Vrij (1994)

Tracklist
1. Helemaal alleen (4.13)
2. Stukken liever (3.52)
3. Zonder vrienden (3.32)
4. Bloemen en brandnetels (4.36)
5. Iedereen (Tweede kans) (4.34)
6. Kom terug bij mij (4.56)
7. Niemand die me ziet (4.06)
8. Eindelijk vrij (3.36)
9. Zonder te blozen (3.42)
10. Vogels vallen (4.28)
11. Wonder (4.09)

Tekst en Muziek
1, 2, 4, 6, 8 & 10 door
Westbroek / Groot Kormelink / Grimme

3, 7, 8 & 11 door Westbroek / Van Tijn / Fluitsma

5 door Westbroek / Kooymans

Productie en arrangementen
Eric van Tijn en Jochem Fluitsma.
Opgenomen eind ’93 en begin ’94 in artisound door Eric van Tijn.
(c) 1994 SONY Music entertainment (Holland) BV

Songteksten

1. Helemaal alleen

Als ik de prijs van roomijs morgen zou halveren,
Dan kwam heel Nederland gelijk een kilo aan.
Zou ik het Openbaar Vervoer gratis laten rijden,
Kwam de autohandel met een noodgang stil te staan.

Als elke vluchteling hier mocht komen wonen,
Werd groot Nederland een maat of tien te klein.
En zou ik dan maar besluiten om alles zo te laten,
Dan zou er ook geen mens met mij tevreden zijn.

Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Over leven en dood kon beslissen,
Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Bleef ik doodstil zitten waar ik zat,
Uit angst dat ik me domweg zou vergissen.

Als ik het voor het zeggen had.

Als ik belasting morgen af zou laten schaffen,
Konden bejaardenhuizen overmorgen dicht.
Zou ik gevangenissen open laten gooien,
Dan zouden mensen zeggen Henk is rijp …. voor het gesticht.

Als ik werkelozen aan een baan zou helpen,
Zouden bedrijven hun werkenden ontslaan.
Zou ik dan maar besluiten om alles zo te laten,
Dan had ik het ook voor iedereen niet goed gedaan.

Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Over leven en dood kon beslissen,
Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Bleef ik doodstil zitten waar ik zat,
Uit angst dat ik me domweg zou vergissen.

Spelende kinderen zingen op straat,
Roken verminderen doet alles geen kwaad.
Sambouka flamberen,
Meer rendement,
Niet meer frauderen,
En een mooi Happy End.

Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Over leven en dood kon beslissen,
Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Bleef ik doodstil zitten waar ik zat,
Uit angst dat ik me domweg zou vergissen.

Als ik het helemaal alleen voor het zeggen had,
Bleef ik doodstil zitten waar ik zat.

Helemaal alleen, helemaal alleen, helemaal alleen.
(7x)

2. Stukken liever

Er is bloed op televisie, altijd bloed, wanneer ik kijk.
Vaak niet meer dan een druppel, soms plassen tegelijk.
Een ongeluk, een halve liter; een ramp, een badkuip vol.
‘k Zie bloed op televisie en ‘k kijk niet meer voor m’n lol.

Ik doe stukken liever de afwas van een hele week,
Ik ga nog liever een avond naar ballet.
Ik werk stukken liever aan m’n belastingformulier,
En ik ga stukken liever vroeg met jou naar bed.

Er is oorlog, steeds weer oorlog.
Soms is het maar een burenruzie, vaak uren een overval.
Honderden, Duizend dooien, we zijn opweg naar het miljoen.
Mocht het hier straks oorlog worden, dan zie ik mezelf niet mee gaan doen.

Ik doe stukken liever de afwas van een hele week,
Ik ga nog liever een avond naar ballet.
Ik werk stukken liever aan m’n belastingformulier,
En ik ga stukken liever vroeg met jou naar bed,

Dan vechten en schreeuwen,
Dan lijk ik wel een worstelaar.
En gillen en huilen,
Dan spat mijn hoofd vast uit elkAAAAAAAAAAAAAAAAAr.

