Definitieve concertdata: 20 en 22 december in Heineken Music Hall

Het is definitief. Het Goede Doel treedt donderdag 20 en zaterdag 22 december op in de Heineken Music Hall in Amsterdam zuid-oost. Kaartverkoop via www.teletickets.nl 0900-8040 (0,20

Related Images:

Nieuw solo album Westbroek op komst

Er komt een nieuw album van Henk Westbroek. Releasedatum is nog onbekend, waarschijnlijk eind dit jaar of begin volgend jaar. Het album zal worden voorgegaan door een single. (15 okt 2001)

Related Images:

De telegraaf een primeur?

De telegraaf meldt vandaag de concertdata wanneer Het Goede Doel de re

Related Images:

Het Goede Doel weer tijdelijk bij elkaar?

Vele mensen hebben er jarenlang op gehoopt. Maar nu gaat het waarschijnlijk dan toch gebeuren. Er komt een verzamel cd-box uit van ‘Het Goede Doel’ en ter promotie hiervan worden er eind dit jaar 3 grote concerten gegeven. Het is nog onbekend wanneer en waar de concerten gegeven worden. Meer nieuws volgt…. (10 okt 2001)

Related Images:

Denk aan Henk – De live sessies

Er treden regelmatig bands live op in het middagprogramma ‘Denk aan Henk’ op 3FM. Pas trad voor de vijfhonderdste keer in 8 jaar een band op en ter gelegenheid van dit jubileum is er een CD uitgegeven. Op ‘Denk aan Henk…. de live sessies’ worden de beste nummers uit het Denk aan Henk-live archief vrijgegeven. Op het album staan 18 echte juweeltjes, oa. Robbie Williams, Acda en de Munnik, Van Dik Hout, K’s Choice, De Dijk, Eels, Bloodhound Gang, Skik, John Hiatt en Postman. (10 okt 2001)

Related Images:

Waarom Henk en Henk toch weer samenkomen (Privé)

Ze konden elkaar niet meer luchten of zien, Henk Westbroek en Henk Temming. Dus kwam er tien jaar gelden een einde aan het roemruchte bestaan van Het Goede Doel. Toch ligt er binnenkort een prachtige 4cd-box van de groep in de winkel en staan Henk & Henk (en de rest van de band) op 20 en 22 december voor het eerst weer samen op het podium. Henk Westbroek (49) vertelt hoe dat zo is gekomen….

‘Tien jaar geleden waren we het allemaal goed zat’, begint Henk Westbroek en hij houdt voorlopig niet op met praten. ‘Ik vergelijk het altijd maar met een huwelijk: als je heel lang met elkaar optrekt krijg je op den duur een situatie dat je je steeds meer aan de slechte eigenschappen van de ander begint te ergeren. Ineens begon ik me te storen aan het feit dat Henk Temming wel eens beetje stotterde en hij begon zich te ergeren aan mijn gewoonte om weleens een windje te laten.’

Maar ook op andere vlakken liep de irritatie tussen de twee Henken op. ‘In die tijd mocht ik bijvoorbeeld graag tot laat in de kroeg zitten’, vertelt Henk Westbroek. ‘En als ik dan met Henk had afgesproken om de volgende dag een liedje te bakken en niet zo vroeg wilde beginnen, zei Henk ‘Dan moet je maar niet naar de kroeg gaan.’ Wanneer ik dan om zes uur zei: Laten we nog maar een paar uur doorgaan, dan wilde Henk weer niet, want die wilde sporten. Bovendien gingen onze belangen steeds meer uit elkaar lopen. Henk hield sowieso niet van optreden, maar toen hij samen met Sander van Herk een studiootje begon, was daar vaak ook geen tijd meer voor. Dus wij gingen steeds minder spelen en dat vond ik weer niet zo prettig. Want ik werkte een dagje in de week bij de VARA en wat mij betreft konden we drie keer in de week spelen. Nou, dat allemaal bij elkaar opgeteld, hebben we besloten om er maar een punt achter te zetten. Dat is nu zo’n tien jaar geleden.’

