verbergen. Ik zal je een nieuwtje vertellen: Oorspronkelijk heet ik geen Westbroek. Ik ben geadopteerd, maar heb dat altijd zorgvuldig verborgen gehouden uit angst dat roddelbladen als de
Story en Privé zouden gaan speuren naar mijn echte moeder. Mijn natuurlijke moeder is de zuster van de vrouw door wie ik ben opgevoed. Zij was een ontzettend leuk mens, maar genoot op erotisch gebied nogal zeer van het leven. In haar tijd ging dat nog niet zonder ongelukken en één daarvan was ik.

Ik heb dit nooit eerder verteld maar ze is nu overleden, dus de roddelpers kan haar niet meer lastig vallen. Ik heb me voortdurend zorgen gemaakt dat mijn geheim ontdekt zou worden, maar nu hoef ik het niet langer verborgen te houden.
Schrijf het gerust op, maar meld wel dat ik het je discreet heb verteld, dus zonder ermee te koketteren. Ik ben geen Karin Bloemen, die toen incest erg in was, er ook opeens aan had geleden. Als het al waar is, had ze dat in een net
interview in Opzij moeten melden; in plaats van snel de roddelpagina van de Telegraaf te bellen om zo je eigen leed te gelde te maken’

Nooduitgang.
Hoogste notering in de hitparade nummer 25 op 6-6-87.

‘Ik heb héél vaak willen vluchten. Toen we met Het Goede Doel begonnen, waren we alledrie al tegen de 30 en hadden we een mooie toekomst voor ons. Ik ben socioloog, had als wetenschapper een keurige betrekking en opeens ben je dan
beroemd door een liedje. Het was een vervelende ervaring, want ik had geen idee hoe je moest omgaan met faam. Er zijn mensen -de Gordons onder ons- die geen feestje laten schieten en overal met hun snufferd vooraan staan, omdat ze dan op een personeelsavond weer 50 piek meer kunnen vragen. Ik dacht: dat hoort zeker. Dus hobbel je maar mee
naar de galapremières, je verschijnt op de verjaardag van André van Duin en je wordt vervolgens opgebeld met de vraag wat jij nou vindt van het probleem van oorlog en vrede. Dat allemaal omdat je toevallig een leuk liedje hebt gemaakt.
Ik moest opeens ook alle collega’s leuk vinden, maar ook weer niet tè want dan ben je weer een slijmerd. In elke kroeg wilden vijf vrouwen met me naar bed, niet om wie ik was maar omdat ze de volgende dag tegen vriendinnen wilden
zeggen: je raadt nooit wie ik gisteren heb gepijpt. Voor je het weet laat je je leven leiden door wat de buitenwereld van je verwacht. En geloof me: dat maakt intens ongelukkig. Ik begon al snel vluchtgedrag te vertonen, was voortdurend op zoek naar de nooduitgang. Ik werd onbehoorlijk tegen mensen, lomp zonder dat daar enige aanleiding voor was. Zelfs mijn vriendin vond me een etterbak. Toen ben ik gekapt. Naar societyfeestjes ga ik niet meer, interviews geef ik alleen nog aan fatsoenlijke media. Sindsdien ben ik weer een aardiger mens. Het leven na die toptijd is vele malen leuker.’

België.
Hoogste notering in de hitparade nummer 4 op 11-12-82.

‘De tekst van dit liedje kwam er op neer dat elk land ter wereld klote is om in te leven, behalve België omdat daar nooit iets gebeurt. Tsja, dat is 15 jaar later niet echt overeind te houden met de Dutroux-affaire. Ik ben een principieel tegenstander van de doodstraf en lange gevangenisstraffen, omdat ik meen dat iedereen de kans moet krijgen zijn leven te beteren. Maar had hij aan mijn dochter gezeten, dan had ik toch 220 volt op zijn kloten gezet. Dat zal wel een half fascistoïde gedachte van me zijn, maar dat moet dan maar. We hebben het hier over onmenselijke mensen en het is de vraag of je die met menselijke maten moet meten. Ik vind het totaal iets anders dan wanneer je in een vlaag van woede of uit blinde jaloezie iemand vermoord. Het gaat in de zaak Dutroux om tuig van de richel.

België, tsja.. we kunnen er beter over ophouden. Aan de andere kant: ik drink nog steeds met veel plezier een goeie bak Belgisch bier.’

bron: Algemeen Dagblad, Raymond Salomon, 27 januari 1997

Reageer hierop