Zelfs je naam is mooi (1998)

Album: Westbroek
Release: Mei 1998 – Mercury 568 938-2

Binnengekomen in hitlijsten: 25 juli 1998 (totaal 33 weken)
Hoogste positie: top 40 nummer 6

Tracklisting
1. Zelfs je naam is mooi (4.31)
2. Gouden kooi (4.06)

Het verhaal gaat dat de single begin mei 1998 verscheen als ‘laatste kans’ van Henk bij platenmaatschappij Mercury. De eerste single van het album (Loods me door de storm) was niet de hit geworden waarop men gehoopt had. Ook deze single leek geen succes hebben en Henk werd genadeloos ontslagen door het platenlabel. Een slechte zet, want deze single bleek een laatbloeier. Na 2 maanden kwam het nummer in de tipparade, een maand later in de Top 40 en bijna 5 maanden na het uitbrengen (21 september 1998) bereikte de ballade zijn hoogste positie in de Top 40: nummer 6, een dikke hit! Ook in de diverse jaaroverzichten van 1998 was het nummer met een hoge notering terug te vinden (TMF: 3, Mega Top 100: 21, Veronica: 5, Millennium lijst radio 538: nummer 9). Mercury deed nog een (zinloze) poging om het contract weer te herstellen.

In Februari 1999 kwam er nog een speciale Valentijn versie uit van het nummer. Een 2-tracks singel met aangepast hoes en tracklisting. Een speciale versie zonder de naam ‘Julia’ en een instrumentale versie vulde het schijfje. Ook heeft Henk 15 persoonlijke versies opgenomen met namen van prijswinnaars. Het ultieme Valantijnscadeau!

Op 28 december 1998 werd de Nationale Nieuwsquiz uitgezonden. In dit programma zong Henk het nummer in een speciale ‘Leefbaar Utrecht’ versie. Klik hier voor de tekst.


Extra’s: Analyse tekstFoto’s optredenMIDI-file met muziek

Songteksten

1. Zelfs je naam is mooi

Als jij je kleren aantrekt.. zonder haast
en haast zonder erbij na te denken
kijk ik naar een omgekeerde striptease
van een volmaakte schoonheid
elke handbeweging: een gedicht
elke buiging als een roos die sluit
O schat van mij! O hemels hoge ster!
zelfs jouw schaduw kan mij verblinden
Dus ga niet weg. Ga nooit bij me weg
maar als je ooit verdwijnt:
laat mij je dan weer vinden

Zolang ik jou heb… bij me heb
heb ik de volmaakte liefde lief
drink ik uit een pure waterbron
en slaap onder een deken van geluk
jij bent het goudste zonlicht
een volmaakt helder kristal!
Zo schitterend dat het licht ervan
me soms dreigt te verblinden
maar ga niet weg. Ga nooit bij me weg
en als je ooit verdwijnt:
laat mij je dan weer vinden

Zelfs je naam is mooi!
Mooier dan die van iedereen
die dezelfde naam heeft

Zelfs je naam is mooi!
Mooier dan die van iedereen…

Dus ga niet weg! Ga nooit bij me weg!
Maar als je ooit verdwijnt:
laat mij je dan weer vinden…

2. Gouden kooi

Als m’n vrienden zouden zien,
hoe ik rondrij als een filmster
in een lange limousine met chauffeur
Zouden ze me vragen wie ik denk dat ik ben
Plagend lopen klagen dat ik hen niet meer ken

Als m’n vrienden zouden zien,
hoe mijn hele hotelsuite is behangen met gordijnen van satijn
Zouden ze nog geen seconde mij willen zijn

In m’n gouden kooi lijkt de echte wereld buiten soms zo mooi
Ik leef heus wel mee, kijk de hele dag teevee
In m’n huis van glas denk ik soms terug hoe het lang geleden was
Trap weer in een plas, ruik de geur van zomergras

Als m’n vrienden zouden zien,
hoe ik hier loop te flaneren in de kleren van een uitgeleefde nicht
Zouden ze me zeggen midden in m’n gezicht
dat ik stapelgek ben of verkeerd voorgelicht.

Als m’n vrienden zouden zien,
hoe ik brieven schrijf aan niemand
enkel opbel naar een antwoordapparaat
Zouden ze me vragen of het wel goed met me gaat

In m’n gouden kooi lijkt de echte buiten soms zo’n grote klerezooi
Ik doe niet meer mee, zie het liever op teevee
In m’n huis van glas blijft alles zoals het was

Als m’n vrienden zouden zien,
hoe m’n luxe leven leeg is
hoe ik bijna niet meer met een ander praat
Zouden ze haast denken dat het slecht met me gaat

Speciale Leefbaar Utrecht versie

Het was een dag die je maar eens beleeft
Een dag die je niet had durven dromen
Je ontwaakt en ziet jezelf, zitten in negen zetels
Even denk je, ‘hee, het is gemaakt,
Deze plaats word weer een leefbaar oord’
O stad van mij, o hemels hoge Dom
Laat mij schuilen onder uw bomen
Ik ga nooit weg, ga nooit bij je weg
Ik zal als ik eens dwaal, bij Utrecht weer komen

Toen op die dag de stad op stelten stond
Dacht ik, ‘yes, nu gaan we meeregeren’
Maar de burger-bobo’s in het raadhuis
Stonden niet echt te springen
En ze sleepten emmers water aan
Al dat water moest in onze wijn
Vergeet het maar, geen denken aan
Want wij laten ons vuur niet doven
Ik ga niet mee, ga niet met ze mee
O nee, J’ai maintaindrai, wij doen wat we beloven

Onze naam is mooi
Mooier dan die van iedereen
Die zo’n zelfde naam heeft

Ik ga nooit weg, ga nooit bij je weg
Ik zal als ik eens dwaal, bij Utrecht weer komen

Utrecht