Ouwe hippie (Haagsche Courant)

Henk Westbroek (51) wil niet als een varken in de stront door zijn eigen verleden rollen. Dat hij weg moest bij Radio 3FM is ‘jammer maar na twintig jaar toch niet zo gek’. Van politiek heeft hij de buik vol, van zingen niet. De man die ‘altijd al 68 jaar is geweest’, staat volgende week 25 jaar op de planken.

‘Ik heb een pistool tegen mijn hoofd gehad. Onze kat is opgehangen aan een boom in de tuin met een spijker door z’n lijf waaraan een briefje zat: ‘Jij bent de volgende’. Mijn dochtertje heeft dat als eerste gezien.

Nooit in mijn leven ben ik zo vaak en zo intensief bedreigd. Het begon op de dag dat Pim Fortuyn lijsttrekker werd van Leefbaar Nederland en het eindigde op de dag dat hij mede door mij de partij moest verlaten. Daarna ben ik niet één keer meer bedreigd. Maar toen had ik er allang genoeg van.

Ik geef mijn nederlaag grif toe: ik had er nooit aan moeten beginnen. Al die bedreigingen, al die ellende, dat is het me niet waard. Kijk, als ik iemand een sukkel noem en er staat in de krant: ‘Scheldkanon Westbroek is weer bezig’, dan kan ik daar wel tegen, ook al slaat het doorgaans nergens op. Maar als je leven bedreigd wordt, als je gezin gevaar loopt, dan ben ik weg. Ik ben gezwicht voor terreur. Met volle overtuiging. En ik heb er geen minuut spijt van gehad.

Fortuyn kon er wel tegen, maar bij Leefbaar Nederland hebben we wel altijd gezorgd voor een goede beveiliging. Hij vond dat niet nodig, maar wij wel, ook al kostte het een hoop geld. Als hij bij ons was gebleven, was hij niet vermoord. Dat is wel zeker. Dat LPF0tuig van de richel had er geen geld voor, die lui hebben dat allemaal uitgegeven aan declaraties van honderdduizenden euro’s. Allemaal zogenaamde idealisten, die de partijkas hebben leeggeroofd. Ik had nog tegen Fortuyn gezegd: ‘Begin geen eigen partij, anders gebeurt er een ongeluk’.

Wij zijn altijd goede vrienden gebleven, tot de dag van zijn dood. Al zat die hele politiek me toen al tot hier. Je komt er niet doorheen, je kunt het niet veranderen. Al die ambtenaartjes die zichzelf in stand zitten te houden met rapporten, plannetjes, overleggen en vergaderingen waarin ze hun eigen onmisbaarheid willen aantonen. Je ziet dat er steeds meer beleidsmedewerkers komen die meer dan een ton aan euro’s per jaar opstrijken.

Politici houden de schijn op dat ze beter zijn, maar dat zijn ze niet. Ze hebben ook hun belangetjes, ook hen gaat het om het vergaren van posities. Toen wij met Leefbaar Utrecht naar veertien zetels gingen, zei een CDA’er tegen me: ‘Wat moet ik nou verder met mijn leven?’. Een ander zei: ‘Ik ga ook maar een orgel kopen’. Zei ik: ‘Moet je wel eerst leren zingen’. Als ze hun baantje verliezen, zijn ze ten einde raad, proberen ze je op alle mogelijke manieren onderuit te halen, af te breken, kapot te maken. Maar zodra ze bij jou, bij de macht, kunnen aansluiten, willen ze je in de armen vallen. Ze denken dat burgers dat niet doorhebben, maar dan vergissen ze zich lelijk. Kijk eens naar de peilingen waarin het vertrouwen in politici wordt gemeten. Niemand haalt daar nog een voldoende. Nie-mand.