Ik doe stukken liever de afwas van een hele week,
Ik ga nog liever een avond naar ballet.
Ik werk stukken liever aan m’n belastingformulier,
En ik ga stukken liever vroeg met jou naar bed.

3. Zonder vrienden

Ik ben gek van voetbal, een eeuwig mooie sport,
Maar zal niet slechter slapen als het verboden wordt.
Vakantie dat is skieen van de allerhoogste berg,
Maar als er nooit meer sneeuw valt vind ik dat niet zo erg.
Ik mag graag iets drinken met een vleugje alcohol,
Maar als de docter nee zegt houd ik dat jaren vol.

Ik kan me sterk vergissen,
Maar ik kan bijna alles missen,
Maar zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet.

Werken, keihard werken, is iets dat ik graag doe,
Maar als de bron straks opdroogt kom ik met minder toe.
Ik wens in vorm te blijven daar doe ik alles voor,
Maar als ik ooit uit vorm raak leef toch vrolijk door.

Ik kan me sterk vergissen,
Maar ik kan bijna alles missen,
Maar zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.

Nee zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet.

Met wie zou ik anders avontuur beleven,
Met wie zou ik ontberingen doorstaan.
Voor wie zou ik anders een feest kunnen geven,
Om wie zou ik anders een moord willen begaan.

Ik kan me sterk vergissen,
Maar ik kan bijna alles missen,
Maar zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.

Nee zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.
Zonder vrienden kan ik niet.

Nee zonder vrienden kan ik niet,
Ik zou niets kunnen beginnen.
Nee zonder vrienden kan ik niet,
En evenmin zonder vriendinnen.
Zonder vrienden ….

4. Bloemen en brandnetels

Je staat in je tuin van je tuin te genieten,
En ondanks het weer staat hij er goed bij.
En recht voor je neus ligt een giftige cobra,
En een giftige cobra doet geen stap opzij.
Je denkt dat je droomt maar je staat niet te dromen,
En je hebt niets gedronken en je bent ook niet moe.
Je ziet het als plicht de kranten te bellen,
Maar voor je kunt bellen slaat de gifslang toe.

De natuur heeft prachtige kanten,
En alles wat leeft heeft een recht om te bestaan.
Lang leve de fazanten en alle olifanten,
Lang leve de natuur en alle kamerplanten,
Maar waarom, waarom, waarom,
Heeft er niemand iets aan de cobra gedaan.

Je bent onderweg om thuis te gaan slapen,
Want je slaapt nergens beter dan in je eigen bed.
En een hongerige tijger die de weg schijnt te weten,
Volgt je op de voet, bij elke stap die je zet.
Je bent iets benevelt, want je hebt wat gedronken,
Weinig geslapen en je was toch al moe.
Dus je loopt rustig door tot vlak bij de voordeur,
En vlak bij de voordeur slaat de tijger toe.

De natuur heeft prachtige kanten,
En alles wat leeft heeft een recht om te bestaan.
Lang leve de fazanten en alle olifanten,
Lang leve de natuur en alle kamerplanten,
Maar waarom, waarom, waarom,
Heeft er niemand wat aan die tijger gedaan.

Zwemmen in een zee vol haaien,
Lijkt me lijkt me leuker voor die haaien dan voor mij.
En rennen door een veld vol vleesetende planten,
Is een ervaring die niemand missen zou.

De natuur heeft prachtige kanten,
En alles wat leeft heeft een recht om te bestaan.
Lang leve de fazanten en alle olifanten,
Lang leve de natuur en alle kamerplanten,
Maar waarom, waarom, waarom,
Heeft er niemand wat aan de brandnetel gedaan.

5. Iedereen (Tweede kans)

Als ik in een vlaag van woede een onschuldig mens vermoord,
En ik weet zelf niet wat ik deed,
Dan ben ik geestelijk gestoord.
Als ik aan de grond zit en de huisbaas die wil poen,
Dan doe ik toch die zwarte klus,
Wat zou ik anders moeten doen.

Moet ik soms een bank beroven,
Of verhuizen naar de straat.
Ik doe alleen wat ik moet doen,
Waarmee het niet is goed gepraat.

