Interview in De Gelderlander

Ze hebben hem de afgelopen maanden zo zwart gemaakt als het water in de Utrechtse grachten: volksmenner, machtsgeile kroegbaas. Maar op zijn nieuwe  CD ‘Westbroek’ legt hij ook breekbaar zijn hoofd op haar schouder: Sleur me
door de branding naar je warme mond. Henk Westbroek. Een man vol contrasten.

Het is me een rare, die Henk Westbroek. Honderdduizenden hangen tussen de  middag aan de radio om zijn programma op Radio 3 te horen. Maar er zijn er ook die hem zo zwart maken als het water in de Utrechtse grachten. Demagoog,
machtswellusteling, politiekgeile kroegbaas. Henk Westbroek, aanvoerder van de protestpartij Leefbaar Utrecht, als onaangepast wild beest in de Utrechtse politieke kippenren.

Op zijn sokken loopt hij door zijn woning. Hij is net wakker. Ook vandaag zal zijn haar geen kam zien. Groftandig aait hij regelmatig zijn handen door de ongetemde bos.

Toch is het ook de man die België onuitwisbaar op de poëtische landkaart heeft gebracht, die popgeschiedenis schreef met Het Goede Doel, die Kinderen Voor Kinderen volwassen maakte. En al heeft hij een stem die soms zeurt als
schele hoofdpijn na een nacht doorzakken, hij verhaalt over de liefde als poëtisch minnaar. Het contrast. De arrogante lul en de warme poëet, de pedante politicus en de aardige vent. Hij kijkt er niet eens écht van op. ‘Het is mijn hele leven al zo. Ze mogen me allemaal een oetlul vinden, soms  uitermate irritant. Als ik maar de vrijheid heb om dat van anderen ook te
vinden. Er zijn maar weinig mensen die er een eigen mening op na houden.’ Daar heeft hij dus wél moeite mee.

‘Misschien komt het omdat ik erg uitgesproken ben en niet het type dat mensen naar de mond praat. Er bestaat in Nederland een cultuur om je ze neutraal mogelijk op te stellen. vooral niemands competentie aantasten. Aan de andere
kant kunnen ze er ook niet goed tegen als je iets aardigs zegt. Als ik tegen mijn moeder zei: wat een lekkere biefstuk vandaag, dan zei ze: hoezo,  mankeert er wat aan?’

‘Mijn insteek in het leven is niet zozeer door iedereen liefgehad te worden. Dat zou ik op mijn leeftijd gewoon ‘s nachts al niet aankunnen. Als je de behoefte hebt om aardig gevonden te worden, hoor je ook alleen maar dingen die saai en vrijblijvend zijn. Goh, er zou maar iemand zijn die me niet aardig vindt. Daar word ik zo moe van.’

Het contrast in zijn persoonlijkheid weerspiegelt zich in de inrichting van zijn huis. Een Herman Brood van zijn dochter Chrissie boven een antieke  kerkbank, Marilyn Monroe, die lonkt naar een oosters dansbeeld. ‘Als je je niet anders voordoet, kun je ook stemmig zijn. Een slechte bui hebben en soms een goede dag. Maar om altijd te zijn die je eigenlijk niet  bent: dat is niet alleen leugenachtig ten opzichte van jezelf, maar toont ook weinig respect voor de mensen waar je mee verkeert. Die gun je niet wie je bent.’

GEFLOPT.
Na even nadenken zegt hij niet veel veranderd te zijn in de jaren. ‘Niet anders, niet voorzichtiger. Maar er blijven steeds minder onderwerpen over waarover je nog nooit een liedje geschreven hebt. Andere themaatjes beginnen je interesseren.’ Zoals op zijn nieuwe CD. Het vervolg op ‘Voorjaar’.  Bejubeld in recensies, vergeten op de radio en daardoor niet verkocht.

