Henk eet gewoon zijn bord niet leeg

„Je treft het, ik ben net terug van mijn maandelijkse onderhoudsbeurt. Ik heb rugklachten, loop soms krom van de spit,” zegt Henk Westbroek. In de serie HART & NIEREN komt wekelijks een bekende Nederlander aan het woord over gezondheid. Deze week: Zanger Henk Westbroek (54), binnenkort op de planken met theatershow Knuffelspek.

,,De mevrouw waar ik heenga is giropraktor en fysiotherapeut. Ze druk een knie in mijn rug, ze zet een lampje op een gewricht, ze kneedt, wrijft, wringt en kraakt. Vraag me niet hoe, maar het werkt.

Ik woon met twee gezondheidsfreaks, mijn vriendin en mijn dochter van 17. Door hen loop ik rond met een permanent schuldbesef, want bij elke sigaret die ik opsteek komt commentaar: dat ik nu vier dagen korter zal leven en drieduizend hersencellen zijn verdampt. Ik ben drie keer gestopt maar mijn vriendin smeekte me om weer te beginnen; het deed m’n humeur weinig goed.

Ze sporten ook, m’n vriendin zwemt bijvoorbeeld dagelijks. Ik ben van de Midas Dekkers-school: van sporten raak je alleen maar gewond. Geblesseerd noemen ze dat dan eufemistisch. Ik wandel, fiets door de stad en ik treed op. Meer dan voldoende beweging naar mijn smaak.

M’n dochter vindt ook dat ik te veel drink. Jonge jenever en bier zijn mijn zwaktes. Ik ben wel geminderd. Ouder worden heeft namelijk één groot voordeel: je kan steeds minder goed tegen drank. Voor mijn veertigste wist ik niet eens wat een kater was. Nu hou ik me vanzelf in, want het kost een dag om bij te komen.

Komende week begint mijn nieuwe theaterprogramma Knuffelspek, met pianist Philibert van den Bosch. Ik zing liedjes en hou babbeltjes tussendoor rond het thema dik zijn. We leven in een cultuur waarin mager als een schoonheidsideaal geldt. Terwijl in het taalgebruik dik zijn heel positief is: neem de uitdrukkingen vrienden door dik en dun en vet cool. Dat redeneer ik dan helemaal uit. Het leven is een grote chaos, is uiteindelijk de boodschap. We proberen orde te scheppen. En telkens als je denkt dat je wat overzicht hebt, gebeurt er weer iets waardoor de chaos groeit.

Ik ben niet echt te dik, maar volgens mijn dochter moet ik afvallen. Ik ben 93 kilo, volgend jaar moet het 85 kilo zijn. Hoe? Heel simpel, ik moet gewoon mijn bord niet leegeten. We koken meestal voor vier, omdat het vriendje van mijn dochter regelmatig aanschuift. Die extra portie maak ik anders op. Ik eet door tot het op is. Dat heb ik thuis zo geleerd van mijn ouders die allebei de oorlog hebben meegemaakt.

Eten vind ik een groot genot. Mijn vriendin is kok. Ze maakt waanzinnige risotto’s met paddestoelen en zeekraal. Ik mag graag lamsvlees bereiden. Maar eigenlijk hou ik meer van groenten dan van vlees. er zijn zoveel mensen die nog nooit verse bietjes hebben gegeten. Of rode kool alleen uit een potje kennen. Belangrijker nog dan lekker eten vind ik samen eten. Maar door dat chaotische leven van velen gebeurt dat ook steeds minder, zie ik om mij heen.

Bron: Algemeen Dagblad / Els Brenninkmeijer

Reageer hierop