‘Mij verveelt alles na een paar uur’ (ANS)

Hij was de zanger van Het Goede Doel, één van de populairste Nederlandstalige bands van de jaren tachtig. Tegenwoordig presenteert hij vier keer per week het radioprogramma Denk aan Henk. Maar Henk Westbroek (45) is ook een gedreven politicus en een gedegen zakenman. ‘Je wordt ontzettend dom van alleen muziek maken. Ik hou mezelf graag lenig van boven.’

Café Stairway to heaven, Utrecht, 12.30. Gouden platen en stoere gitaren sieren de wanden van het immens grote rockcafé. Het is nog rustig in Utrechts best lopende kroeg. Dan komt Henk Westbroek (45), mede-eigenaar van de kroeg, binnenstormen. Zonnebril op zijn hoofd. Hij ziet hij eruit alsof hij een zware kater heeft. ‘Geef die jongens wat te drinken van mij’, roept hij met krakende stem naar een barmedewerker. We gaan boven in één van de kantoortjes zitten.
‘Ik ben gisteren naar Noorderslag geweest’, verklaart hij en verwisselt zijn zonnebril voor zijn normale Henkbril. Met zijn lijzige stem met licht ironische ondertoon steekt hij van wal. Hij beweegt zich onrustig op z’n stoel, steekt de ene sigaret na de andere op en speelt met oude peuken in de asbak.
Westbroek blijkt een spraakwaterval. Met overduidelijk veel plezier praat hij over zijn vele bezigheden. Zijn heldere ogen kijken je overtuigend en vol zelfvertrouwen aan. Af en toe steekt hij dreigend een wijsvinger omhoog.

Je nieuwe cd Westbroek komt binnenkort uit. Wat voor plaat is het?
‘De nummers variëren van de meest romantische ballades tot de meest extreme dance. Het is echt van alles wat. Ik hou ervan dat de luisteraar bij ieder nummer denkt: “Wat zal er nu weer komen?” Ik ben ook totaal niet monogaam in mijn muzikale smaak. Ik hou van het goede van alle muzieksoorten.’

Je laatste cd Vrij kwam vier jaar geleden uit. Waarom heeft je nieuwe cd zo lang op zich laten wachten?
‘Mijn laatste cd werd totaal niet verkocht. De hoeskosten kreeg ik er niet eens uit. Dat kwam ook doordat Vrij totaal niet werd gedraaid op Radio 3. Dat is een groot nadeel van bij Radio 3 werken en per ongeluk een succesvol programma presenteren. Je collega’s gunnen je het licht in de ogen niet. Sinds ik bij de dagradio werk, is er nooit meer een plaat van mij gedraaid. Ik dacht: “Als toch niemand het draait, kan ik net zo goed een demootje maken en het aan mijn zus laten horen”.
‘Een jaar geleden is dat gelukkig veranderd. Toen is er een onafhankelijke muziekgestapo (zendercoördinator, red.) aangesteld. Het maakt dus niet meer uit wat mijn privémening is over de presentatiekwaliteiten van Jeanne Kooijmans. De dj’s zelf hebben niks meer te vertellen en kunnen geen wraak nemen. Ik denk nu weer een faire kans te hebben.

Naast zanger en liedjesschrijver ben je dj, lijsttrekker van Leefbaar Utrecht, mede-eigenaar van drie cafés in Utrecht, uitvoerend producent van Kinderen voor Kinderen, en neem je deel aan de Stichting Epifyse, die nadenkt over alternatieve therapieên in de psychologie. Vanwaar al die activiteiten?
‘Tegen de verveling. Mij verveelt alles na een paar uur. Ik wil niet meer radio doen dan ik nu doe. Vier dagen per week vind ik precies leuk. Eén dag meer zou ik echt afschuwelijk vinden. Ik zou ook niet iedere dag muziek willen maken. Ik ervoer het echt als een opluchting dat ik na Vrij een tijdje niks met muziek deed.
‘Bovendien word je ontzettend dom van alleen muziek maken. Je zit alleen maar in busjes en leest nooit meer een goed boek. Ik heb altijd gevonden dat het leven verder gaat dan muziek maken, neuken, een jointje en een drankje. Wat allemaal erg lekker is, daar gaat het niet om. Ik vind het prettig om me in dingen te verdiepen. Zo heb ik laatst wat boeken over politiek gelezen: Cicero en Machiavelli. Prachtig om te lezen. Ik hou mezelf graag lenig van boven.
‘Ik hou van klassieke muziek, moderne kunst en een goed boek. Er is maar één groot schrijver -nou ja, ik heb de neiging te overdrijven- en dat is W.F. Hermans. Ik verzamel alles van hem. Hij is één van de weinigen die ik bewonder, omdat hij zijn leven lang precies gedaan heeft wat hij zelf mooi en belangrijk vond. Ongeacht hoe de wereld daarop reageerde.’