In die tien jaar hebben Henk en Henk elkaar niet gesproken, ze waren niet meer on speaking terms, zoals dat heet. Toch stonden ze vorig jaar weer samen op het podium. ‘Degenen die het eerste ijs gebroken hebben,’ zei Henk Westbroek, ‘waren eigenlijk de mensen van De Kast. Die jongens zijn nogal fans van Het Goede Doel en toen ze op zouden treden in Ahoy’ hadden ze ook twee liedjes van Het Goede Doel ingestudeerd. Dus toen vroegen zij aan ons: ‘Zouden jullie met z’n drieën, aangevuld met ons, nog een keer die liedjes willen zingen? En mogen we dan op de affiche zetten: extra gastoptreden van Het Goede Doe?’ En ik moet je eerlijk zeggen, in eerste instantie dacht ik: Waar begin ik aan? Maar aan de andere kant, die jongens vonden het zo leuk, dus we hebben toen Nooduitgang, België en nog een liedje gespeeld. Daar hebben Henk en ik een half uurtje, drie kwartier gezellig met elkaar zitten babbelen. En ja, laat ik het zo zeggen, dan is de kop er toch weer af.’

Dus toen platenmaatschappij Universal belde met het voorstel om een 4cd-box van Het Goede Doel uit te brengen, hadden de Henken daar wel oren naar. ‘Een keer per jaar maken ze een long box’, vertelt Henk Westbroek verder. ‘Dat is een heel mooie box met vier cd’s en een heel dik boek erbij, drie overzicht-cd’s plus een vierde cd met allerlei bijzondere opnames. Dat vond ik nou wel een leuk idee. Dus toen wij bij elkaar kwamen om eens te kijken wat er allemaal in het archief zit, kwamen we ontzettend leuke liedjes tegen die we nog hadden liggen….’

Hoe was die eerst bijeenkomst? ‘Eigenlijk best leuk. Wij hebben tien jaar geen contact gehad, dus dat was eerst van: ‘Hoe oud is je dochter nu?’ Goh, poeh, elf al weer. En jouw zoontje? Acht?! Nog steeds zo’n knap jochie?’ Ja, ik heb een foto.’ Precies z’n moeder. Oh, zijn jullie gescheiden? Oh, dat wist ik niet eens…’ Kijk, tien jaar geleden was ik in een situatie dat als ik dacht: goh, ik begin dorst te krijgen, zo om vijf uur ‘s middags, dan begon ik me bijna te schamen als ik een glas wijn wilde pakken, want dan kreeg ik hem weer om m’n oren van Henk. En nu zei Henk ‘s middags om twee uur: ‘Henk, geen zin in een glaasje wijn?’ Snap je? Dus dat was eigenlijk heel leuk.’

Jullie mini-tour gaat ‘Tien jaar gelukkig uit elkaar’ heten… ‘Ja. We zaten op een gegeven moment te praten en toen zei Henk: ‘Wist je dat we nu tien jaar gelukkig uit elkaar zijn?’ Toen zei Sander: ‘Dat zou een leuke titel zijn voor een soort herdenkingsconcert.’ Wat mij betreft kunnen we er twee doen, zei ik. En toen was het idee geboren. En dat wordt ook de titel, Tien jaar gelukkig uit elkaar. Er komt een groot bord boven: Leve de jubilarissen.’