Politiek is net zo erg als je in je slechtste momenten denkt. Ik had altijd een hoge pet op van Jan Marijnissen, niet vanwege zijn ideeën, maar hij sprak me aan. Zie ik pas in een tv-documentaire dat hij met de mensen onder hem omgaat alsof het honden zijn. Wat een maoïst. In diezelfde documentaire zegt een CDA’er zonder schaamte dat hij alle brieven van mensen die een probleem hebben in de prullenbak gooit en alleen een uitnodiging vasthoudt.

Leefbaar Nederland, waarvan ik mede-oplichter ben- goh wat een leuke verspreking- is volkomen terecht afgestraft met nul zetels. Ik schaam me dood dat ze met zo’n idioot van een Ratelband kwamen aanzetten. Die partij is mijn kind, maar ik heb het voor galg en rad zien opgroeien en ik schaam me echt dat ik daaraan heb ‘meegewerkt’

Vooruit
Ik ben niet verzuurd, niet gefrustreerd. Ik wil geen zeurkous worden. Ik heb ook een anekdotetrommel, maar daar ga ik niet uit putten. Weet je nog, dit en dat, dat was leuk he, vroeger was alles beter. Houd toch op, dat is heel vervelend. Als je wilt leven, moet je niet als een varken in de stront door je eigen verleden rollen. Ik wil vooruitkijken, altijd met iets bezig zijn, iets ondernemen, iets proberen. Op mijn sterfbed zal ik nog aan een opera beginnen of een musical, over Marco van Basten of zo.

Nu maak ik een programma voor de regionale omroep Utrecht. Soort Van Gewest tot Gewest. Ik ga op mijn manier elke week een dagje naar een dorp toe, beetje vrij, beetje leuk. Ik op TV, ik beweeg altijd. Ik heb altijd rugpijn en ben daardoor constant bezig een houding te zoeken zodat ik het niet voel. Zeurderig, altijd aanwezig. Helemaal niet erg, en als het dat eens wel is, neem ik een borrel extra. Ik loop al twintig jaar elke week bij een kraker, maar het gaat niet weg. Dus ik, die altijd beweeg, op de regionale TV, wat ook nog eens het Rosa Spier Huis is voor afgedankte presentatoren. Maar zie: het programma is drie keer beter bekeken dan elk ander programma van alle regionale omroepen.

Dat ik weg moest bij Radio 3FM vind ik jammer, maar geen ramp. Ik ben altijd netjes behandeld door de VARA. Het is waar, het laatste jaar had ik een chef die nooit een woord met me heeft gewisseld. Dat is niet zo aangenaam, maar ik ben een prof, ik doe mijn werk. Hij vond dat ik nu toch eens plaats moest maken voor iemand die meer aansluit bij de jeugd. Dat vind ik niet zo gek. Ik heb het twintig jaar gedaan, dat is toch eigenlijk absurd. Dat zijn twee generaties en dat voor een jeugdzender. Dan is het logisch dat iemand een keer zegt: Het is tijd voor een ander. Nee, dat zeg ik niet omdat ik nog over een afkoopsom onderhandel. Ik ben altijd freelancer geweest, heb altijd leuk verdiend en ook wel eens een extraatje gehad, maar als het afgelopen is, krijg je niets meer.
Ik heb niet zo’n wild leven geleid. Ik heb wel graag af en toe een wietje gerookt, nu nog wel eens, dan slaap ik zeven uur goed zonder rugpijn. Maar ik heb nooit zo achter de vrouwen aan gezeten. Ik ben altijd vrij gelukkig geweest, heb al snel de vrouw ontmoet met wie ik nog samenleef. We zijn ruim 35 jaar bij elkaar. Ik had beloofd dat als we dat zouden halen, ik een liedje voor haar zou schrijven. Dat is ‘Zelfs je naam is mooi’ geworden. Als we elkaar vijftig jaar kennen, gaan we trouwen.

