Henk Westbroek over Doe Maar (Algemeen Dagblad)

‘Het Goede Doel is altijd, met afstand, nummer twee gebleven. De meest populaire groep was en is Doe Maar. En één van de beste, al vind je natuurlijk je eigen bandje altijd de beste. Zo werkt dat nu eenmaal.

De heren van Doe Maar zijn heel vriendelijk, beminnelijke collega’s. In de tijd dat we ‘concurreerden’ en wel eens samenspeelden, en ook nu nog. De pest is dat ze op een zeker moment niets goed meer konden doen in de ogen van de serieuze pers. Alleen bij hele kleine, jonge meisjes vielen ze behoorlijk in de smaak. Ernst Jansz citeerde wel eens uit de
liefdesbrieven. Of dan ontvingen ze polaroids met een ontbloot bovenlijfje. Zo van: ‘Kijk eens hoe rijp ik al ben voor mijn leeftijd’? Dat was soms heel genânt. Met Het Goede Doel hadden we daar helemaal geen last van. Dat kwam vast en zeker doordat ik altijd riep dat ik niet zo dol was op jonge fans. ‘Graag boven de achttien’, zei ik dan weer in een interview.

Doe Maar is een goede band. Daar mag je best een beetje nostalgisch aan terugdenken. Fans van toen zijn nu dertigers. Getrouwd, een kind, misschien wel twee, en een iets te hoge hypotheek. De muziek van Doe Maar doet herinneren aan de puberteit, de tijd die muzikaal ook het meeste indruk op je maakte. Schoolfeestjes, eerste zoen, seks, je weet wel. Wat ik niet vind kloppen is dat de mensen die toen zelden een goed woord overhadden voor dat bandje, nu met terugwerkende kracht lopen te verkondigen hoe goed het wel niet is. Van de nieuwe plaat kun je natuurlijk van alles zeggen. Wie
kwaad wil vindt dat de groep nog niet veel heeft bijgeleerd. Wie het beste met ze voor heeft, zegt dat ze het kunstje nog niet verleerd zijn. Ikzelf ben voor het laatste. Logisch dat ze doorgaan in oude stijl. Daar gaat zo’n reünie om. Je moet opwarmen wat intussen is afgekoeld. Je kunt niet verwachten dat er dan een heel nieuwe weg wordt ingeslagen, dat doen ze individueel wel.’

bron: Algemeen Dagblad, 13 april 2000

Reageer hierop