Jan Keizer is nog lang niet uitgezongen

De plaats van handeling is, traditioneel, etablissement The Old Dutch in Volendam aan de boorden van het IJsselmeer.

Jan Keizer hecht aan traditie en vastigheid. ,,Ik zou Nederland nóóit verlaten. Ik kan niet eens uit het dorp weg, laat staan uit het land. Op deze cd zing ik een stuk van Robert Long – De Lage Landen – waarin hij het heeft over een ‘Ruysdael-lucht’. En dát is precies wat ik bedoel. Als ik over het IJsselmeer uitkijk, dat klotsende water, die prachtige wolkenpartijen, ben ik gelukkig. Ik ben zó Hollands.’’

In die zin was een Nederlandstalig album een vurige wens van Jan Keizer. De man die bij BZN in vooral de Engelse en Franse taal zong, vroeg nu tekstdichters als Guus Meeuwis, Jan Rot, Belinda Meuldijk, Robert Long en Jan Boerstoel nummers voor Geef mij je lach te schrijven op muziek van Keizer zelf.

,,Ik had een lijstje,’’ vertelt hij, ,,maar het was de vraag of mijn gedroomde tekstschrijvers óók wilden. Ik durfde iemand als Robert Long eigenlijk niet te bellen. Bang dat je ‘sodemieter op’ te horen krijgt. Maar het klikte. We hadden het over onze hartkwaal. ‘Ben jij daardoor ook zo jankerig?’ vroeg hij nog. Slachtoffers onder elkaar, hè? Robert vond het een eer – een paar maanden later was hij dood. Ik ging ervan uit dat hij niet meer aan mij had gedacht, maar zijn partner vond wel degelijk het liedje dat voor mij was bestemd.’’

Jan Rot, zegt Keizer, was zelfs apetrots. ‘Dat ik dat aan mijn cv mag toevoegen,’ zei hij. ,,Met Henk Westbroek was ik natuurlijk erg blij. Zelfs je naam is mooi vind ik misschien wel het mooiste Nederlandstalige nummer ooit. Guus Meeuwis moest ik wel achter z’n kont zitten. Hij zat met zijn stadionconcerten en ging ook nog eens op vakantie. ‘Guus’, zei ik, ‘als jij straks op die stretcher in de zon ligt, ben je blij dat je een mooie tekst kan schrijven. En neem er een pilsje van mij bij.’ Uiteindelijk leverde hij zijn nummer te laat in en er ontbraken ook nog eens drie zinnen, haha. En wat zei hij? ‘Tja Jan, je kunt wel zien dat ik een echte luie student ben’.’’

Na het afscheid met BZN was er een ding dat Jan Keizer beslist niet wilde: dagelijks achter de geraniums zitten, ’s middags een bokkinkje nuttigen en op tijd met echtgenote Marie onder de wol. ,,Nee, ik zou me nooit uitsluitend op mijn grote hobby, goudkarpers, kunnen storten. Ze krijgen te eten, maar ze moeten niet zeuren!’’

Hij noemt zijn album vooral ‘een persoonlijk document’, al is het alleen maar, omdat zijn dochter Nelly in het titellied de tweede stem zingt. In zijn eigen compositie Rock Roll bezingt hij zijn jaren in BZN. In Zij is niet meer brengt Keizer een ode aan de jong overleden actrice Frédérique Huydts, met wie hij in Villa Felderhof te gast was. Hij schreef het nummer zelf voor een ‘onvergetelijke vrouw’.

Jan Keizer: ,,Dit album gaat diep, staat heel dicht bij mij. De liedjes gaan eigenlijk allemaal over Jan Keizer en zijn leven. Het nummer Volendam van Jan Boerstoel verwoordt precies mijn gevoel voor mijn dorp: ‘Hier een gouden linker en daar een gouden keel’. Daarin zet hij in één zin onze voetbaltraditie met iemand als Arnold Mühren en de pophistorie met de Cats, BZN, Nick Simon en Jan Smit neer.’’

Jan Keizers liefde voor het Nederlandstalige lied is mede ingegeven door Boudewijn de Groot en Rob de Nijs, die hij ‘pioniers’ noemt. ,,Ik ben altijd een grote fan geweest van die twee. Zij bewijzen nog steeds dat schrijven en zingen in je eigen taal heel natuurlijk en mooi is. Hoe ik zelf in de huidige trend van Nederlandstalig pas? Ik houd van oprechte, eerlijke teksten. Geen opsmuk. Als ik mensen hoor zingen over een ‘blauwe ruis’ (Hit van Bløf uit 2002 – red.) denk ik: ‘Tja, wat moet ik me daar bij voorstellen?’.

We hebben de plaat in Volendam opgenomen, met échte strijkers en drums. Er kwam geen computer aan te pas. We zaten in de Vo-Town- studio, een gezellig hok boven een garage. Ik ging er op de fiets naar toe. Jaap Kwakman van de 3 J’s was de producer, het bleef allemaal lekker dicht in de buurt.

Mijn kinderen zeiden ‘dit is hartstikke mooi pa’. ‘Toch niet omdat ik jullie vader ben hè?’ antwoordde ik toen. Maar ze waren echt enthousiast. Ik denk dat het album voor veel mensen wel verrassend is. Ik zing op een bepaald moment ‘Dan ruik ik op plekken, waar ’t bij een ander stinkt’. Bij de platenmaatschappij zeiden ze: ‘Jan, moet je dat nou wel doen? Dat ben jij niet’. Maar ook dat hoort bij het leven, hè?’’

Bron: Algemeen Dagblad / Arno Gelder

Reageer hierop