Wij hebben geen praatrelatie, daar word je zo moe van. Wij kunnen zwijgend naast elkaar zitten en het geweldig naar ons zin hebben met z’n tweeën. Ik ben een sociaal mens, ik zit graag in de kroeg, maak graag een babbeltje, maar stilte is ook mooi. Als ik werk, gaat de deur dicht en zet mijn dochter de nieuwe Iglesias een tandje zachter.

Vader
Ik wilde nooit kinderen. Ik had altijd die chique neerbuigendheid van drs. P: ‘Kinderen zijn leuk, vooral als ze weggaan’. Mijn vriendin wilde geen kinderen, maar toen ze eind in de dertig was, veranderde ze van mening en stelde mij voor de keus: ‘Als jij niet wilt, zoek ik een andere pappa’. Kwam ik met een compromis: ‘Ik bevader je, al zie mezelf niet als vader. Maar ik beloof je, als het niks voor mij is, houdt onze relatie weliswaar op, maar zal het kind nooit een dubbeltje te kort komen.’ Mijn vriendin was nog geen drie maanden zwanger en ik zat al een kinderboek te schrijven.
Ik ben ogenblikkelijk minder gaan werken toen mijn dochter geboren werd. Je krijgt maar een kans om samen ouder te worden. Toen ze in de wieg lag en ik niets hoorde, hield ik een spiegeltje boven haar gezicht om te zien of ze nog wel ademde. Als ik maar ‘e’en snotje zag, zat ik al met haar in het ziekenhuis. Ik kan het op geen enkele manier beredeneren, maar met mijn dochter heb ik zoiets van: ‘De hele wereld kan doodvallen, letterlijk, maar aan jou komen ze niet’. Het is een pittige tante, schijnt ze een beetje van mij te hebben. Als ik a zeg, zegt zij b.
Als ik met haar op straat liep, in zo’n hangzak tegen mijn buik, vroegen mensen meestal: ‘Wanneer komt de volgende?’ Zei ik: ‘Hoezo? Wat mankeert er aan deze?’ Mijn vrouw was toen 37, ik dacht: laat ik er maar een knoop in leggen. Maar als ik geweten had dat het zo geweldig zou zijn, was ik er eerder aan begonnen en had ik toch zeker wel twee kinderen gewild.

Mijn dochter is veertien en toen ik zo oud was- of twaalf of dertien, dat weet ik niet meer zo precies- hoorde ik dat mijn ouders niet mijn echte ouders waren. Dar ben ik een tijdje van in de war geweest. Ik ben opgegroeid in een arbeidersgezin, mijn vader was machinebankwerker en in zijn vrije tijd een beetje uitvinder. Mijn moeder vouwde inlegbladen voor het modeblad Ariadne. Het waren ontzettend lieve, leuke ouders.

Op een dag komt mijn lievelingstante op visite en die vertelt dat zij eigenlijk mijn moeder is. Ze had mij afgestaan aan haar zus. Mijn biologische moeder is in de oorlog letterlijk Rotterdam uit gebombardeerd. Een kind dood, haar man als dood opgegeven. Zes jaar later staat die man ineens voor de deur, hij had in een Jappenkamp gezeten. Toen had ze al een andere man. Mijn moeder moest kiezen met wie ze getrouwd wilde zijn. Dat is een onmenselijke keuze en ze sprak de historische woorden: ‘Dan wil ik met geen van twee getrouwd zijn’. Daarna is ze een beetje losgeslagen en heeft ze een tijd een druk erotisch leven geleid, euh, ja, laat ik het zo maar noemen.

Twee jaar geleden tijdens een theatertour zat ik na afloop aan de bar. Ik kijk altijd naar horloges van mensen en de man die naast mij zat had een zogeheten crickethorloge om. Ik zeg: ‘Sorry, ik zoek geen contact, maar dat is een apart horloge’. Zegt die man: ‘Henk, tussen haakjes, wij zijn volle broers’. Blijken wij dezelfde biologische vader en moeder te hebben.