Iedereen, Al ben je nog zo slecht.
Iedereen, Al doe je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al doe je nog zo stom.
Iedereen, Al ben je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Tweede kans, tweede kans.

Als ik een mooie vrouw zie loop ik die snel voorbij,
Alleen toevellig gisteravond,
Ja toen brak er iets bij mij.
Ik kon geen nee meer zeggen en zij wou met mij naar bed,
Ik was totaal de kluts kwijt,
Dus ik heb me niet verzet.

Iedereen, Al ben je nog zo slecht.
Iedereen, Al doe je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al doe je nog zo stom.
Iedereen, Al ben je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

De omgekochte ambtenaar.
De fietsendief die is gesnapt.
De leugenaar die eeuwig liegt.
Ik zelf, ik zelf als ik ben betrapt.

Al ben je nog zo slecht.
Iedereen, Al doe je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al ben je nog zo slecht.
Iedereen, Al doe je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al doe je nog zo stom.
Iedereen, Al ben je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al ben je nog zo slecht.
Iedereen, Al doe je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Iedereen, Al doe je nog zo stom.
Iedereen, Al ben je heel gemeen.
Iedereen, Verdient een tweede kans.

Al ben je nog zo slecht.
Al doe je heel gemeen.
Verdient een tweede kans,
Een tweede kans.

6. Kom terug bij mij

Ik ga straks nog even snel een biertje kopen,
Alhoewel, ik heb nog Cola-Light in huis.
En thuis hoef ik het hoorspel niet te missen,
Al mis ik dan wel die moordfilm op de buis.

Ik heb alles al gedaan wat God heeft verboden,
En bijna alles wat verder niet mocht.
Beminde honderd vrouwen, maar ik kon van niemand houden,
Omdat ik in wezen alleen jou maar zocht.

Kom terug bij mij, kom terug bij mij, kom terug…

Ik zou de puzzel uit de krant kunnen gaan maken,
Als ik zou weten waar die krant gebleven is.
Of even snel een frisse neus kunnen gaan halen,
Al is het dan wel zo dat ik de kachel mis.

Ik kan vanavond ook eens vroeg onder de wol gaan,
Al vind ik slapen zonde van de tijd.
Maar om vannacht hier in m’n eentje op te blijven,
Blijft natuurlijk ook een vorm van krankzinnigheid.

Ik heb alles al gedaan wat God heeft verboden,
En bijna alles wat verder niet mocht.
Beminde honderd vrouwen, maar ik kon van niemand houden,
Omdat ik in wezen alleen jou maar zocht.

Kom terug bij mij, kom terug bij mij, kom terug… bij mij
Kom terug bij mij, kom terug bij mij, kom terug…

Zeg wat ik moet doen, zeg wat ik moet laten,
Zeg me dat ik stil moet zijn, zeg dat ik moet praten.
Zeg waar ik moet zitten, zeg waar ik moet staan,
Zeg me dat je van me houdt en nooit meer weg zult gaan.

Ik heb alles al gedaan wat God heeft verboden,
En bijna alles wat verder niet mocht.
Beminde honderd vrouwen, maar ik kon van niemand houden,
Omdat ik in wezen alleen jou maar zocht.

Kom terug bij mij, kom terug bij mij, kom terug… bij mij
Kom terug bij mij, kom terug bij mij, kom terug…

(Bij mij, bij mij)
(5x)

7. Niemand die me ziet

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

Als ik aan de grens kom wordt ik niet gecontroleert,
En als ik op promotie hoop steevast gepasseerd.
Ga ik naar het stadion dan blijft het net zo leeg,
En als ik op de weegschaal sta blijkt dat ik niets weeg.

Stel dat ik een bank beroof,
Niemand die me ziet.
En meld ik me voorlopig ziek,
Dan missen ze me niet.

Ik ben onzichtbaar,
Er is niemand die me ziet.
Ik ben onzichtbaar,
Zelfs een schaduw heb ik niet.

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

In mijn eigen stamcaf‚ weet niemand hoe ik heet,
Ik betwijfel of mijn moeder mijn geboortedatum weet.
De foto in mijn paspoort is niet goed belicht,
Natuurlijk heb ik wel een hoofd maar ik heb geen gezicht.

