Henk Westbroek over FC Utrecht

Henk Westbroek: Die man met de warme worst, dát is voor mij FC Utrecht

Een kleine 25 jaar geleden zagen we Henk Westbroek oberen in café Jan Primus, aan de Jan van Scorelstraat in Utrecht-Oost. En nu bijna een kwart eeuw later, woont hij nog steeds op een (voor wie een beetje kan mikken)
steenworp afstand van die beroemde kroeg met zijn vele tientallen soorten bier. Is dat voor een landelijk bekend popzanger (Het Goede Doel) en disk-jockey (VARA) niet wat erg honkvast? “Ach, dat is puur toeval”, zegt hij erover. “Ik woonde indertijd aan de Vleutenseweg, aan de andere kant van de stad, en studeerde sociologie in De Uithof, samen met de zoon van de oenmalige eigenaar van Primus, Van der Pas. Zodoende kon ik in dat café wat bijverdienen. Veel later ben ik pas hier in de buurt gaan wonen. Gewoon, omdat het de mooiste en leukste buurt van Utrecht is”. En voegt hij er aan toe, een ander voordeel van zijn woonplek is, dat Henk (als hij even uit zijn door kunst en stapels CD’s gedomineerde huiskamer de tuin in loopt) aan het lawaai uit het stadion kan horen, hoe de stand bij FC is.

Henk werd 46 jaar geleden geboren in Zuilen, voor Utrechtse begrippen ver weg van het Wilhelminapark. “Ik kom uit een echte voetbalfamilie”, vertelt hij. “Mijn vader was een fervent DOS’er en mijn moeders meisjesnaam was
Van Leur, nou, een echtere Utrechtse voetbalnaam is nauwelijks te bedenken”. Maar daartoe bleef de voetbalziekte in huize Westbroek niet beperkt. “Mijn vader was dus voor DOS, maar ik had ook twee zwagers, van wie er één helemaal gek was van Elinkwijk en de andere bij Velox speelde. Hij zei altijd dat -ie nog met Willem van Hanegem had gespeeld. Ze waren lle die bloedfanatiek en ik moest beurtelings met ze mee naar hun clubs. Dat leidde, overigens wel in leuke zin van het woord, tot enorme familieruzies. Je kunt je voorstellen hoe blij ik was met de fusie van 1970”.

Er werd in zijn kinderjaren niet of nauwelijks gevochten in en rond het stadion. “Gelukkig is er de laatste jaren in Utrecht bijna niks ernstigs meer gebeurd op dat gebied”, weet Westbroek, “maar er zijn toch jaren geweest , dat je als oppassend burger nauwelijks naar het stadion durfde. En dat was vroeger anders. Ach, er werd af en toe heus wel een klap uitgedeeld, maar er was toch veel meer sprake van verbaal geweld. Het ging erom de fans van de tegenstander zo intens mogelijk te beledigen en dat gebeurde wederzijds.  Maar hoewel iedereen gewoon door elkaar heen zat, leidde dat bijna nooit tot geweld. Het was over en weer verbaal uidelen en ontvangen”.

Maar, die betrekkelijk onschuldige atmosfeer (nu gelukkig in nog heviger mate terug in de Galgenwaard) verdween in de loop der jaren en Henk ondervond dat aan den lijve. “Ik zat eens bij een wedstrijd tegen Feijenoord, nog in het oude stadion, en ik was per ongeluk in een vak met Rotterdammers terecht gekomen. Op een gegeven moment vlogen werkelijk de stoeptegels over mijn hoofd. Je begrijpt dat ik heel vlug mijn FC-dasje af deed. Ik ben daarna jarenlang niet meer in het stadion geweest. Eigenlijk pas de laatste jaren kom ik weleens”.

