Denk aan Henk (VARA TV Magazine)

Zullen we het maar niet over lokale politiek hebben?
‘Pfffr, ben jij het ook zo zat? Het komende halfjaar geef ik daarover geen interviews meer, behalve wanneer ik op iets actueels moet reageren. Dat gezever over die politiek, daar heb ik even genoeg van.’

Dat komt -neem ik aan- door het interview met jou in Vrij Nederland?

‘Ja, die journalist heeft me ontzettend in de maling genomen. Daar ben ik zelf bij geweest, ik geef het meteen toe, maar ik was in de overtuiging dat een blad dat goed was in de oorlog niet alsnog fout zou worden. Het was kwade wil, want mij was toegezegd dat ik het voor publicatie mocht inzien. Dat is niet gebeurd, dus nu ga ik hem pakken. Ik heb het even met mijn advocaat overlegd en ik ga een schadeclaim van een half miljoen gulden indienen. En dan hoop ik van harte dat ik alsnog voor elkaar krijg wat in de Tweede Wereldoorlog niet is gebeurd, namelijk dat Vrij Nederland failliet gaat. Ik wil er zelf geen dubbeltje aan verdienen, maar ik weet nog niet aan wie ik het bedrag beschikbaar stel.’

Geef het aan De Groene Amsterdammer.

‘Ja, dat vind ik een goeie. Die kunnen het van me krijgen.’

Genoeg politiek. Ben je nou van oorsprong discjockey of muzikant?

‘Geen van beiden, ik ben socioloog.’

Maar wat deed je eerst, muziek maken of presenteren?

‘Eind jaren 70 is Het Goede Doel opgericht. Als punkbandje notabene, met uitermate grappige en bewust provocerende liedjes. We hadden bijvoorbeeld een liedje dat we alleen op feministische bijeenkomsten speelden, om te plagen. Dat was een heel mooi romantisch liedje dat begon met ‘Ik wil mijn lul laten zweten in strakke vrouwenreten’. En op bijeenkomsten van de CPN of de PvdA zongen we onze variatie op De Internationale. ‘Ontwaakt verworpenen der aarde, de baas slaapt nog wel effe door, arbeid heeft voor ons geen waarde, dus zoek daar maar een ander voor’. Dan scheelde het weinig of de stekker ging eruit.’

Want linkse mensen hebben geen humor?

‘Zeker niet in die tijd, tegenwoordig is dat gelukkig anders. Kijk, het is net boksen, dat heb ik vroeger ook nog even gedaan: als je zo nu en dan een tikje uitdeelt, niet te hard en niet in het gezicht, dan moet je er ook tegen kunnen als je eens een tikkie terugkrijgt.’

Terug naar Het Goede Doel.

‘Juist. Rolf Kroes van VARA’s Popkrant, dat was destijds een radioprogramma dat zelf muziekbandjes scoutte, had mij tijdens een optreden horen babbelen tussen de liedjes. Dat vond hij nogal koddig en vroeg mij: ‘Wil je niet bij de radio komen werken?’. Ik zeg: ‘Nou, nee’. Het leek me zo erg om diskjockey te worden en door allemaal mooie liedjes heen te moeten praten, maar toen hoorde ik dat ik 275 gulden voor een uur presenteren zou krijgen. Mijn maandelijkse uitkering was 700 gulden, want ik was net afgestudeerd en werkloos – ze konden in die tijd de grachten dempen met sociologen – dus ik dacht: dat moet ik maar eens gaan doen.’

En toen bleek je het toch leuk te vinden?

‘Nee, helemaal niet. Het is zo’n opgeblazen wereld, zo dikdoenerig, daar voelde ik me niet erg gelukkig bij. Ik ben begonnen met een quizje dat het VIP-spel heette. Dat was tussen twaalf en één ‘s middags. Daarna ben ik gedegradeerd naar de avond en later mag je dan weer naar de dag en dat heet dan weer dat je gepromoveerd bent. Ik heb dat zelf nooit zo ervaren, hoor. Ik hou van leuke programma’s, of het nou ‘s middags is of ‘s avonds, dat maakt me niks uit. Als het maar niet ‘s ochtends is, want ik ben geen ochtendmens.’

Wat is er dan zo leuk aan?

