Column: De stinkende pruikentijd

De Franse koning Lodewijk de 14e constateerde in 1670 dat er geen haar meer op zijn hoofd wilde groeien. Omdat hij en niemand anders bepaalde wat mooi en lelijk was en hij het – anders dan een Arjan Robben, een Pim Fortuyn en een Eddy Zoey – niet op kon brengen zijn kaalheid met trots te etaleren, besloot hij om een pruik op te zetten.

Waarna iedereen die niet van de straat was, maar wel de mentaliteit van een lakei bezat ook maar besloot om bepruikt door het leven te gaan. Waardoor in heel Europa de pruikentijd uitbrak. Omdat de persoonlijke hygiëne indertijd nogal wat te wensen overliet, maar de parfumindustrie floreerde, stonken de hoogste kringen niet zozeer naar opgestapeld zweet en ranzig vet maar naar een indringende melange van rozenolie, walvisdestillaat en poepessence waarvan in die tijd – net als nu naar het schijnt – de parfums gecomponeerd werden.

Tegenwoordig is zelfs de kleinste woning in de meest gruwelijke kracht- dan wel prachtwijk voorzien van een werkende douche en wordt hoofdkaalheid eerder als een vorm van menselijke schoonheid dan als een uiting van lelijkheid ervaren. En toch stinkt ons land alsof we nog steeds midden in die goeie ouwe pruikentijd zitten. Als ik ‘s morgens de bus naar het station pak en de pech heb dat die bus druk bevolkt wordt door studenten en scholieren, dan stap ik in een penetrante walm van elkaar bevechtende goedkope parfums. Wat me altijd opnieuw doet verbazen waarom de bond van buschauffeurs nooit op het redelijke idee kwam een stanktoeslag bij de cao- onderhandelingen te bedingen. Ook op drukke bijeenkomsten in dansgelegenheden is het eerder regel dan uitzondering dat het in het glazen rookhok nauwelijks meer stinkt dan in de rest van het etablissement, anders dat dan weer wel.

Dat vorige week geopenbaard werd dat stank – pure stank – de grootse ergernis van vrijwel alle Nederlanders is, heeft me onverwacht maar aangenaam verrast. Ik zou derhalve uit naam van pakweg iedereen met een redelijk functionerende neus willen bepleiten dat in het middelbaar onderwijs, naast de blijkbaar noodzakelijke cursussen intermenselijke omgangsvormen, ook een klein half uurtje wordt ingeruimd om jongeren te informeren dat ook qua parfumgebruik de pruikentijd ver achter ons ligt.

Bron: De Nieuwe Utrechter

1 reactie(s)

  1. heel veel informatie, maar onoverzichtelijk, dat is wel heel jammer!

    barbera | Nov 19, 2015 | Reageer

Reageer hierop