Die hernieuwde kennismaking met het Domstedelijk voetbal ervaart Henk als een weldaad. “Ik kan me gewoon niet voorstellen, dat er ergens op de wereld leuker publiek is dan het Utrechtse”. Zegt hij met grote stelligheid. “Die steun, dat enthousiasme, ook toen het slecht ging, dat zie je volgens mij nergens”. Voor Henk Westbroek als voetballiefhebber is er dus nog genoeg te beleven, ook als muzikant komt hij volop aan zijn trekken. “Ik zit vaak met verbazing te luisteren naar de muzikaliteit en orginaliteit van het publiek. De mooie ritmes die de trommelaars slaan en de teksten die je hoort. Daar zitten echt vondsten bij. Wat denk je van Booth, very good , olé, olé, of: Michael Mols, Michael Mols, he hits the ball en scores a goal, Michael Mols, Michael Mols. En zo zijn er veel meer, heel creatief allemaal”.

En Henk heeft serieuze plannen ook een bijdrage aan dat repertoire toe te voegen. “Ik heb het op het ogenblik nog wat te druk”, zegt hij, (Westbroek is ook nog eens in de gemeenteraad fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht) “maar ik ben absoluut van plan het nieuwe FC-Utrecht lied te maken. De titel heb ik al “Mannen moeten werken” Daar bedoel ik dus de spelers mee en dat betekent, dat de spelersvrouwen het gaan zingen. Ik borduur een beetje voort op het aloude Utrechtse imago van een typische werkploeg te zijn. Dat gold vroeger voor Joop van Maurik al. Die heb ik eens voor een kopduel de lucht in zien gaan, terwijl Wim Suurbier van Ajax aan ‘m hing. Maar die ging gewoon mee omhoog, zo sterk was die Van Maurik”.

Westbroek begrijpt best, dat de tijden zijn veranderd en dat de huidige technische en bestuurlijke leiding van de club probeert het voetbal kwalitatief op een hoger plan te brengen. “Maar ze moeten er voor zorgen, dat Utrecht altijd een club voor de gewone mensen blijft. En volgens mij hebben Mark Wotte, de trainer, en het bestuur het heel goed door, dat de
Utrechtse aanhang liever leuk aanvallend voetbal ziet met het risico af en toe te verliezen dan 27 gelijke spelen, waarmee je misschien ook wel derde of vierde wordt. Ik ben het trouwens ook heel erg met Wotte eens, dat hij zoveel mogelijk Nederlandse spelers opstelt. Uiteraard niet, omdat ik ook maar iets tegen buitenlanders zou hebben, maar Utrechters identificeren zich nou eenmaal makkelijker met een herkenbaar Hollands team dan met een stelletje vage Zuid-Amerikanen, die morgen misschien wel heel ergens anders spelen”.

Wat voor Henk Westbroek ook heel erg Utrechts is, dat is de warme worstverkoper in het stadion. “Al zo lang ik me kan heugen loopt die man met zijn emmer met worst over de tribunes. Hij roept dan: Warme worst, waaarrrme rookworst. Waarop er altijd wel iemand is die vraagt of ie geen kroketten verkoopt. “Nee, die heb ik niet”, is al tientallen jaren het vaste ntwoord. Kijk, dat is voor mij nou FC Utrecht, die man met zijn warme worsten mag nooit weg en hij moet zeker geen kroketten gaan verkopen”
bron: FC Utrecht magazine, oktober 1998 (met dank aan: Willem Bruggink)

1 reactie(s)

  1. Mijn vrouw en ik vinden je een moord goser heb je een eigen kroeg? wij willen wel eens je horen zingen en zien als je optreet, ik denk dat ik mijn vrouw een heel groot plezier mee doet ik ook hoor , als je ons eens terug wil mailen doe je ons er een groot plezier mee ik houw van een pilsje dan nemen wij er een van mij , vriendelijke groeten Reindert van Lovere gRASMEENT 42 1218 AC TE hILVERSUM TELEFOON NO 035 6910165

    Reindert van Loveren | Aug 22, 2009 | Reageer

Reageer hierop