‘Een programma presenteren is net als een liedje maken: je kunt het voor een doelgroep doen en je kunt het op een manier doen waarbij je het zelf een beetje aangenaam hebt. Op die laatste manier doe ik het. Het leukste van mijn werk is eigenlijk het babbelen met mensen. Want geloof me, als je voor de 234ste keer De Waarheid van Marco Borsato moet aankondigen, weet je echt niet meer wat je erover moet zeggen. Behalve wanneer je je tot wijsneuzenpraat beperkt, zo van ‘Wow, moet je eens luisteren naar de geweldige solo van die klarinet…’ Daar zit niemand op te wachten, vooral niet als het een sopraansax blijkt te zijn. Dat gebeurt, hoor, vooral in contreien waar mensen zichzelf hebben uitgeroepen tot bovenmodaal bekwaam op muziekgebied – meestal werkzaam voor de VPRO. Daar lach ik me altijd helemaal kapot om. Die zijn dermate onvakkundig, dat is ontluisterend. De tragiek van dat soort presentatoren is dat ze zo graag serieus genomen willen worden door serieuze muzikanten, maar dat ze dat nooit lukt omdat ze altijd net het verkeerde zeggen. Als ik wijsneuzerig begin te doen, krijg ik gelukkig onmiddellijk op mijn donder van de regisseur, want ja, ik maak natuurlijk ook elke dag tien fouten.’

Kies je je muziek zelf?

‘In het begin zocht ik  nog wel zelf mijn plaatjes uit, maar na een jaar of zo was er een maandagochtendvergadering bij de VARA, en toen werd er door Jeroen Soer, die later nog wel eens een commercieel station is begonnen, opgeworpen dat ik niet bekwaam was om zelf plaatjes uit te zoeken. Ik meen dat ik toen met twee nummers in de Top 10 stond, maar er moest toch over worden gestemd – dit was in de tijd dat bij de VARA zelfs de hond van de secretaresse stemrecht had. Ik werd natuurlijk gelijk kwaad en heb die Soer de huid vol gescholden, en dat zorgde er niet voor dat de stemming mijn kant op ging.’ ‘Het kwam me ook wel goed uit, want ik merkte dat als ik een plaatje van bijvoorbeeld Frank Boeijen draaide, mensen zeiden: ‘Oh, hij doet dat om zijn vriendje te matsen.’ Maar als ik dan het volgende plaatje van Frank Boeijen niet draaide, zeiden ze. ‘Kijk, hij gunt die collega het succes niet.’ Je doet het dus nooit goed, daarom kies ik mijn plaatjes nooit zeker uit.’

Wie doet dat dan?

‘Een clubje mensen dat daar bij Radio 3 voor is aangewezen. De muziek-KGB noem ik ze, of de muziek-Gestapo. Met dat soort woorden moet je altijd uitkijken, want die jongens zijn namelijk niet slecht. Ze doen naar vermogen wat ze kunnen, namelijk opereren binnen de opdrachten die ze gekregen hebben. Ik vind dus dat ze het nooit goed doen, maar als ik op hun plaats zou zitten, zou ik het in de ogen van anderen niet goed doen, want er zijn altijd meer plaatjes dan er gedraaid kunnen worden.’

Reikt de arm van de muziekpolitie ook tot de teksten die je uitspreekt?

‘Geen seconde! Wat dat betreft heb ik nog nooit last gehad van de VARA. Ik zeg zo nu en dan dingen waarvan ik zeker weet dat als ik ze bij de AVRO zou zeggen, ik op staande voet ontslagen zou worden. Omdat bij omroepen als de AVRO nu eenmaal een cultuur heerst dat je nooit iets mag zeggen waar eventueel één iemand ter wereld aanstoot aan zou kunnen nemen. Bij de AVRO is twee jaar geleden een diskjockey ontslagen vanwege een grapje over een dom blondje. Nou, dan vind ik het toch heel aangenaam bij de VARA, want ik heb in die vijftien jaar dat ik er werk één of twee keer gehoord dat het wellicht verstandiger was geweest als ik het iets anders had geformuleerd, maar ik mag grapjes maken over iedereen. Of het nou over het drankgebruik van Midas Dekkers gaat, over Paul de Leeuw of over Marcel van Dam. Ik bedoel het ook nooit kwaadaardig, hoor, maar het komt weleens scherp mijn mond uit. Maar er is bij de VARA nog nooit iemand geweest die heeft gezegd: ‘Westbroek, nou dimmen’. Dat waardeer ik hogelijk. Hoewel de VARA, dat moet ik als tegenwicht zeggen, niet zo goed betaalt, zeker niet in vergelijking met de commerciëlen.’

Wat verdien je?

‘Zo’n 120.000 gulden per jaar. Dat is verschrikkelijk veel geld, ik weet het, maar ik wil er toch discreet op wijzen dat ik van alle diskjockeys op radio 3 de slechts betaalde ben. Als je Corné Klijn of Edwin Evers heet, verdien je het dubbele. En bij de commerciëlen verdienen ze het driedubbele. Je hoort mij niet klagen hoor, maar de VARA betaalt onder de marktprijs. Zonder nou onmiddellijk te willen bluffen, heb ik toch een paar aanbiedingen gehad waar ik heel veel meer geld zou gaan verdienen. Maar dan krijg je wel van die mensen die willen bepalen wat voor kleur overhemd je moet dragen of dat je dat laatste restje Utrechts accent moet afleren.’