Hoe zijn jullie ooit bij elkaar gekomen? ‘Wij zaten samen in het schoolbestuur op de HBS, ik was voorzitter en Henk was vice-voorzitter en hoofd afdeling feesten. Henk organiseerde echt te gekke feesten op de middelbare school. Daarna ben ik Sociologie gaan studeren en werd al snel werkloos. Dus ik had niet zoveel te doen en schreef weleens een liedje voor bands, ook voor bands waar Henk in zat. En op een gegeven moment zei hij: ‘Ik ben bezig met een Nederlandstalig bandje, wil jij niet zingen?’ Zei ik: ‘Ik kan helemaal niet zingen! Zei hij: Dat leer ik je toch!’. Dus Henk Heeft me echt een beetje leren zingen. Zei die van (zingt) ‘Ontwaakt verworpenen der aarde….’

Op de voorkant van jullie cd-box ‘Geef de mensen wat ze willen’ staat een groot verkiezingsbord. Daar kun je kiezen uit jouw slogans, Henks slogan en die van Sander. Vanwege jouw politieke loopbaan zeker? ‘Ja, je kunt kiezen, mijn slogan is ‘Voorgoed Tegenspoed’, die van Henk, die heeft ook z’n eigen lijst, is ‘Voor de Vorm’ en Sander heeft geloof ik ‘Sterk & Stabiel’. De vier cd’s heten dan ook Lijst 1, Lijst 2, Lijst 3 en Lijst 4. Inderdaad een beetje spotten met de politiek. Heeft Henk bedacht trouwens. Toen hij dat zei, zei ik, zonder één seconde bedenktijd: Fantastisch idee. Moeten we meteen doen.’

Blijft het bij deze twee concerten of krijgt dit muisje nog een staartje? ‘Voor alle duidelijkheid, dat hebben we ook gelijk afgesproken, misschien zullen Henk en ik ooit wel weer samen een liedje schrijven, maar we zullen echt nooit meer Het Goede Doel oprichten. Daar hoeft niemand bang voor te zijn. Ik ben solo bezig, hij doet z’n dingen, Sander doet z’n dingen en misschien vieren we over vijftien jaar dat we vijfentwintig jaar uit elkaar zijn, maar het is eigenlijk ook een beetje een grap.’

Jullie zijn tien jaar niet on speaking terms geweest… ‘Nee, we waren toch eigenlijk vooral blij dat we elkaar niet zagen.’.
En jullie zijn allebei behoorlijk koppig… ‘Ja, zeker waar.’

Hoe is het nu? ‘We kunnen het weer heel redelijk met elkaar vinden. Net als mensen die ooit gescheiden zijn, elkaar weer tegenkomen en dan toch op de een of andere manier een heel nieuwe, prettige verstandhouding weten te creëren zonder dat ze gelijk de behoefte hebben om opnieuw met elkaar te trouwen en de rest van hun leven het bed te delen. Dat hoeft ook helemaal niet. En daar ben ik eigenlijk wel heel blij om, want diep in mijn hart heb ik toch altijd wel een beetje van Henk gehouden. En hij denk ik ook wel van mij.’

bron: Privé, 2001

Related Images:

Percussionist Angelo van den Burg over zijn Reuma (Reumafonds)

‘Ik ben intenser gaan spelen ‘ Interview Angelo van den Burg

Het is een snikhete dag in juli. Midden op de plas dobbert een witte zeilboot. Aan boord zijn percussionist Angelo van den Burg en zijn vriendin Belinda, met als hun gasten de fotograaf en de journalist van Rond Reuma. We praten over muziek en over reuma. Want Angelo leeft niet alleen voor zijn muziek, maar noodgedwongen ook met reuma.

“Kijk” zegt Angelo halverwege het gesprek en houdt zijn handen op. “Vandaag heb ik ontstoken vingers, terwijl ik morgen moet spelen. Dan weet ik dat ik rustig moet blijven, niet moet gaan lopen stressen. Daarom ben ik zomers ook zoveel mogelijk op mijn boot. Omdat ik me daar goed kan ontspannen.”
Als percussionist werkt Angelo vooral met zijn handen. Elke slag, elke tik op de trommels en drums doet pijn wanneer de reuma opsteekt. “Ik ben ook bang geweest dat ik niet meer zou kunnen zeilen, omdat ik moeite kreeg met het draaien aan de lieren. Maar ik geef niet snel op en ben eens gaan rondkijken. Nu heb ik speciale lieren.”

