Het imago van Henk Westbroek (Algemeen Dagblad)

Henk Westbroek (49) gaat zijn twintigste en laatste jaar in als VARA-deejay op Radio 3FM. ‘Giel Beelen heeft de neiging om Opa Henk tegen me te zeggen. Dat is een teken aan de wand.’ De fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht en medeoprichter over zijn imago als deejay, politicus en kroegbaas. ‘Populist, zeggen ze. Ik begrijp wel waar dat verwijt vandaan komt.’

‘In de kranten lees je na het dodelijk motorongeluk van Chris Götte alleen maar over de condoléances op de website, niets over wie de drummer van Blof nou eigenlijk was. Vanochtend hoorde ik er een paar platenpluggers over, niet over Chris zelf, maar over een cd van Blof, hoe goed die wel niet zou verkopen, zeker als je hem aan Chris zou opdragen. En Chris was nog niet begraven of ik werd al gebeld door drummers, want ik ken de weg in de wereld van de Nederpop, of ik niet een goed woordje voor ze kon doen. De muziekindustrie heeft zijn onschuld, als die er ooit was, verloren. De Beatles, de Rolling Stones, Bob Dylan waren van nature recalcitrant. Nu heeft elke platenmaatschappij een communicatiedeskundige in dienst. In de popmuziek heeft de jeugd tegenwoordig nog maar twee keuzes: of je valt in het marketingconcept van Coca Cola of in dat van Pepsi Cola. Ik heb het zoontje van Bob Dylan eens in de uitzending gehad. Heet ook Dylan. ‘Waarom niet Zimmermann?’, vroeg ik. Werd hij heel kwaad, want in de voorwaarden stond dat er niet over zijn vader gepraat mocht worden. Maar waarom neemt hij dan de artiestennaam van zijn vader over? Vond ik een heel terechte vraag. Later hoorde ik dat hij helemaal getraind was. Zoals de Sex Pistols, helemaal gestyled door Malcolm McLaren. Dat waren de eersten die werden gemanaged in onbehoorlijk gedrag, die moesten contractueel schijt hebben aan iedereen.
Ik sta op een plaatpresentatie en daar komt voor de tweede keer zo’n hyperactief ADHD-kind langs huppelen om weer een biertje uit mijn hand te trekken. Ik zie zijn hand voorbijkomen, grijp die vast en, ik ben in mijn vriendelijkste bui, dus ik zeg: als jij een biertje van me wilt hebben, kun je er een krijgen, maar wel eerst even vragen, want anders hebben we een probleem. Zegt die jongen. Man, man, it’s just image, I’m a Beasty Boy.

In de tijd van Het Goede Doel droeg ik altijd gympies, Adidas, ver vóór de hiphop, dat bestond nog niet eens. Ik droeg die dingen al jaren, onder welk pak dan ook. Bij elke tv-registratie werd er op ingezoomd. Als ze vroegen waarom ik die gymschoenen droeg, zei ik altijd: omdat ze lekker zitten. Maar niemand die het geloofde. Dus die gymschoenen werden mijn imago.
Toen ik klein was, moest ik altijd de afdragertjes van mijn zwager dragen, ie een maat kleinere schoenen had. Dus die gingen in de uitrekmachine, kon ik ze net aan. Ik heb daar een beetje pijnlijke voeten aan overgehouden. Ik heb een imago overgehouden aan mijn zere voeten. Een imago krijg je toch wel, dus het is handiger als je het stuurt.

‘Populist’, zeggen ze sinds ik fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht ben, en een van de oprichters van Leefbaar Nederland. Populist. Ik begrijp wel waar dat verwijt vandaan komt. De meeste mensen zijn niet in staat om problemen helder te verwoorden en vinden iemand die dat wel kan al gauw een populist. Bovendien is vertrouwen in de verstandelijke vermogens van de mensen die kiezers heten, eigenlijk een populistische gedachte. En mijn achtergrond werkt tegen me: ik werk bij 3FM, dus in de entertainmentindustrie, en ik zing. Nou probeert mevrouw Jorritsma een week vóór de verkiezingen altijd een duet met Gordon te zingen, maar als je dat toevallig wel goed kunt, dan is dat ineens een zwak punt voor een politicus. En dan ben ik nog kroegbaas ook en dat is een verlopen iemand die met zwart geld een café-restaurant exploiteert. En ik exploiteer er binnenkort nog twee ook in Utrecht. Het ligt ook een beetje aan mezelf: ik heb bij een domme vraag de neiging om te vragen of het niet wat slimmer kan.
En ik ben een VARA-jongen. Sommige mensen vinden dat ik gewoon in PvdA actief zou moeten zijn. Vind ik zelf ook eigenlijk. Maar die partij van binnenuit hervormen? Vergeet het maar. Dat is zo’n dikke ambtelijke organisatie. Het beleid wordt bovenaan vastgesteld en dient van onderen te worden uitgevoerd. De PvdA kan niet met dissidenten omgaan. Als een eenling word je platgewalst. Dat was vroeger anders. Ik zag mijn lievelingsband aller tijden, de Kinks, op een PvdA-congres. Ik kwam natuurlijk voor de Kinks, maar als jochie van 13 viel het me wel op dat er leven in de partij zat.
Mijn vader, machinebankwerker, was PvdA. Je moet je niet voorstellen dat er thuis over politiek werd gesproken. PvdA, dat wás je gewoon. Mijn vader was van 1912, had de crisis meegemaakt, stemde dus PvdA en was lid van de vakbond, die er voor zorgde dat wij zes jaar nadat die was uitgevonden toch maar mooi onze eerste televisie kregen. Toen ik afstudeerde, ik had sociologie gedaan en kreeg een baantje als bibliothecaris, kreeg ik van mijn vader als cadeau het lidmaatschap van de ambtenarenvakbond, de VARA-gids en de dodenverzekering bij de Centrale.