Stel dat ik een bank beroof,
Niemand die me ziet.
En meld ik me voorlopig ziek,
Dan missen ze me niet.

Ik ben onzichtbaar,
Er is niemand die me ziet.
Ik ben onzichtbaar,
Zelfs een schaduw heb ik niet.

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

Alleen jij, jij kunt me tekenen uit je blote hoofd,
Maar had je dat niet voorgedaan dan had ik je nooit geloofd.

Ik ben onzichtbaar,
Er is niemand die me ziet.
Ik ben onzichtbaar,
Zelfs een schaduw heb ik niet.

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Ik ben onzichtbaar,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
Ik ben onzichtbaar.

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Ik ben onzichtbaar,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
(2x)

Niemand die me ziet, niemand die me ziet,
Niemand die me ziet, niemand die me ziet.
Ik ben onzichtbaar.

8. Eindelijk vrij

Je was de laatste tijd al heel vaak afwezig,
Als je niets deed was je toch druk bezig.
Je liep heen en weer zonder ergens te komen,
Uren lang in stilte te dromen.

Je pakte een boek, je legde het weer neer,
En tien seconden later nam je het weer.

Toen jij zonder afscheid in het niets verdween,
Werd het op slag donker om me heen.
Maar midden in de nacht, bij het licht van de maan,
Zag ik mezelf al weer lachend voor de spiegel staan.
Eindelijk vrij, eindelijk vrij, eindelijk vrij.

Je was de laatste tijd meestal afwezig,
Elke avond weg, elk weekend bezig.
Je wou nooit meer uit of ergens gaan eten,
Elke afspraak was je zomaar vergeten.

Je greep je jas, je smeet hem neer,
en vijf minuten later zocht je hem weer.

Toen jij zonder afscheid in het niets verdween,
Werd het op slag donker om me heen.
Maar midden in de nacht, bij het licht van de maan,
Zag ik mezelf al weer lachend voor de spiegel staan.
Eindelijk vrij, eindelijk vrij, eindelijk vrij.

Soms vroeg je om een borrel, maar je liet hem dan toch staan.
En als je naar me keek, dan keek je me niet aan.
Soms werd je zomaar ziedend en je wou me bijna slaan.
En als ik vroeg waarom, dan ging het me niet aan.

Toen jij zonder afscheid in het niets verdween,
werd het op slag donker om me heen.
Maar midden in de nacht, bij het licht van de maan,
Zag ik mezelf al weer lachend voor de spiegel staan.
Eindelijk vrij, eindelijk vrij, eindelijk vrij.

Toen jij zonder afscheid in het niets verdween,
werd het op slag donker om me heen.
Maar midden in de nacht, bij het licht van de maan,
Zag ik mezelf al weer lachend in de spiegel staan.
Eindelijk vrij, eindelijk vrij, eindelijk vrij.

9. Zonder te blozen

Ik liep vanochtend even langs mijn zuster,
Ik had mijn zus alweer een week niet meer gezien.
Toevallig had ze juist een nieuwe vriend gevonden,
Zo’n echte zes en ‘n half op een schaal van ‚‚n tot tien.
Hij deed alle moeite in de smaak te vallen,
Lachte om grappen en gaf haar vaak een zoen.
Maar als hij in haar hart had kunnen kijken,
Dan had hij gauw gezien dat hij zijn tijd zat te verdoen.

Ik wordt er niet zo vrolijk van,
Dat zo’n meid goed liegen kan.
Maar om mezelf, om mezelf kan ik wel lachen,
Elke keer wanneer ik je bedrieg.
Maar ook daarna wanneer ik met een stalen smoel,
Zonder te blozen de grootste leugens lieg.

Ik zat gisteravond naar het nieuws te kijken,
Ik had het nieuws alweer een volle week gemist.
En die minister liet onbetwistbaar blijken,
Dat hij helemaal getikt was of een slechte humorist.
Niets ging te ver zijn kiezers te behagen,
Trok gekke bekken en zijn eerlijkste gezicht.
Hoewel hij makkelijk een mens kon imiteren,
Leek het net een valse hond die goed was afgericht.