Waren dat radio- of tv-aanbiedingen?

‘Allebei. Ik doe al wat op televisie. Sinds twee jaar maak ik voor de NPS een serie kinderprogramma’s over de derde wereld. Dat is heel leuk, ga ik volgend jaar weer doen. Ik zou ook best een leuk televisieprogrammaatje voor de VARA willen maken, maar ik geloof dat de VARA in dat opzicht niet zo veel in mij ziet. Al vijf jaar lang staat er in mijn contract dat ze mij nog eens wat voor de televisie moeten laten doen, en als ik heel eerlijk ben, vind ik niet dat ze dat contract erg zorgvuldig zijn nagekomen. Maar aan de andere kant moet ik zeggen dat ik ze ook geen moment in herinnering heb gebracht dat ze zorgvuldiger moeten zijn, dus ik zoek daar geen kwade wil achter. Ik heb toch zat te doen.’

Dan komen we weer bij die verdoemde lokale politiek?

‘Ja, pff, soms zou ik willen dat ik er nooit aan begonnen was.’

Dat geldt niet voor je radiowerk?

‘Nee.’

Had je je destijds nou voorgenomen om het op een bepaalde manier te doen, dat presenteren?

‘Ja, en dat is nooit veranderd. Ik heb mijn leven lang al iedereen u genoemd, zo ben ik namelijk opgevoed. Ik hou er niet van als zo’n wildvreemde schreeuwlelijk meteen tegen me begint te jij-en en te jou-en. Daar  heb ik altijd een hekel aan gehad, dus zelf zal ik dat nooit doen. Ik heb mijn leven lang ook nog nooit door een plaat heen gepraat, onder het motto dat over het slechtste intro nog altijd beter is nagedacht dan over de mooiste aankondiging.’

Doe je iets ook bewust niet?

‘Ja, ik heb me voorgenomen om nooit te zeggen hoe laat het is. Ik ga er vanuit dat elke Nederlander kan klokkijken of in ieder geval kan vragen hoe laat het is. En ik ben van mening dat iedereen precies kan voelen of het regent of niet. Dus ik zeg nooit ‘Het regent nu’ en ik zeg ook nooit ‘Het is nu kwart over twaalf’, want dat vind ik een debilisering van de luisteraar. De laatste jaren is er enige vooruitgang, maar Radio 3 heeft jarenlang de luisteraar gedebiliseerd. Daar heb ik nooit aan mee willen doen. Iedereen die naar de radio luistert, is in de regel iemand die de lagere school met goed gevolg doorlopen heeft. Radio 3 heeft gemiddeld hoger opgeleide luisteraars dan Radio 1, 2, 4 en 5. Da’s ook niet zo gek, omdat de meeste mensen die naar Radio 4 en 5 luisteren ouder zijn, en vroeger ging niet iedereen naar de middelbare school. Niettemin, de luisteraars van Radio 3 hebben de beste opleiding genoten van allemaal, en van al die luisteraars die naar Radio 3 luisteren, stemmen weer de hoogst opgeleiden af op Denk aan Henk. En dan zou ik ze moeten debiliseren of executeren met jingles? Want dat doe ik dus ook nooit: jingles gebruiken. Ik heb nog nooit een radioprogramma aangezet omdat ik de jingles zo leuk vind. En naam-jingles gebruik ik al helemaal niet, dat vind ik zo ijdel. Ik hoor veel liever een plaatje.’

Je bent ook altijd zo vriendelijk voor je gasten.

‘Kijk, het is helemaal niet moeilijk om, zittend achter de microfoon met een kopje koffie bij de hand, iemand aan de andere kant van de telefoonlijn, die sterft van de zenuwen en net gehoord heeft dat hij zijn radio zachter moet zetten, he-le-maal af te maken en te ridiculiseren. Het is zo’n onevenwichtige machtsituatie, dat ik me vanaf dag één heb voorgenomen daar nooit misbruik van te maken. Ik plaag wel graag mensen, ik wil ook best een lastige vraag stellen, maar ik neem mijn luisteraars wel serieus. Niettemin behoor ik tot de categorie mensen van wie je een uitgesproken fan bent of juist een uitgesproken vijand.’

Hoe weet je dat?

