‘Tussen droom en daad’ over album ‘De Hemel’ (Free Magazine)

Henk Westbroek is in ‘De hemel’. Zo luidt tenminste de titel van zijn nieuwe plaat. Mocht je op zoek zijn naar een vervolg op ‘Zelfs je naam is mooi’, dan kom je bedrogen uit. Het verleden is geweest, de zanger heeft nu het vizier gericht op de toekomst. ‘De hemel’ is simpelweg een stap verder. Toch heeft het verleden daarin wel degelijk een eigen
plekje gekregen…

‘De basis van het liedje ‘Ik zou zo weg kunnen lopen’ is een jaar of die geleden gelegd, toen ik voor de verandering in een gedichtenbundel zat te lezen en daarbij stuitte op een van de beroemdste citaten uit de Nederlandse taal: ‘Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren’. Het eindigt met: ‘En een vorm van weemoed, die zich niet laat verklaren’. Voor de rest bleek het een grote scheldpartij op een vrouw van de dichter te zijn. Het citaat – met name veelvuldig gebruikt
in de vaderlandse politiek – is een volstrekt eigen leven gaan leiden. Wat ik gedaan heb, is het uitgangspunt van die schrijver oppakken en proberen daar een eigentijdse draai aan te geven. Op een gegeven moment, toen ik de tekst op papier had, speelde er een idee voor een melodie door mijn gedachten. Het leuk me leuk om dat voor te leggen aan
Pieter Groot-Kormelink van De Jazzpolitie. Die man weet namelijk vorm te geven aan hele mooie melodieën. Maar hij trok zich terug. Vond ‘t eigenlijk maar een vies liedje… Nou moet ik er eerlijk bij vertellen – Peter is een dierbaar vriendje van me – dat zijn Jazzpolitie net in die periode op het punt stond om uit elkaar te gaan. Ik vermoed dat door de stress, die daar ongetwijfeld mee gepaard is gegaan, z’n beoordelingsvermogen in de war was. Ik heb daar zelf ook wel eens last
van.

Dus toen heb ik George (Kooymans van Golden Earring) gebeld en die had de volgende dag al een liedje klaar. Hij begreep onmiddellijk, dat de tekst een grap was en had er vreselijk om moeten lachen. George speelt en zingt trouwens ook mee op de plaat. Niet dat het met z’n weigering te maken had, maar Peter heeft aan de rest van het album evenmin meegewerkt. Ik weet dat hij voorzichtig bezig is De Jazzpolitie weer nieuw leven in te blazen. Of in elk geval van plan is om op de een of andere manier z’n muzikale ideeën gestalte te geven. Ik heb hem al een hele tijd niet gesproken. Het fijne weet ik daar dus niet van.’

‘Dat ik bij dit nieuwe album ook een beroep heb gedaan op Chris en Gerard Koerts van Earth & Fire heeft te maken met het feit, dat ik al sinds jaar en dag samenwerk met Ab Tamboer, die destijds drummer was in die band. toen ik een paar jaar geleden voor mezelf begon, kwam Ab in mijn band. Na een jaar hield hij daarmee op – hij werd vader en wilde gewoon eens wat anders gaan doen – maar dat heeft hij uiteindelijk niet meer dan een half jaar volgehouden.

Hoe dan ook, we hebben sindsdien contact gehouden en schrijven regelmatig samen. De gebroeders Koerts, die verantwoordelijk waren voor het leeuwendeel van al die briljante Earth & Fire-songs, heb ik mede daardoor nooit uit het oog verloren. Ik heb die twee nog steeds erg hoog zitten. Vroeger, in de tijd van Het Goede Doel, had ik een schrijvers-partnership met Henk Temming. Tegenwoordig werk ik meestal samen met René Meister. Het merendeel van de twaalf liedjes van ‘De Hemel’ hebben we dan ook met z’n tweeën gedaan. Maar we gunnen elkaar de ruimte, zoals dat in een goede relatie niet meer dan logisch is. En dus kwam ik bij Chris en Gerard terecht, toen ik het liedje ‘De Regenboog’ een beetje in een Goede Doel-sfeer wilde brengen. Ook vanuit een soort verborgen agenda van mijn kant: ik wilde duidelijk maken dat, als ik wil, dergelijke liedjes nog steeds gemaakt kunnen worden… Ik vond het eerlijk gezegd goed passen bij ‘De Regenboog’. En ik ben erg tevreden over het resultaat. Het is prima gelukt. Wat zeg je? Was je bang, dat het een remake was van een duet van Frans Bauer en Marianne Weber? Nee, dus. Ik moet je eerlijk bekennen, dat ik niet zo goed op de hoogte ben van het repertoire van Frans Bauer. Ik heb z’n laatste plaat beluisterd. En ik kwam tot de conclusie dat hij die niet voor mij heeft gemaakt…’

‘Hoe dan ook, Chris en Gerard zijn erbij gehaald door Ab. Die laatste kwam op een gegeven moment met z’n Utrechtse vriendin bij ons eten, toen ik net de laatste hand legde aan het rijmpje van ‘De Regenboog’. Hij vroeg of hij, Chris en Gerard daar eens muzikaal mee aan de slag mochten gaan. Nee, het kwam bij mij niet voort uit een gevoel van ‘laat ik die jongens ook eens iets gunnen’. Mijn enige criterium is, dat het goed moet zijn. En zoals ik net al zei: ze hebben prima werk geleverd.
Vorig jaar schijnen ze een album gemaakt te hebben met Anneke Gronloh en die plaat is nog uitgebracht ook, hoewel niemand daar ooit meer iets van gehoord heeft. Voor zover ik weet, deden de broers tot voor kort eigenlijk alleen maar van dat soort rare projecten. Chris is een paar maanden geleden verhuisd naar Frankrijk, waar hij van z’n spaarcentjes
een restaurantje met een woning heeft gekocht. Hij is nu in de eerste plaats kok, met de bijbehorende omvang.

Gerard en Ab, op hun beurt, houden zich vooral bezig met allerlei opdrachtproducties. Ze maken bijvoorbeeld van die instrumentale platen, waar je goed bij kunt slapen. Noem het meditatie-werk. Ze zijn in elk geval totaal niet meer hitparadegericht. Ze worden ook nooit meer gevraagd voor dergelijke dingen. Dat is het trieste lot van de wat
oudere componist. Er is altijd wel een jongere collega, die hotter is. En iedereen hobbelt dus naar die hotte mensen toe. Mijn enige criterium is, dat iets goed moet zijn. Het maakt mij dus echt niet uit, wie daar dan verantwoordelijk voor is. Of het werk van René altijd goed is? Nou, nee. Hij is een van de drie boezemvrienden, die ik koester. Maar hij komt dus echt wel eens met een melodie, die ik helemaal niks vind. Net zoals ik soms een tekst schrijf, waarvan hij zegt ‘Beste Henk, daar kan ik weinig mee’. Boezemvrienden kunnen dat van elkaar hebben.’

bron: Free Magazine, januari 2000

Reageer hierop