Column overlijden David di Tommaso (Algemeen Dagblad)

David was tevreden met plek bij FC Utrecht en deed zijn best

Als je toevallig, net als ik, met een zware griep in je bed ligt, waardoor langzaam een milde vorm van zelfmedelijden opsteekt en je hoort uit het niets dat David di Tommaso is overleden, dan sta je snel weer met beide benen op de grond. Doodgaan is véél en véél erger dan griep.

Ik ken David niet anders dan als de bewonderaar van FC Utrecht die ik ben. Ik heb in mijn beste Frans, en dat is niet best, hem eens begroet. Hij groette me terug en ik weet tot op de dag van vandaag werkelijk niet wat hij toen tegen me zei. Het was vriendelijk, dat begreep ik nog wel.

Wat ik nou zo verschrikkelijk vind, is dat de discussies over de doodsoorzaak nu oplaaien. Ik hoorde het al gebeuren op de regionale zender Radio M. Natuurlijk, de dood op zichzelf is erg. En op je 26ste ben je ook nog lang niet aan de beurt om te gaan. Maar David speelde voor een sportclub met alle spektakel van dien. Er is een goede medische staf en had die het nou allemaal niet kunnen voorzien? Hou toch alsjeblieft op! Ik wil treuren om het overlijden van deze voetballer van FC Utrecht. Maar nu moet ik me alweer druk maken om al die vergeefse discussies over zijn overlijden. Helaas, helaas, maar de dood hoort er bij, hoe erg dat ook in dit geval weer is. Ook kinderen overlijden. Iedereen die is geboren – ik citeer hier uit eigen werk – is oud genoeg om dood te gaan.

Als supporter van FC Utrecht ontkom ik er niet aan om de overledene vooral in herinnering te roepen als voetballer. Het was zijn tweede seizoen bij ons. Mijn club heeft het nooit zo moeten hebben van raffinement – eerder van onverbiddelijk hard werken en aanvalslust, gepaard aan een zekere hardheid. Hij was een voorbeeldige speler, die nooit zo opviel omdat hij aan de achterkant van het elftal opereerde. Toch bracht hij wat raffinement mee uit Monaco en hij had bovendien een aardige pass en een leuke voorzet in de aanbieding.

Naar verluidt was David ook een heel sympathiek mens. Hij begreep dat hij niet meer bij AS Monaco voetbalde maar bij een subtopper in Nederland. Een club met een veel kleiner budget. Daar zeurde hij niet over. Hij wist dat zijn club zijn beste spelers nooit zal kunnen houden. David was tevreden met zijn plek en deed zijn best.

Zijn trainer Foeke Booy, die ik hoog heb zitten, is net als ik geen uitblinker in de Franse taal. Dus die jongen heeft stappen moeten zetten om te kunnen begrijpen wat zijn trainer tegen hem zei. Ik ken jongens die hier al lang wonen en onze taal nog steeds niet machtig zijn. David wilde er gewoon bij horen, hij heeft zich op voorbeeldige wijze geïntegreerd.

Goed aan de overledene was ook, dat hij nooit in opspraak raakte doordat hij iemand in zijn oog had geprikt of omdat hij op een paar achillespezen had gejaagd. In de beoordelingen voor zijn spel zag ik dat hij steeds een goeie voldoende scoorde. Hij had nooit uitschieters naar beneden. Hij was een echte, degelijke verdediger, eentje op wie je altijd kon bouwen.

En nu is hij er dus niet meer. Het leed van FC Utrecht en zijn achterban telt op dit moment niet. Ik leef mee met de nabestaanden van David di Tommaso. Als je zó jong bent en je moet tóch al gaan, dan is dat iets om diep triest van te worden. FC Utrecht, ach, dat zal wel een nieuwe speler gaan zoeken en het zal ons ook een zwikkie wedstrijdpunten gaan kosten. Ik hoop dat daar straks begrip voor zal zijn. Als iedereen denkt dat de ploeg het verdriet verwerkt heeft, zal het echte verdriet er pas uitkomen. Je zult het zien. Maar wat dan nog? Je kunt beter een paar punten verliezen, dan dat je nooit meer iets zult verliezen omdat je er gewoon helemaal niet meer bent.

Henk Westbroek

Bron: Algemeen Dagblad, Column Henk Westbroek, 29 november 2005

Reageer hierop