Angelo, die zijn carrière als drummer begon, zat als vierjarig kind al achter de trommel en speelde later concerttrommel bij de fanfare waar zijn talent werd ontdekt. Geïnspireerd door zijn buurman Charlie Nederpelt, die dirigent was van het Vara’s dansorkest, ging hij naar het conservatorium. “Toen ik een jaar of 24 was leerde ik een stel Afrikanen kennen die op tournee waren en me mee vroegen als hun drummer. Zo ben ik in Afrika terechtgekomen, onder meer in Gambia, Senegal en Guinee-Bissau, de bakermat van de percussie. Er heerst daar een waanzinnige trommelcultuur. Alles wat ik van muziek wist, kon ik meteen weer vergeten. Ik leerde daar bijvoorbeeld poly-ritmisch spelen, dus met verschillende ritmestructuren door elkaar, dat is heel intensief voor een slagwerker. Die periode is van enorme invloed op mijn manier van spelen, ik ben toen ook van het drummen op percussie overgestapt.”

Verdriet
Een paar jaar daarna, hij werkte toen in een orkest in Duitsland, kreeg Angelo opeens dikke vingers en last van zijn schouders. De fysiotherapeut en iriscopist naar wie hij toe ging omdat hij dacht dat hij een blessure had, vertelde hem dat hij reuma had. “Ik raakte in paniek. Ging terug naar Nederland en nam een maand rust. Maar het ging niet over. Onderzoek bevestigde dat ik reumatoïde artritis (RA) had. Ik heb toen van alles geprobeerd, ook in het alternatieve circuit, maar het werd steeds erger. Uiteindelijk verwees de huisarts me door naar het Jan van Breemen Instituut. Daar trof ik een geweldige reumatoloog, en een psycholoog met wie ik een fantastische band kreeg. Aan haar heb ik heel veel gehad. Zij leerde me om met mijn gevoelens om te gaan en mijn verdriet een plek te geven. In die tijd ben ik ook, na twee jaar, weer gaan spelen. Dat was in het begin heel moeilijk, maar ik had mensen om me heen die me nooit in de steek hadden gelaten en die me ook toen weer steunden.”

Nu is Angelo vaste freelancer bij de groep BlØf, hij werkt mee aan hun cd’s en aan hun grote concerten, en van Henk Westbroek met wie hij pas nog op theatertour was. Maar je hoort hem bijvoorbeeld ook op de nieuwe cd van Willeke Alberti en op die van Kinderen voor Kinderen.

Jubileum
“Toen ik via via werd gevraagd mee te doen aan de tv-documentaire van het Nationaal Reumafonds heb ik daar eerst goed over nagedacht. De hele muziekwereld zou dan weten dat ik reuma heb. Maar ik heb toch ja gezegd. Ik ben niet zielig, ik ben wie ik ben, mèt een fysiek probleem. Hopelijk kan ik andere reumapatiënten zo aanmoedigen het niet op te geven.
Soms zeggen mensen ‘ik zie niks aan je’of ‘het valt toch allemaal wel mee’. Zij zien niet hoeveel moeite het kost. Dat wil ik ook niet rondbazuinen, maar ik vind deze reacties toch heel vervelend. Door dit alles ben ik wel anders gaan spelen, veel intenser. Soms kan ik heel verdrietig zijn, maar ik ervaar ook veel levensvreugde. Ik kom nog steeds bij de psycholoog. Belinda gaat ook mee omdat ze mij beter wil begrijpen, zo kunnen we elkaar goed steunen.”