Mijn middelbare school was de eerste in Nederland die bezet werd, in 1969. Het stond op alle voorpagina’s. Ik was toevallig voorzitter van de schoolvereniging, Henk Temming die ik later in Het Goede Doel zou tegenkomen, was vice-voorzitter. Onze eis was een overblijflokaal, om te schuilen als het slecht weer was. Harmen Roeland, nu van het NOS Journaal, zat bij mij in de klas en kon aardige stukjes schrijven voor het illegale dagblad dat we uitgaven. Een over blijflokaal. Het ging nergens over, maar van het een kwam het ander. Een deel van de leraren sympathiseerde met ons, wilde onderwijskundige hervormingen, dat je mocht roken in de klas enzo. Daar waren Temming, Roeland en ik mee bezig. Een revolutionaire cel heette dat. Ik weet nog dat ik bij de wethouder moest komen, die later de schoolleiding zou ontslaan, en dat hij zei: jullie zijn anarchisten, hè? Ik zei: dat weet ik niet. Waarom niet? Nou, ik weet niet wat dat zijn. Dat was de ideologische diepgang.
Om de maatschappij een beetje beter te leren begrijpen en te verbeteren ging ik sociologie studeren. Links was iedereen in die tijd. er waren er die vonden Joegoslavië een heilsstaat, maar ik was er geweest en ik vond van niet. Ik was scholier al in Praag geweest, daar heb ik de as van Jan Palach nog zien liggen. Dan had je nog zo’n clubje, wat tegenwoordig de SP is, dat vond wat in China gebeurde toch ook wel geweldig. Ik vond gelijkheid voor iedereen ook wel een sympathieke gedachte, maar als liefhebber van W.F. Hermans, die er nog wel eens kritische verhalen over schreef, had ik er wel twijfels bij. En dan was je toch wel heel rechts, als je links was en twijfels had.

Ik schreef al liedjes, maar Henk Temming haalde me over om te zingen bij Het Goede Doel. Ik was altijd al een zenuwpees, ik durfde niet, maar ik vond het ook een soort prestatie om ondanks die angst het podium op te gaan. En ik werd deejay. Bij de VARA natuurlijk. Dat ben ik nu al negentien jaar. Lang, hè? Ik maak de twintig vol. Mijn contract loopt over een goed jaar af. Ik heb mijn tijd wel gehad op 3FM.
Hier kiezen drie ambtenaren voor iedereen de plaatjes uit, muzieksamenstellers die onder de zendercoördinator vallen. Aan hem hebben de omroepen hun macht afgestaan en daardoor hebben zij hun herkenbaarheid verloren. Terwille van de herkenbaarheid van het station. En herkenbaarheid wordt vertaald met: alles altijd hetzelfde en nooit iets onverwachts. Ik heb geregeld aanvaringen met de muzieksamenstellers. Ik geloof dat we nu in een periode zitten waarin we zelfs niet met elkaar praten. Mar ze houden wel rekening met wat ik leuk vind. Ik mag een of twee plaatjes per uur van mezelf draaien. Het moet ook allemaal op jong geprogrammeerd worden. Maar intussen zijn de luisteraars tussen de 30 en 50, want popmuziek is al lang niet meer alleen jongemensenwereld. Er zitten nu al mensen in het bejaardentehuis die de Rolling Stones hebben meegenomen in plaats van ‘Waarheen, waarvoor?’.
Ik heb de leeftijd van veel 3FM-luisteraars en ik vermoed dat daarover gepraat wordt, zij het nog niet hardop. Alhoewel, Giel Beelen heeft de neiging om Opa Henk tegen me te zeggen, wat ik bijzonder onaangenaam vind. Zo heb ik er ook nooit tegen gekund dat mijn moeder in het bejaardentehuis door de eerste de beste verpleegster Tante Nel werd genoemd in plaats van mevrouw Westbroek. Maar het is wel een teken aan de wand en dan moet je op een gegeven moment de verstandigste zijn. Dat kan ik allemaal wel niet leuk vinden en dat vind ik ook niet, want ik vind dat ik een heel moderne smaak heb en ik draaide altijd als eerste Blof en de Urban Dance Squad. Maar straks zeggen ze het hardop. En dat wil ik  vóór zijn.