Hoe zit dat met jou, heb jij altijd gedaan wat je zelf belangrijk vond?
‘Sinds mijn eenenveertigste doe ik alleen nog maar dingen die ik leuk vind. Daarom heeft mijn laatste cd de banale titel Vrij. Toen realiseerde ik me dat ik, dankzij de inkomsten van mijn cafés, het me kan veroorloven alleen nog maar leuke dingen te doen. Geld is vrijheid. Met enige trots durf ik te zeggen dat ik de enige politicus ben die er qua salaris royaal op achteruit gaat als hij in de gemeenteraad gaat. Ik eet er geen biefstuk minder om.
‘In het verleden was dat vaak anders. Ik ben bijvoorbeeld zes jaar geleden om een heel opportunistische reden bij de radio gaan werken. Namelijk dat elke maand de bank aanklopte en ik 1700 gulden hypotheek moest ophoesten. De eerste jaren vond ik er ook niets aan. Nu vind ik het prachtig. Soms moet je al etende honger krijgen.
‘Tijdens en na mijn studententijd had ik ook veel baantjes die ik vervelend vond. Om mijn vriendin te vreten te geven die buitenlandse is en jarenlang geen werkvergunning had. En om mijn studie sociologie en mijn drankrekening te kunnen betalen. Zo ben ik fruitteller geweest. Moest ik achter de lopende band de kistjes fruit tellen die langskwamen. Daar word je echt niet vrolijk van.’

Hoe was je studententijd verder?
‘Het was een belachelijke tijd om te studeren. Bij sociologie had je alleen maar aanwezigheidsplicht. Je hoefde niks te kunnen. Iemand had altijd een hond bij zich in de collegezaal. Die hond is dus ook doctorandus in de sociale wetenschappen geworden.
‘In werkgroepen mochten we elkaar punten geven. De ene kreupele beoordeelde de andere manke. De grootste dombo’s kregen ruim voldoende. En als je grote tieten had of je als man de suggestie wist te wekken dat je in het bezit was van een enorm geslachtsdeel, kreeg je standaard een punt hoger. ‘Eén werkgroep kan ik me nog goed herinneren. Er zat een vreselijk mooi meisje bij. Ze kon ontzettend goed neuken, ik heb het ook eens met haar gedaan. Maar zó dom. Ze zou mijn schoenen nog niet kunnen poetsen zonder deskundige begeleiding. Als zij iets inleverde, had ze al een negen. Al die gasten wilden met haar naar bed.
‘Toen ze een heel banaal stukje inleverde, gaf ik haar een nul. Ik zei: “Een één zou namelijk betekenen dat ik er nog iets goed aan vind.” Dat heb ik geweten. Het maakte niet uit wat ik geschreven had, ik had sowieso een drie. Ik had namelijk de ‘groepscohesie’ doorbroken.

‘Ik dacht: “Hier wil ik helemaal niet tussen zitten.” Ik wilde ook wat opsteken van mijn studie. Toen ben ik naar een professor jeugdsociologie toegestapt en heb gezegd dat ik zijn leerling wilde worden. Ik heb drie jaar lang heerlijk bij hem op de kamer gezeten. En al zeg ik het zelf, ik ben daar niet echt een slechte socioloog van geworden.’

Heb je na je afstuderen nog iets gedaan met sociologie?
‘Ik heb een paar jaar bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO) gewerkt. Ik werkte daar nog drie dagen per week toen Het Goede Doel al grote hits had. Ik ben daar weggegaan, omdat de incest werd uit- gevonden. Want dat is echt uitgevonden.
‘Uit een enquête onder zevenhonderd echtparen bleek één vrouw wellicht geleden te hebben onder incest. Iemand die graag wilde promoveren, ging extrapoleren en kwam op een landelijk percentage van vijf procent. Dat is natuurlijk een volstrekt ridicule manier van statistiek bedrijven. Er ontstond een discussie over incest waarin zelfs geroepen werd dat één op de drie vrouwen last heeft van de gevolgen van incest.
‘Ik ben tegen dat soort vervalsing. Ik ontken niet dat incest bestaat. Maar ik vind het weerzinwekkend dat mensen promotie of carrière maken over de ruggen van vrouwen die het toch al niet getroffen hebben in hun seksuele opvoeding. Dat je, om er zelf beter van te worden, de grootte ervan opklopt en de media ermee bespeelt. Want geloof me, bij SBS6 zitten ze erom te springen. Het liefst horen ze dat vaders hun dochters aan vleeshaken geslagen hebben, zodat ze het met stand-ins kunnen naspelen. Zeer weerzinwekkend. Het enige dat ik nu nog met wetenschap doe is wetenschappelijke blaadjes lezen.’