Angelo gaat nog meer bijdragen leveren aan het jubileum. Hij geeft tijdens het Jubileumcongres op 26 september een percussieworkshop samen met de Braziliaan Alaor Soares en bij de tv-actieavond op 31 oktober kondigt hij de muzikale gasten aan en maakt hij samen met hen muziek.

bron: Reumafonds, september 2001

Related Images:

Heel Persoonlijk (Tros Kompas)

Ondernemer, politicus, zanger en tekstdichter Henk Westbroek (49) is al achttien jaar Deejay op de publieke popzender. “Het nadeel van je tijd verdelen over zoveel verschillende activiteiten is dat je nooit een groot specialist wordt.”

Henk Westbroek is boos. Wat, Henk Westbroek is laaiend! Gisteren, notabene in zijn radioprogramma ‘Denk aan Henk’, berichtte de nieuwslezer over een Duitser die was gestikt toen zijn strandkuil instortte. Henk: ‘De tekst werd voorgelezen met het Blof-nummer ‘Aan de Zeeuwse kust’ eronder. Hoe haal je het in je hoofd. Volkomen smakeloos. Zoiets kan dus echt niet! Nieuws en amusement moet je strikt gescheiden houden.’ Daar begrepen zijn jonge collega’s op Radio 3FM weinig van. Schaapachtig stonden ze erbij toen nestor Henk uit zijn vel sprong. Over de gang van zaken op de zender is hij toch al niet erg tevreden. Henk heeft geregeld een conflict met de muzieksamenstellers van zijn programma. ‘Met hen moet ik onderhandelen om de meest vervelende plaatjes eruit te krijgen.’ Soms loopt het conflict zo hoog op dat ze elkaar de huid vol schelden. Henk: ‘En ik moet naar twee bazen luisteren. Mijn baas van de Vara, waar ik in dienst ben, en de zendercoördinator. Dat leidt wel eens tot misverstanden.’ Tech peinst hij er niet over om zijn hoekje op de de radio vaarwel te zeggen. Strijd hoort bij het leven. En zeker bij het leven van Henk Westbroek. Henk: ‘Pas als ik geen feeling meer heb met de popmuziek ga ik me afvragen of ik nog wle op de juiste plek zit. Maar zover is het nog lang niet.’

Zijn vader was Machinebankwerker
We zitten op de leren twee- en driezitsbank in zijn Utrechtse villa. Henk met een pakje shag en vloeitjes in de aanslag. Een glas droge witte wijn onder handbereik. Aan de muur hangen litho’s en een enkel schilderij. Brood en Warhol springen eruit. De ruime woonkamer is sober ingericht. Er ligt hout op de vloer. Veel natuurlijke tinten en hier en daar wat Oosterse snuisterijen. Hij is geboren in de Utrechtse arbeiderswijk. Zijn moeder vouwde raderpatronen van de Ariadne en andere vrouwenbladen in elkaar. Zijn Utrechtse accent is hij in de loop der jaren kwijtgeraakt. Eerst op de universiteit, waar hij sociologie studeerde. Later als zanger van Nederlandstalige liedjes. Hij ontwikkelde er een helder en herkenbaar stemgeluid mee. En dat leverde hem achttien jaar geleden, op het hoogtepunt met zijn band Het Goede Doel, een baan bij de radio op. Groot nadeel: de zanger en veelprater heeft weer eens last van overbelaste stembanden. ‘Niets ernstigs, hoor’, relativeert Henk, ‘vergelijk het met eelt op je handen na een dag tuinieren. Schrapen ze in het ziekenhuis gewon weg. Het is een typische zangersziekte; dit jaar hadden Ilse DeLange en Birgit er ook laast van.’

