Henk Westbroek terug in de hitlijst (Algemeen Dagblad)

Hij verdient ‘een uitermate gezond salaris’, heeft als parttime politicus een daverende entree gemaakt met Leefbaar Utrecht en kondigt nog altijd met  ‘groot genoegen’ plaatjes aan op de VARA-radio. Maar als je hem vraagt wat hem deze dagen het meest tevreden stemt, verwijst hij zonder nadenken naar de muzikale hitlijsten. ‘Voor het eerst sinds zeven geflopte liedjes heb ik weer een hit!’

Voor wie de Nederlandse top-100 niet wekelijks uit zijn hoofd leert: Henk Westbroek is met het nummer ‘Loods me door de stormen heen’ gestegen van 81 naar 66. De top-noteringen van Celine Dion (1) en Madonna (2) zijn nog niet echt in zicht, maar het begin is er. En terecht vindt hij zelf.

‘Ik heb prachtige CD’s gemaakt. Maar die werden op de radio telkens genegeerd. Daarmee zeg ik niks ten nadele van mijn collega’s op Radio 3, want die kunnen het niet helpen. Vandaag de dag is het nu eenmaal zo dat van hogerhand wordt
bepaald wat er wordt gedraaid. Hilversum wordt geregeerd door een uit zendercoordinatoren bestaand muziekgestapo.’

Het feit dat hij zelf aan de radio is verbonden ziet Westbroek eerder als nadeel dan als voordeel. Zijn gewaardeerde collega’s zouden niet de verdenking op zich willen laden dat ze aan vriendjespolitiek doen. Hij toont begrip, maar geeft
toe dat hij zich in het recente verleden menigmaal heeft zitten verbijten. ‘Elk shitnummer dat ik tussendoor voor een andere artiest heb geschreven, deed het beter dan wat ik zelf op de plaat heb gezet.’ (Leest Ruth Jacott ook mee?) Over de muzikale smaak van de meeste deejays valt volgens Westbroek uitstekend te twisten. ‘De meesten weten niet waar ze het over hebben. Ze horen dingen die er niet zijn. De enige uitzondering vormt wat mij betreft Hans Dulfer. Die kan net als ik, niet alleen kaas snijden, maar ook kaas maken. Of dat er toe doet? Ja, want het draagt ertoe bij dat je kwaliteit sneller herkent. Ik ben er bijvoorbeeld best trots op dat ik lange tijd als enige Bueno Vista Social Club draaide. Nu vindt iedereen het prachtig, maar in het begin deed niemand er iets mee.’

Nu hij op 46-jarige leeftijd weer enthousiast voor zalen van 2000 studenten in de microfoon brult, zal het hem niet meevallen als debuterend politicus tegelijkertijd de bevolking van Utrecht te dienen. Toch is Westbroek dat
laatste wel van plan. Gewoon een kwestie van een paar goed betaalde gast- colomns opzeggen.

‘Ik zal financieel wat moeten inleveren, want die gemeenteraad is geen vetpot. Maar dat kan me niet schelen. In plaats van de twee ton die ik tot nog toe per jaar verdien, ga ik straks 170.000 gulden verdienen. Is nog steeds meer dan genoeg om elke dag een biefstukje van te kopen.’

bron: Algemeen Dagblad, Albert Kok, 24 maart 1998

Reageer hierop