Je hebt nogal een hekel aan hypocrisie?
‘Daar heb ik altijd slecht tegen gekund. Het is het terugkerende thema in al mijn werk. Als je goed luistert hoor je dat al mijn liedjes, hoe ze ook heten, daar over gaan.

Ben je dat dan vaak tegengekomen in je leven?
‘Ik heb me met de beste bedoelingen ter wereld vaak vergist in dingen. Bijvoorbeeld in de politiek. In 1976, toen jij nog een vaag idee was in de penhouder van je vader, werd Cambodja door Amerika illegaal kapotgebombardeerd. Tienduizenden gewone boertjes die rijst verbouwden zijn omgekomen. Het congres maakte er op een gegeven moment een einde aan en er kwam een democratische volksregering. Die vroeg geld voor humanitaire hulp en onmiddellijk stortte ik honderd gulden. De meneer die hulp ging geven heette Pol Pot en ontpopte zich al snel tot een weerzinwekkend dictator die miljoenen mensen afslachtte.
‘Twaalf jaar geleden maakte ik met wat andere bands een plaatje voor het ANC. De opbrengsten waren voor de Winnie Mandela-stichting. Die Winnie Mandela heeft daar waarschijnlijk honkbalknuppeltjes voor gekocht om kleine zwarte homofieltjes te laten doodknuppelen. En ik heb geld gegeven voor Khomeini, die kinderen van tien jaar door de mijnenvelden stuurde omdat die makkelijker te fokken zijn dan koeien.
‘Sindsdien hou ik het gewoon bij een paar Foster Parents kinderen. Hoewel dat ook weer heel verdacht schijnt te zijn. Ik ben wat voorzichtiger geworden.’

Hoe kom je er dan bij zelf in de politiek te gaan?
‘Niet uit liefde voor de politiek. Politici zijn in de regel een stelletje opportunisten en carrièrejagers. Op enkele nummers veeg ik dan ook de vloer aan met politici. “Als jij niet goed kunt liegen, want van liegen word je ziek, dan heb je het getroffen, want je zit niet in de politiek.”
‘Ik ben een paar jaar columnist geweest van het Utrechts Nieuwsblad. Omdat ik elke week een onderwerp moest hebben, ging ik eens kijken bij de gemeenteraad. Hoewel ik komische stukjes wilde schrijven, werd ik al snel een politiek satiricus. Ik ergerde me echt aan alles. Aan het oppurtunisme en het gebrek aan visie. De totale respectloze manier waarop er met burgers wordt omgegaan. Mensen worden helemaal niet betrokken in de besluitvorming. Ze worden als stemvee gebruikt zoals Endemol mensen als klapvee gebruikt.
‘Een jaar geleden zat ik in de kroeg met vrienden wat te zuipen. Toen besloten we een partij op te richten en daar tegelijkertijd geen kroegpartij van te maken. We pakten het heel serieus aan. Leefbaar Utrechts belangrijkste standpunt is dat mensen weer betrokken moeten worden bij de politiek. Wij zijn voor openbare debatten en referenda.
‘Ik liep een keer in de winter langs de gracht toen een bezopen man in het water donderstraalde. Heel veel mensen stonden aan de kant te kijken en niemand had zin om het water in te springen. Dat duurde een tijdje, totdat hij echt bijna verdronk. Opeens sprongen er vijf mensen tegelijk het water in. Zo is dat ook in de politiek voor mij en mijn vrienden. Ik doe het niet omdat ik graag het water in wil springen, maar omdat ik het lullig vindt als iemand verzuipt.’

Wat kunnen we in de toekomst nog allemaal van jou verwachten?
‘Westbroek wordt mijn laatste plaat. Ik wil iedereen nog een poepie laten ruiken. Ik heb een stuk of tien cd’s gemaakt en heb alles in de muziek gedaan wat leuk is.
‘Mijn contract met de VARA als presentator heb ik zojuist met twee jaar verlengd. Dat zijn tevens de laatste twee jaar dat ik het doe. Dan is het mooi geweest.
‘Ik wil schrijver worden. Ik ga een satirisch boek schrijven. Waar je lekker om kunt lachen. Ik ben nu net begonnen, moet het nog leren. Ik hou van mooie zinnen en vind schrijven prachtig. Heerlijk met een fles drank achter m’n computer zitten tikken. Voor een uur of twee dan.’

bron: ANS, Karin van de Wetering, februari 1999

Reageer hierop