Ik wordt er niet zo vrolijk van,
Dat zo’n man goed liegen kan.
Maar om mezelf, om mezelf kan ik wel lachen,
Elke keer wanneer ik je bedrieg.
Maar ook daarna wanneer ik met een stalen smoel,
Zonder te blozen de grootste leugens lieg.

Ik zat in een caf‚,
En ben de tijd vergeten.
Ik zag een oude schoolvriend,
Ben met hem wezen eten.
Ik heb nog wel gebeld,
Maar je was niet te bereiken.
Als jij een keer laat thuis komt,
Hoef ik ook niet zo te zeiken.

Ik wordt er niet zo vrolijk van,
Dat iedereen goed liegen kan.
Maar om mezelf, om mezelf kan ik wel lachen,
Elke keer wanneer ik je bedrieg.
Maar ook daarna wanneer ik met een stalen smoel,
Zonder te blozen de grootste leugens lieg.

Zonder te blozen.
(6x)

10. Vogels vallen

Wie heeft het op zijn geweten,
Dat er geen boom meer tot de hemel groeit.
Is er iemand aan te wijzen,
Die stiekum met de zee heeft geknoeit.
Dat poolkappen nu al smelten,
Ligt dat aan een man of een vrouw.
En wie z’n schuld is het,
Dat ik het water uit de kraan niet meer vertrouw.

Het is wel leuk te weten,
Wie het heeft gedaan.
Maar vertel me liever,
Wie doet er nou wet aan.

Want de vogels vallen uit de lucht,
En de vissen beginnen te verdrinken.
En er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.
Er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.

Wie kreeg het voor elkaar,
Dat het overal begint te broeien.
En dat er nou al planten zijn,
Die hartje winter staan te bloeien.
Dat iedereen begint te zweten,
Komt dat door een man of een vrouw.
Aan wie zou het liggen,
Dat ik de warmte van de zon niet meer vertrouw.

Het is wel leuk te weten,
Wie het heeft gedaan.
Maar vertel me liever,
Wie doet er nou wet aan.

Want de vogels vallen uit de lucht,
En de vissen beginnen te verdrinken.
En er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.
Er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.

Er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.

Sherlock Holmes en de CIA,
Hercules Poirot en de BVD,
De Commessaar(?) en Interpol,
Hebben hun handen er aan vol.

Want de vogels vallen uit de lucht,
En de vissen beginnen te verdrinken.
En er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.
En er is geen plek op aarde meer,
Er is geen plek op aarde meer,
Er is geen plek op aarde meer,
Waar het niet begint te stinken.

11. Wonder

Ik heb een duif zonder wegenkaart
De kotste weg naar huis zien vinden
En geen mens die mij vetellen kon
Hoe zo’n duif dat klaarspeelt

Ik heb een kind zonder hulp van buiten
Zichzelfzien leren ademhalen
Zonder een instuctieboek
Of iemand die het hem langzaam voordeed
Ik was op de hoogte dat wonderen bestaan
Maar ik had geen idee hoever zoiets zou gaan

Want ik heb nooit willen geloven
Dat een unieke vrouw als jij
In staat zou zijn om te houden van mij
Nooit willen geloven
Dat jij op mij verliefd zou raken
Ik heb nooit willen geloven
Dat ik een wonder mee zou maken

Ik heb een mens puur uit medelijden
Al zijn geld uit zien delen
Waarna hij zelf nog armer was
Dan zij aan wie hij alles schonk
Ik was op de hoogte dat wonderen bestaan
Maar ik had geen idee hoe ver zoiets zou gaan

Want ik heb nooit willen geloven
Dat een unieke vrouw als jij
In staat zou zijn om te houden van mij
Ik heb nooit willen geloven
Dat jij op mij verliefd zou raken
Nooit willen geloven
Dat ik een wonder mee zou maken

Want ik heb nooit willen geloven
Dat een unieke vrouw als jij
In staat zou zijn om te houden van mij
Nooit willen geloven
Dat jij op mij verliefd zou raken
Nooit willen geloven
Dat ik een wonder mee zou maken