Column: Gevonden voorwerp

Woensdag nam mijn alleenstaande zwager al twee dagen de telefoon niet op en besloot ik om toch maar eens even bij hem langs te gaan. Hij was er niet. Zijn poes wel en die schreeuwde het uit van honger en dorst. De politie werd gebeld en die wist wel het een en ander. Wat precies? Dat kon over de telefoon niet verteld worden. De daarna gebelde huisarts wist wel onmiddellijk dat mijn zwager vijf dagen eerder in het ziekenhuis overleden was. Hoe laat hij stierf en ook waaraan, was administratief nog niet verwerkt.

De politieagent die na een half uur langskwam vertelde dat mijn zwager bewusteloos op straat gevonden was, door hem gereanimeerd werd en daarna naar het ziekenhuis was gebracht. Hij wist ook dat de begrafenis al van a tot z door de Sociale Dienst was geregeld. Na raadpleging van de burgerlijke stand, na bezoek van een andere politieagent aan de buren van mijn zwager en na overleg met de huisarts die het blijkbaar ontschoten was dat mijn neef ’contactpersoon’ was, werd namelijk de administratieve conclusie getrokken dat mijn zwager helemaal alleen op de wereld stond. Dat mijn zwager – die ook Henk heette – een opgeladen telefoontje bij zich droeg en dat je door twee keer op een knopje te drukken dan al precies weet wie hij allemaal wel eens belde, was over het hoofd gezien. Dat hij ook de sleutel van zijn woning op zak droeg en dat daarmee de voordeur van zijn flatje geopend had kunnen worden om vervolgens op het tafeltje in zijn keuken een adresboekje te vinden met daarin onder andere het telefoonnummer van zijn levende broer, nou ja daar was niet aan gedacht.

De Sociale Dienst had de begrafenis van mijn zwager gegund aan een begrafenisondernemer die een anonieme begrafenis georganiseerd had. Met als momentje van diepgang de voorlezing van het gedicht ‘De Onbekende Dode’ door de Utrechtse stadsdichter. Mijn neef en contactpersoon heeft hemel en aarde moeten bewegen om van de Sociale Dienst en de begrafenisondernemer toestemming te krijgen om mijn zwager, anders dan zij besloten hadden, in een net pak op te baren. En ook om hem, anders dan zij al besloten hadden, te laten cremeren. Mijn zwager was overigens in het bezit van een uitstekende uitvaartpolis. Die hem helaas niet verzekerde tegen ambtelijke stupiditeit en onbarmhartigheid.

Bron: De Nieuwe Utrechter

Reageer hierop