Van Basten als inspiratiebron (Algemeen Dagblad)

Wat heeft de bekende Nederlander met sport? Vandaag vertelt diskjockey Henk Westbroek over de zeikende spelers van FC Utrecht.

Slecht nieuws voor alle worstliefhebbers in De Galgenwaard. Spelers van FC Utrecht schijnen nog weleens in de rust in de bakken vol met warm water, waar de dampende worsten in liggen, te willen plassen. Bron: Henk Westbroek, al decennialang supporter van de eredivisieclub uit de Domstad.

De diskjockey weet niet of de spelers het geintje nog steeds uithalen. Hans van Breukelen gaf het geheim ooit aan hem prijs. Westbroek: ‘Vroeger stonden die zilverglimmende worstenbakken naast de ruimte waar de spelers in de rust hun thee dronken. Het was een seizoen lang een continue practical joke om erin te zeiken. Ik heb er overigens nooit wat van gemerkt. Ja ik vond die worsten wel wat kruidig. Maar ik houd ook van augurken.”

In café Jan Primus, vlakbij zijn huis en vlakbij de Galgenwaard, vuurt de 52-jarige Westbroek anekdotes af over Utrecht. De diskjockey had al banden met de drie verenigingen die in 1970 tot de plaatselijke FC samensmolten. ‘Mijn zwager speelde nog samen met Willem van Hanegem bij Velox, mijn vader was voor DOS en mijn broer voor Elinkwijk. Dat leverde veel ruzies op aan tafel. Wat dat betreft is die fusie een uitkomst geweest.’

Henk Westbroek werd een fan van de nieuwe club. ‘Maar’, zegt hij er direct bij, ‘dat heeft vooral te maken met mijn afkomst. Zo zijn we in Nederland allemaal voor Oranje. En als ik in Zweden was geboren, was ik voor Zweden. Je kiest toch voor het team waar je vandaan komt. Ik heb nog nooit een Nederlander gezien die zei: ‘Ik voel me toch in hart en nieren een Zweed’.’

Westbroek pleegt zichzelf een liefhebber te noemen. Zijn liefde voor Utrecht heeft absoluut te maken met ‘absurdistisch fanatisme’ benadrukt hij. Maar toen hij Marco van Basten ooit aantrof op de tribunes bij Utrecht – Ajax voelde de zanger zich toch wel heel klein. De zenuwen bezorgden hem kriebels in zijn buik. ‘Ik zag dat hij even naar mij keek. Dus ik stapte de skybox -waar ik te gast was- uit en liep naar de box van Marco van Basten. Ik stelde me netjes voor en vroeg ‘Hoeveel gaat het worden?’. ‘Kijk maar naar het veld’, antwoordde hij. ‘Die Ajax-spelers lopen allemaal met het koppie omlaag. Ze zijn nu al bang, ook al kunnen ze stuk voor stuk beter voetballen. Utrecht wint’. En uiteraard won de thuisploeg ook. Tsja, het is een wijze man, ie Van Basten. Een inspirerende voorbeeld.’

Werken, keihard werken. Het hoort volgens Westbroek bij FC Utrecht. Toen hij werd benaderd om een clublied te schrijven en te zingen, moest het dan ook een ‘relativerend nummer’ worden. ‘Vaak staan in die liederen teksten als ‘wij zijn de besten en de sterksten’. Toch een beetje misplaatst, als het een marginaal clubje betreft.’ De auteur koos dus voor het niet al te gecompliceerde lied ‘Mannen moeten werken’, waar de supporters zich in konden herkennen. Hij dacht bij het schrijven vaak aan Marco van Basten, die hem op het hart had gedrukt dat je met hard werken kwaliteit kan overtroeven.

Zelfs de beste scheids kan zich een keer vergissen
Daar kent iedereen wel een mooi voorbeeld van
Alleen voor open doel staan en dan nog weten te missen
Is iets dat elke spits een keertje overkomen kan

‘Het liep bij het opnemen van het nummer wel bijna uit de hand’, gaat Westbroek verder. ‘Ik had als begeleiding allemaal Utrecht-fans in huis gehaald, die op de trommels moesten slaan. Alleen werd er op een van die trommels klaarblijkelijk ook in de Amsterdam Arena geslagen. Komt er ineens een mafketel naar me toe. ‘Dat is een Ajax-neger-trommel’, zegt die. Ik hem hem direct weggestuurd. Dat er zulke krankzinnige mensen bestaan.’

Dat bedoelt Henk Westbroek dus met absurdistisch fanatisme. Hij ziet het voetbal meer als vermaak voor de hele familie. Het moet ook voor vrouwen en kinderen leuk kunnen zijn, is zijn mening. In de Verenigde Staten ging hij eens naar een honkbalwedstrijd. Een feest vond Westbroek dat.
‘Dan zie je van die gigantische parkeerplaatsen waar fans van beide ploegen barbecuen en gezellig drinken. Zo moet het zijn.’

Toch komt Henk Westbroek ook bij FC Utrecht genoeg aan zijn trekken. Elke thuiswedstrijd probeert hij op nieuwe tribunes van de Galgenwaard te zitten. Soms, als hij zaterdag middenin de nacht terugkomt van een optreden, blijft hij thuis. ‘Maar’, glimlacht Westbroek, ‘ik woon nu zo dicht bij het stadion, dat ik aan het gejuich kan horen of mijn club wint, verliest of gelijkspeelt.’

Sportief CV
Henk Westbroek wordt op 17 februari 1952 geboren in Utrecht. Op jonge leeftijd ontwikkelt hij zich tot auteur, zanger en diskjockey. Zo schrijft hij de liedjes ‘België’, ‘Toveren’, ‘Mag ik naar je kijken’ en ‘Alles kan een mens gelukkig maken’. Zelf zingt hij grote ‘Zelf je naam is mooi’. Op de radio is de Utrechtenaar vooral bekend van Denk aan Henk, dat vier dagen per week op Radio 3 werd uitgezonden. Dit jaar is hij met zijn show naar de radiozender van Yorin verhuisd. Westbroek heeft met Stairway to Heaven ook nog zijn eigen kroeg. Westbroek krijgt op zijn zevende drie weken judoles van Anton Geesink. Maar als hij na een rugworp ‘acht meter door de lucht vliegt’, houdt hij het voor gezien. Hij besluit te gaan boksen, maar heeft daar naar eigen zeggen geen talent voor. Later fietst hij elke dag liefst 80 kilometer. Na een ongeluk met als gevolg een dikke knie moet hij dat voor gezien houden. Nu gaat hij af en toe naar de sportschool. Het liefst kijkt Henk Westbroek echter naar sport.

bron: Algemeen Dagblad, door Pim Sedee, zaterdag 2 oktober 2004

Reageer hierop