Uitgeput na 100 optredens
‘Waar de meeste mensen al dolblij zijn als ze één bepaald trucje beheersen, houdt Westbroek er veel verschillende carrières op na’, is in de biografie op zijn website te lezen. Het tekent ‘homo universalis’ Henk Westbroek als een veelzijdige persoonlijkheid. Hij is mede-eigenaar van de Rockcafé-keten Stairway To Heaven, debatteert in de Utrechtse  gemeenteraad als fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht, zingt liedjes en schrijft ze op verzoek van anderen. Zijn naam komt voor op het repertoire van Herman van Veen tot René Froger. Nog altijd loopt Henk met zijn huidige begeleidingsband De Consorten de festivals  af. Ter afwisseling kiest hij tegenwoordig ook voor het theater. ‘In het theater heb je meer ruimte om je publiek te entertainen. En je kunt je publiek daar laten zien wat je muzikaal gezien nog meer in huis hebt. In een waan-van-de-dag-industrie als de popmuziek is dat geen overbodige luxe.’ Natuurlijk heeft zijn leeftijd er ook mee te maken. ‘Op de grote podia speel je temponummers. Daar gaat het vooral om de energieke uitstraling van de band. Vorig seizoen heb ik honderd optredens gedaan. Dit jaar doen we ongeveer de helft omdat ik mezelf aan het einde van de rit zo’n beetje bij elkaar kon vegen.’

Het ‘huwelijk’ met Henk Temming
In februari zong hij nog één keer met Henk Temming, zijn oude maatje van Het Goede Doel, met wie hij jarenlang in onmin leefde. ‘Henk en ik zijn destijds uit elkaar gegaan omdat we op elkaar waren uitgekeken. Vergeet niet dat wij vanaf 1977 tot begin jaren negentig elke dag met elkaar optrokken. Vergelijk het met een stukgelopen huwelijk. Zo gaat dat als je in een bandje zit. Op den duur kregen we ook andere belangen. Ik ging bij de radio werken, wat om een zekere continuïteit vraagt. Hij begon een eigen studio en produceert tegenwoordig bands als De Kast. Toen De Kast in februari in Ahoy’ optrad, vroegen de bandleden of we samen een paar oude nummers wilde zingen. We zongen ‘Vriendschap’ en ‘Nooduitgang’. Was hartstikke leuk om weer een keer samen te doen.

Liedjes over de ideale vrouw
Hij is druk met de opnamen van een nieuwe cd. ‘Twee nummers zijn redelijk af. Wil je een stukje horen?’ Henk loopt naar zijn installatie en kondigt ‘een duetje met de jongens van Skik’ aan. Gillende gitaren en een bekend deuntje. Dan zingt Henk: ‘Het is weer tijd, om op te staan. Maar ik heb geen zin, om naar m’n baas te gaan.’ De muziek zwelt aan. Henk loopt onrustig heen en weer en praat druk door de muziek heen. Licht toe wat er komen gaat. En waarom. ‘Vind je het leuk?’, vraagt hij. Dan volgt een nieuw eigen nummer. Henk: ‘Het heet ‘Evenbeeld’. Mooi woord, hè? Misschien wordt het wel de titel van de cd.’ Het gaat over de ideale vrouw. ‘Het evenbeeld van jou’, zingt Henk, ‘qua muzikale omlijsting een heel klassiek liedje’, zegt de schrijver. ‘Maar zojuist heb ik bedacht dat er een rauwe melodie overheen moet. Heel anders dan ik in eerste instantie had gedacht.’ De musicus is in zijn creatieve element.

