Column: Taakstraf

Een half jaartje terug maakte ik voor de regionale Utrechtse omroep een reportage over taakstraffen. Gewapend met een camerateam stond ik op een maandagochtend te wachten op de bus die een twintigtal personen afleverde op een door onkruid en kreupelhout overwoekerd fort, dat door de taakgestraften op orde geschoffeld moest gaan worden.

Bij de koffie met een roomboterkoekje werd om kwart over negen ’s ochtends schoffelinstructie gegeven door een beminnelijke, wat oudere taakstraf-opzichter, die de gestraften meedeelde dat er wèl geschoffeld moest worden, maar dat het schoffeltempo in goed vertrouwen aan de schoffelaars zou worden overgelaten! En ook dat bij slecht weer het schoffelen opgeschort zou worden tot het zonnetje weer door zou breken en dat er tijdens de regentijd in de kantine gekaart mocht worden. Na deze instructie besloten drie van de twintig gestraften hun straf niet te willen ondergaan omdat ze niet verwacht hadden om in de buitenlucht gestraft te worden met het verrichten van handenarbeid

Voor 12 uur ’s middags was het aantal veroordeelden dat de straf niet langer wenste te ondergaan tot vijf opgelopen en de taakstraf-hoofdopzichter sprak tegen mij het vermoeden uit dat ruim de helft van de schoffelaars, zoals altijd, voor het eind van de week zou afhaken. Gesprekjes met die afgehaakte schoffelaars leerden me dat ze niks te klagen hadden over werkdruk, de kwaliteit van de koffie en de omgangsvormen van mede-gestraften en toezichthouders maar dat ze boos waren omdat ze ‘slechts’ een taakstraf gekregen hadden en niet in de gevangenis mochten zitten. Het uitvoeren van een taakstraf was eenvoudigweg niet stoer in hun ogen en die van hun kameraden. Om die reden spraken ze de hoop uit in plaats van een weekje taakstraf een aantal weken in de gevangenis te mogen gaan doorbrengen.

Omdat met name recidive-snelheidsovertreders en mensen die met een slok op achter het stuur betrapt zijn, geneigd bleken hun straf met gepaste tegenzin uit te willen schoffelen, is taakstraf niet altijd zinloos. In vele andere gevallen? Ach, ik dank God op mijn blote knieën in de open lucht dat het mijn taak niet is om zinvolle straffen te bedenken.

Bron: De Nieuwe Utrechter

Reageer hierop