Misschien dat ik wat anders ga doen op de radio, als ze me willen. Een politieke carrière zit er niet in. Ik ben niet verkiesbaar voor Leefbaar Nederland. Ik stel me alleen kandidaat voor de programmacommissie. Stel dat de PvdA door een electoraal succes van Leefbaar NEderland tot inkeer komt, dan moet je jezelf meteen opheffen. Ik sluit dat niet uit. Ik hoop het zelfs.
De andere oprichters van Leefbaar Nederland hebben ook een radioverleden. Jan Nagel was eindredacteur van de Rooie Haan, ook VARA. Maar ik kende hem niet, want ik werk bij het subonderdeel 3FM dat intussen, ik had bijna gezegd: gelijkgeschakeld is. Maar dat is weer zo’n eng woord. Ik had hem wel eens gezien op het jaarlijkse VARA-feest, waar ik altijd op kosten van Vera Keur pilsjes kwam drinken. Ik leerde hem pas kennen toen hij me belde: zullen wij proberen een clubje op te richten?
Willem van Kooten was ook deejay en is zo’n beetje de uitvinder van de commerciële radio. Heb ik niets op tegen. Ik heb nooit begrepen waarom de puplieken zich verzetten tegen de commerciëlen en helemaal niet waarom ze het commerciële wapen van de reclame in de strijd gooien. Ik vind 3FM wel een publieke taak, maar over wat dat inhoudt bestaat veel verwarring: een goeie plaat is een goeie plaat, zelfs als hij goed verkoopt, draaien dus.

Mijn eerste plaat, België, kwam uit bij Red Bullet van Van Kooten. Hij is verschrikkelijk rijk geworden. Hij zei tegen me: ik heb ontzettend veel geld verdiend en als je dan niet een beetje idealist kunt worden, kan je het nooit meer. Met Het Goede Doel gaven we hem voor zijn verjaardag eens de complete werken van Plato cadeau. Toen zei hij: ik ben er heel blij mee, ik heb het meeste wel, maar dat is toch helemaal stukgelezen. En toen begon hij uit zijn blote hoofd Plato te citeren. Dan ben je toch een wat a-typische platenbaas.
Ik ga een nieuwe plaat opnemen. Mijn hart ligt bij de muziek. Ik zit niet voor mijn lol in de politiek. Zoveel leuke mensen kom je in de politiek niet tegen. Ik heb er nog nooit een goede vriend aan overgehouden. Macht misvormt en is ook wel lekker natuurlijk. In mijn Goede Doel-tijd was de reactie: Nederlandstalig, dus dat kan niks zijn. Journalisten schreven altijd: hij keek mij somber aan, hij lachte weer eens cynisch. Je kon het nooit goed doen. Nu word ik heel anders benaderd, als zanger dan. Met de horecapers heb ik ook nooit problemen. Ik heb net een boeiend e-mail-interview achter de rug met het blad lunchroom, oplage 40.000. Dat ging over het broodje kaas, waar ik tot mijn eigen verbazing toch nog een pagina over vol heb weten te typen.

Maar er wordt ook over de politicus Westbroek geschreven, over de politieke leider van Leefbaar Utrecht. Nou is Utrecht een one-paper-city en ik heb de indruk dat ze bij het Utrechts Nieuwsblad airmiles krijgen als ze iets onaardigs over mij schrijven. Het is een soort vendetta. Ze plassen altijd over me heen. Ze besteden een kwart pagina aan de opinie dat wij eigenlijk fascisten zijn, wat ik niet prettig vind, en dat wij een soort stalinisten zijn, die, mochten er in Utrecht zoutmijnen zijn, die onmiddellijk zouden heropenen om er andersdenkenden in af te storten. En nooit mogen wij commentaar geven. Maar weet je wat het is? Hoe meer ze op ons pissen, hoe meer zetels we halen. Het gaat met ons beter dan met hun oplage. Als je iemand de grond in wil schrijven, moet je ook eens één keer iets aardigs over hem schrijven. Zeik je hem dan de volgende keer af, dan ben je veel geloofwaardiger. Dus ik hoop dat ze dit strategische advies niet lezen.’

bron: Algemeen Dagblad, Coen van Harten, 4 april 2001

2 reactie(s)

  1. Hoi ik wil graag weten wat,ook alweer,de naam is van Dhr.Westbroeks café.ik heb €10 gewed om als eerste de naam te weten,en mail.

    Naik van der Wielen | Jul 30, 2015 | Reageer

  2. Stairway to heaven

    Lennart | Oct 7, 2015 | Reageer

Reageer hierop