Hij is bij heel christelijke mensen opgevoed, ik niet. Maar wat blijkt? Na vijf minuten maakten we elkaars zinnen af. We hebben hetzelfde gevoel voor humor, we lopen op dezelfde manier en hij is ook een stevige roker. Als socioloog, die ervan overtuigd is dat vooral de opvoeding en omgeving waarin je opgroeit bepaalt hoe je later in het leven staat, heeft mij dat behoorlijk van mijn stuk gebracht. Ik heb nog twee halfzussen en een halfbroer, die ruim twintig jaar ouder zijn, voor mij als kind ook een soort vader en moeder zijn geweest, maar die ik nu misschien eens per jaar zie. Mijn biologische broer zie ik bijna dagelijks.

Dood
Mijn vader was voorzover ik weet een visboer uit Utrecht. Ik hem nooit gekend en dat vind ik geen gemis. De ouders die mij hebben opgevoed, beschouw ik nog steeds als mijn echte ouders, en ik heb tot hun dood veel van ze gehouden. Ook met mijn biologische moeder heb ik een goede relatie gehad en ook van haar heb ik veel gehouden. De afgelopen tien jaar zijn mijn drie ouders doodgegaan en dat heeft me veel pijn gedaan. Ik heb er ook liedjes over geschreven. Mijn biologische moeder was uiteindelijk toch weer getrouwd, met een kapper. Bij zijn dood kwam er helemaal niemand. Mijn zei bij zijn graf: ‘Het was een saaie man, maar een goeie man’. Dat is toch verschrikkelijk, je doet je hele leven geen vlieg kwaad en dan komt er niemand op je begrafenis. Dat vind ik een angstbeeld.

De dood, ouder worden, vind ik sowieso een hel. Als twintiger schreef ik al beschouwende liedjes, zoals ‘Ik er leven op Pluto?’. Ik ben eigenlijk altijd al een man van 68 geweest. Het erge van ouder worden is dat je gedwongen wordt om minder te drinken, omdat je er niet meer tegen kan, maar dat de dorst niet afneemt. Als ik de keus had zou ik liever 25 jaar zijn. De leukste cafés zijn waar jonge mensen komen die tot zes uur ‘s ochtends doorgaan. Maar wat heb ik er te zoeken?
Niets is erger dan een ouwe hippie. Heel zielig. Vorige week zondag heb ik op een feestje eens een keer doorgehaald, vijftien pilsjes. Maandag konden ze me de hele dag bij het groot vuil zetten. Ik vind ook dat ik er vroeger beter uitzag. Als je ouder wordt gaat alles hangen. Valt het je niet op dat alle oude mensen een beetje op elkaar beginnen te lijken? Het individuele gaat er af en dat vind ik persoonlijk minder mooi. Tja, iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn.

Geboren: 27-2-1952
Woont samen met Vriendin Julia, met wie hij een dochter heeft: Chris
1973: Afgestudeerd als socioloog aan de Universiteit van Utrecht
1973-1976: Onderzoek naar de jeugdbeweging in Nederland
1976-1979: Werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek
1978-1992: Zanger van Het Goede Doel met Henk Temming en Sander van Herk
1992-heden: Solozanger
1983-2003: Presentator van Denk aan Henk op Radio 3fm
1998-2000: Lijsttrekker Leefbaar Utrecht
1999-2002: Medeoprichter en bestuurslid Leefbaar Nederland
Heden: Eigenaar cafe Stairway to Heaven in Utrecht en programmamaker RTV Utrecht
Binnenkort: Medeoprichter Alternatieve Speakers Academy met als sprekers onder anderen Harry de Winter, Vera Keur, Bert v.d. Veer en Ad Bos (klokkenluider bouwfraude)

bron: Haagsche Courant, door Dick Hofland, zaterdag 27 september

1 reactie(s)

  1. Wij hebben een project over Hippie!

    XX Sanne

    Sanne | Mar 17, 2009 | Reageer

Reageer hierop