Column: Sierdildo op Rommelmarkt gevonden

Ik was een jaar of zestien en besloot hetzelfde te gaan doen als al mijn vrienden: vriendinnen verzamelen! Hoewel ik er veel vrije tijd en vriendelijke woorden instopte en er zelfs een zaterdags baantje als assistent glazenwasser bijnam om op dansavonden onbeperkt glazen bier en cola te kunnen laten aanrukken, was mijn verzamelwoede groter dan de resultaten die ik boekte. Mijn vrienden plaagden me daar mee. Soms zo harteloos dat ik me na een jaar ook nog eens genoodzaakt voelde om een stel nieuwe vrienden te willen hebben.Het is later allemaal goed gekomen. ‘ Wie zoekt zal vinden’ schijnt er in de bijbel te staan en dàt stukje bijbel klopt een heel end. Niet volledig, want er wordt wel eens zonder enig resultaat gezocht naar onontplofte door terroristen verstopte bommen, maar in de regel loont het zoeken naar iets de moeite.

Tegenwoordig verzamel ik vooroorlogse ansichtkaarten met plaatjes van blootachtige dames die zo mooi zijn dat ik ze op mijn zestiende allemaal als vriendin had willen hebben. En Mariabeeldjes. En oude 78 toerenplaten met onsterfelijke liedjes zoals “ De postkoets” van De Selvera’s, “ Jailhouse Rock ” van Elvis, en “ Can’t buy me love” van de Beatles. En ik verzamel alle boeken en tijdschriftartikelen van W.F. Hermans. En niet te vergeten zout – en pepervaatjes in de vorm van tomaatjes, maar die moeten dan wel oud en puntgaaf zijn. Stripboeken verzamel ik ook. Net als opwindpolshorloges.
Verder loop ik op de maandelijkse rommelmarkt in de Veemarkthallen in de stad Utrecht wel eens tegen iets aan waarvan ik gelijk denk dat het leuk zou zijn er een hele verzameling van aan te leggen. Zo kocht ik er twee weken geleden voor 12 Euro een Bruinlederen Dildo die – volgens een plaatje uit een boek over antieke Dildo’s – 300 jaar oud was. “Wat heb je daar nou aan”, was het eerste wat mijn vriendin zei toen ik haar mijn vondst liet zien. Na uitleg van mijn kant begreep ze in ieder geval dat het best geinig zou zijn om een stuk of 5 van dit soort bizarre stukken antiek in een vitrinekastje in de badkamer te hebben staan. Ik moet er nu dus nog 4 verzamelen en heb er opnieuw een reden bij om nu alvast gretig naar de eerstvolgende Rommelmarkt uit te kijken. Naar de Verzamelaars beurs ga ik nooit. De meeste verkopers die daar staan zijn namelijk gespecialiseerd in iets – glazen inktpotjes bijvoorbeeld, want die spaar ik ook. En dat soort handelaren vragen altijd de hoofdprijs. Op de rommelmarkt daarentegen staan bijna geen specialisten en daardoor ben je in de regel goedkoper uit. Ik zal u een verzamelvoorbeeld geven.

Op diezelfde rommelmarkt waar ik dat antieke sekshulpstuk kocht, stond een handelaar in stripboeken die voor een mooie oude strip van Batman 4 Euro vroeg. Niet eens duur trouwens! Honderd kramen verder vind ik naast een berg messen en vorken, in een stapel willekeurige Donald Ducken, zomaar ineens een Superman – een Batman en een Spidermanstrip. Die ik samen voor 2 Euro mee mocht nemen. Dat is nou de Eurovreugde van verzamelen. Zoeken, eindeloos blijven zoeken, om dan voor een bedrag van niks iets te vinden waarvan je zeker weet dat het veel meer waard is. Niet dat het ooit in een verzamelaar op zou komen om ook maar 1 van zijn schatten te verkopen, maar door zo lekker hebberig te denken praat je in je eigen hoofd goed dat je bijvoorbeeld zojuist een nutteloze Sierdildo gekocht hebt. Of het 42 ste zout en peperstel in tomatenmotief, waar je niet eens meer plaats voor hebt. Of voor de derde keer dezelfde 78 toeren plaat omdat je weet dat er nog al eens een plaat breekt als je in de nachtelijke uren op een feest de koffergrammofoon met de hand gaat lopen opwinden. Over opwinden gesproken.

Net voordat de Euro kwam betaalde je een rijksdaalder entree op de Rommelmarkt in de Veemarkthallen in Utrecht . Drie jaar later 3 Euro.Mij was dat ontgaan. Chantal van Oort wees me er op. Zij bleek foto’s van Andrè Hazes te verzamelen. En de entreebewijzen van alle rommelmarkten die ze afstroopte.

Reageer hierop