Column: Suiker en telefooncellen

Nog niet eens een volle generatie geleden kon je in een spannende film met autoachtervolgingen of, als het een psychologische thriller was zonder autoachtervolgingen, wachten op het moment dat de hoofdrolspeler radeloos op zoek was naar een telefooncel. Alleen hij bezat namelijk de informatie die een bomaanslag of een meervoudige lustmoord kon voorkomen en als er dan eindelijk een telefooncel gevonden was, werd die steevast bezet door iemand die midden in een eeuwigdurend telefoongesprek zat en om die reden de telefooncel uitgeslagen moest worden. Of de hoorn van de telefoon was door een vandaal aan gort geslagen, dat kon ook.

Het lijkt me buitenproportioneel om uit naam van deze filmische stijlvorm en de kwakkelende telefooncelindustrie te pleiten voor een totaal verbod op het bezitten en gebruiken van een mobieltje in de openbare ruimte. Mobieltjes zijn immers geen sigaretten. Een andere fraaie stijlvorm is ‘het kopje suiker’. Hoe vaak ziet u niet, in een film of een televisieserie, een verlegen jonge vrouw of een door lust verteerde jongeman met een leeg kopje aanbellen bij het object van liefde met de vraag: “Ik ben een appeltaart taart aan het bakken en laat ik nou net een half onsje suiker te kort komen, dus kun je me even uit de brand helpen?” Als de taart eenmaal gebakken is komt de suikerlener vervolgens die suiker plus, als vorm van rente, een forse taartpunt terugbrengen en van dit één komt dan nogal eens het beoogde ander.

Sinds winkels zowat nooit meer dicht gaan dreigt deze liefdessmoes en daarmee ook deze artistieke stijlvorm net zo gedateerd te raken als de zoektocht naar een onbemande telefooncel. Objectief wetenschappelijk onderzoek heeft ondertussen aangetoond dat in de tijd dat alle winkels om zes uur sloten en op zaterdag nog vroeger om dan pas op maandagmiddag weer open te gaan, geen enkele Nederlander als gevolg hiervan ooit van honger omkwam. Niemand!

Ik pleit dan ook voor de ouderwetse winkelsluitingstijden en de daaraan gekoppelde ‘boodschappen-doen-discipline’. Niet alleen omdat dit voor winkelpersoneel een zegen zou zijn, maar vooreerst uit naam van die verlegen maar oh zo suikerzoete liefdeswens.

Bron: De Nieuwe Utrechter

Reageer hierop