Column: David en Goliath

Voor het geval u het geparkeerd heeft in een ontoegankelijk stukje van uw geheugen, wou ik u er aan herinneren dat tegenover elke journalist die Nederland rijk is tien voorlichters werkzaam zijn. Ik gebruik met opzet het woord ‘tegenover’ omdat journalisten de waarheid boven water willen halen terwijl voorlichters die waarheid – als ze pijnlijk is – beroepshalve zoveel mogelijk verdoezelen of rechtpraten. Dat lukt ze slechts een enkele keer -tien tegen 1, David tegen Goliath – niet zo best.

Zoals op dit moment bij het bestuur van de provincie Utrecht. Dat dagelijks bestuur bestaat uit een GroenLinkser, een D66’er, een VVD’er, een CDA’er en niet te vergeten uit Roel Robbertsen, de Commissaris van de Koningen van de provincie. Deze bestuurders mogen gebruik maken van een fraaie BMW plus een chauffeur, die de autodeur keurig voor ze openhoudt als ze in- of uitstappen willen. Omdat de Commissaris van de Koningen en de andere provinciebestuurders niet rond kunnen komen van hun salarisje omdat het dat van de van de minister-president maar net overstijgt, moeten ze uit pure armoe bijbeunen. Naar hun bijbaantjes laten ze zich brengen en halen in de auto van de zaak .

De Belastingdienst beschouwt dit als privégebruik van de provincie-BMW ’s en besloot – net als bij elk ander die een auto van de zaak ook privé gebruikt – tot bijtelling over te gaan. De Commissaris van de Koningin moest over een bedrag van ruim 24.000 euro per jaar ook ineens belasting betalen. Omdat belasting betalen voor de domme is, werd bedacht dat voor Roel en zijn medegedeputeerden die bijtelling gewoon in de vorm van een salaristoeslag gecompenseerd kon worden. Zo geschiedde! De journalisten die achterhaalden dat deze bestuurders op een schaamteloze wijze een greep in de provinciekas doen, vroegen ook nog netjes of er misschien een rechtvaardiging voor het gegraai te vinden is. Omdat die blijkbaar niet geformuleerd kan worden, besloten alle voorlichters van de genoemde politieke partijen en die van de provincie Utrecht om over dit onderwerp uitsluitend nog te willen zwijgen. Als voorlichters naast elkaar met een lachende mond vol tanden staan, is het vermoeden gerechtvaardigd dat ze met hun lichaam het zicht een stinkende beerput afdekken.

Bron: De Nieuwe Utrechter

Reageer hierop