‘Omdat je dat weleens hoort. Alle presentatoren krijgen een waarderingscijfer. Dat meten ze allemaal. Ik krijg altijd enen, maar ook tienen, terwijl de meeste presentatoren zessen of zevens krijgen. Hebben ze ook allemaal gemeten. Mijn gemiddelde ligt sinds kort boven de zeven, jaahaa, zo’n hoog cijfer heb ik nog nooit gehad. Dan behoor je echt tot de top. Ik relativeer dat toch enigszins, want het is natuurlijk een momentopname. Ik kan er ook niet zo wakker van liggen.’

Wie vind je zelf eigenlijk goed op de radio?

‘Ik heb mijn leven lang geluisterd naar Frits Spits en Felix Meurders, dat zijn hele goeie diskjockeys, fantastisch.’

Felix Meurders is naar Radio 1 verhuisd en Frits Spits naar Radio 2, want op leeftijd.

‘Dat staat mij natuurlijk ook te wachten. Ik heb ook weleens zo’n periode dat ik me te oud voel. Maar ik zou het persoonlijk leuk vinden om radio te blijven doen. Maar ja, ik zou ook dolgraag een verhouding met Naomi Campbell willen. De intentie is er, om radio te blijven maken bedoel ik, dus aan mij zal het niet liggen. Maar een van de fouten die ze op Radio 3 maken, is dat ze denken dat jongeren automatisch een progressieve smaak hebben. Ik ben 46 jaar, maar – en dat vind ik heel treurig – ik ben meer een jonge hond dan negen van de tien anderen die op welk station dan ook werken. En wat ik heel tragisch vind, is dat mensen die jong zijn niet eens de moeite nemen zich te verdiepen in de popmuziek, die toch al sinds de jaren 50 bestaat. Echt progressieve muziek wordt ook niet gemaakt door jonge mensen, maar door bejaarde moderne klassieke componisten. De producer van Alanis Morisette was in de tijd van Cream met White Room ook al producer. Die man is dik in de zestig.

En dat weten die jongen diskjockeys allemaal niet?

‘Nee. Maar er zijn wel een paar goeien, hoor. Rob Stenders is mijn favoriet. Die vind ik niet alleen terzake kundig, maar hij brengt het ook zo leuk. En ik vind hem zo integer. Ik ga niet praten over zijn liefdesleven, maar zijn vriendin is zangeres bij een in Nederland zéér beroemde groep, maar op de radio vertelt hij tot op de dag van vandaag dat hij de muziek van die groep maar niks vindt. Zo rechtlijnig is hij. En daarom respecteer ik hem.’ ‘Edwin Evers vind ik ook leuk. En die Ruud de Wild van BNN, die heeft een soort schofterige brutaliteit die mij wel ligt. Ik was een keer bij hem op bezoek en die jongen heeft een uur lang geprobeerd mij in de maling te nemen, en dat lukte hem zelfs nog ook. Vond ik wel leuk.’

Iets anders, ik begrijp dat je nu ook nog bent genomineerd voor drie Edisons.

‘Ja. En ze hebben zo ontzettend hun best gedaan om mij daarbij aanwezig te laten zijn, dat je zou denken dat ik er wel eentje zal winnen. Maar ik zal er niet bij zijn, want ik moet optreden in Groningen. En die afspraak stond al vast. Maar het komt niet zo slecht uit, want ik hou sowieso niet van feestjes. Het zal me ook eigenlijk helemaal worst wezen of ik win of niet. Het stelt ook allemaal niks voor, want iedereen komt een keer aan de beurt, als je maar oud genoeg wordt. Ik ben één keer eerder genomineerd voor Edison en die won ik. Daarna is het nooit meer voorgekomen. Dat is niet zo gek als je bedenkt dat iedereen met wie ik een muzikale ruzie heb gehad, daarna in de jury heeft gezeten. Maar dan nog: ik weet wie er dit jaar in de jury zitten. Dat is Jack Spijkerman, Manuela Kemp, een directeur van een platenfirma en nog een paar anderen. Maar met alle respect, ik vind helemaal niet dat Jack Spijkerman over popmuziek kan oordelen, en ik vind eigenlijk ook niet dat Manuela Kemp dat kan. Als je kunt zeggen hoe plaatje heet, wil dat toch niet zeggen dat je ook weet hoe het in elkaar steekt? Als de jury zou bestaan uit, ik noem maar iemand, Henk Hofstede of Herman Brood, dan wordt het anders, dat zijn mensen wier oordeel ik erg serieus zou nemen. Maar mijn moeder had ook in de jury kunnen zitten. Dus of ik nou win of verlies, ik ben het niet erg serieus nemen. ‘

bron: VARA tv magazine, september 1999

Reageer hierop