‘Dus een geflopte CD. Maar dan kom je in de situatie dat…’ Hij wacht even en zoek: hoe leg ik dit nu uit?: ‘Laat ik eerlijk tegenover mezelf zijn, toen ik een jaar of dertig was, was ik een redelijk aantrekkelijke man. Tegenwoordig ben ik een man van middelbare leeftijd die door een regelmatige alcoholinname redelijk geconserveerd is. Ik ben wie ik ben. Maar ik realiseer me dat ik niet ben wat ik vroeger wel was: een jongerenidool. Dat brengt je leeftijd mee.’ Jammer? ‘Welnee. Maar dat betekent dat, als je als artiest  ouder wordt, je het ook moeilijker krijgt. In Nederland mogen alleen de  Rolling Stones écht oud zijn. En Rob de Nijs. Een beetje maar, want dan zegt iedereen al snel: toch een beetje zielig met die leren broek. Leeftijd kun je nooit ontlopen, als je ouder bent geworden, ga je andere dingen doen. Hypocrisie heeft in alles wat ik geschreven heb centraal gestaan. Of het nu Vriendschap is een illusie is, of Loods me door de storm, mijn nieuwe single,
het gaat altijd over dingen die niet zijn zoals ze lijken.’

Niemand had hem gevraagd een plaat te maken. ‘Oh ja, die geflopte CD. Misschien ben ik wel te oud, misschien ben ik uitgekakt, dacht ik. Dus kreeg ik weer zin. Ik heb er een dik jaar voor uitgetrokken. Het ging wel lekker. De volgende CD is op drie nummers na ook al af. Daar staat een nummer op, waarop een man zijn laatste adem uitblaast en nog volstrekt veel van zijn partner  houdt. Nergens spijt van heeft. Een liedje over de laatste vijf seconden voordat je dood bent.’

Ouder worden, vrij zijn. ‘Ik hoef steeds minder. Dat is een enorme verrijking. Heerlijk. ik ben een goed inkomen, heb te eten, ik woon leuk, ik maak gewoon een leuke plaat en zie wel. Lekker toch. Daarom eet ik altijd wanneer ik honger heb. Niet omdat het vijf uur is.’

RIJMEN
Henk Westbroek lult je de oren van je hoofd. Stil is het in zijn liedjes. Zorgvuldig gewogen woorden, boetseerwerk, de eenvoud geeft de glans. Met prachtige muziek van René Meister.  De tekstschrijver. ‘Ik vind rijmen zo leuk. Als ik ga zitten beginnen automatisch mijn rijmhormonen te werken. Daar hou ik van. Je hebt geen idee, hoe leuk het is om het te schrijven. Lekkerder dan klaarkomen. Ik moet er voor gaan zitten. Maar als ik zit, komt het. Ik heb nooit geloofd dat een bliksem inslaat, het goddelijk moment plots daar is waarop hét gebeurd. Gelul. Je gaat zitten en het komt of niet. Grote gedachten, die groots uitwerken? Och kom, je loopt gewoon ergens tegenaan.’

Hij maait door zijn haar en schoffelt zijn neus. ‘Ik wil graag een hele dag nadenken over één woord. Mag ik van je houden of Moet ik van je houden. Eén woord verschil kan zo’n grote betekenis uitmaken.’ Boetseren dus.

‘Ik heb voor het eerst alles met mijn eigen band opgenomen. Dan heb je ook detijd om over alle dingen na te denken. Het laatste nummer van de CD  bijvoorbeeld: Ik mis je. Zegt de saxofonist: er moet een solootje in. Een valse over de valsigheid bij begrafenissen. Ik heb mijn hele familie moeten begraven en heel wat speeches gegeven die ik niet meende. Er is geen mooiere samenzweering dan die bij een begrafenis. Eén grote leugen. De waarheid bewaar je tot de naborrel. dan is het pas echt. Een klarinet dachten we eerst. Later kwamen we op een kunstfluiter. Hij fluit de solo, maar die hoor je bijna niet.’

Maar hij is er. Heel zacht. Niet vals, maar bescheiden als contrast met de politieke, zingende poëet met opspelende rijmhormonen.

bron: De Gelderlander, Hans Jacobs, 4 april 1998 (met dank aan: Maarten Daam)

Reageer hierop