Hoeveel tijd maakt hij voor dochterlief?
Zijn dochter Chris (11) komt met en vriendje de kamer binnenlopen. ‘Daaag lief’, zegt Henk met zijn schorre, lijzige stem, ‘papa is even aan het werk. Kan ik jullie trakteren op een ijsje?’ Maar Chris heeft helemaal geen zin om weg te gaan en spiekt schaamteloos op de lijst gespreksonderwerpen van Tros Kompas. ‘Die vraag moet u straks wel stellen, hoor’, wijst Chris naar het onderwerp ‘familie en tijdgebrek’. Als het onderwerp ter sprake komt, zegt Henk tegen zijn dochter: ‘Er zijn weinig vaders die bijna elke dag al om drie uur thuis zijn.’ ‘Ja, maar jij moet in het weekend heel vaak optreden. En dan ga je ook nog naar al die politieke vergaderingen.’ Henk erkent dat hij een veel te druk leven leidt. ‘En het nadeel van je tijd verdelen over veel verschillende activiteiten is dat je nooit een groot specialist wordt’, voegt hij eraan toe. Partner Julia (49) schildert op een grote keukentafel een decorstuk. ‘Voor het schoolfeest van onze dochter’, zegt Julia. Henk en Julia leerden elkaar in Parijs kennen. Allebei net zeventien. ‘We liepen elkaar stomtoevallig tegen het lijf toen we met school de Franse hoofdstad bezochten.’ Julia, die in Engeland woonde, kwam op haar achttiende naar Nederland. ‘Ze heeft hier jaren illegaal gewoond’, zegt Henk, want Europese regels, zoals vrij verkeer van personen en goederen, bestonden toen nog niet.’ Ze zijn nooit getrouwd. ‘We trouwen als we allebei vijftig zijn’, zegt Henk. ‘Die afspraak hebben we ooit gemaakt.’ Een andere afspraak die hij ooit maakte, leidde tot een grote hit. ‘Het lied ‘Zelfs je naam is mooi’, is opgedragen aan Julia.’

Politiek: niet leuk, maar uitermate nuttig
Henk zou best nog wel even willen doorpraten, maar er wacht een belangrijke vergadering van Leefbaar Utrecht, de partij die nu ook landelijke ambities heeft als Leefbaar Nederland. Nee, hij is niet van plan de kar te gaan trekken als lijsttrekker. Politiek lijkt voor hem een tijdelijk aangelegenheid. Een noodzakelijk kwaad. ‘Al doende kom je er wel eens achter wat je van iets vindt. Ik vind politiek uitermate nuttig, maar ik vind het niet leuk. We hebben de partij ooit opgericht uit onvrede met de lokale politiek. Ik bemoei me nog even met het opstellen van het partijprogramma. Daarna is het voor mij tijd om weer iets anders te gaan doen.’

Denk aan Henk, maandag t/m donderdag, radio 3FM, 12.04 uur

bron: Tros Kompas, Michel Verschoor, 28 juli 2001

Related Images:

Het imago van Henk Westbroek (Algemeen Dagblad)

Henk Westbroek (49) gaat zijn twintigste en laatste jaar in als VARA-deejay op Radio 3FM. ‘Giel Beelen heeft de neiging om Opa Henk tegen me te zeggen. Dat is een teken aan de wand.’ De fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht en medeoprichter over zijn imago als deejay, politicus en kroegbaas. ‘Populist, zeggen ze. Ik begrijp wel waar dat verwijt vandaan komt.’

‘In de kranten lees je na het dodelijk motorongeluk van Chris Götte alleen maar over de condoléances op de website, niets over wie de drummer van Blof nou eigenlijk was. Vanochtend hoorde ik er een paar platenpluggers over, niet over Chris zelf, maar over een cd van Blof, hoe goed die wel niet zou verkopen, zeker als je hem aan Chris zou opdragen. En Chris was nog niet begraven of ik werd al gebeld door drummers, want ik ken de weg in de wereld van de Nederpop, of ik niet een goed woordje voor ze kon doen. De muziekindustrie heeft zijn onschuld, als die er ooit was, verloren. De Beatles, de Rolling Stones, Bob Dylan waren van nature recalcitrant. Nu heeft elke platenmaatschappij een communicatiedeskundige in dienst. In de popmuziek heeft de jeugd tegenwoordig nog maar twee keuzes: of je valt in het marketingconcept van Coca Cola of in dat van Pepsi Cola. Ik heb het zoontje van Bob Dylan eens in de uitzending gehad. Heet ook Dylan. ‘Waarom niet Zimmermann?’, vroeg ik. Werd hij heel kwaad, want in de voorwaarden stond dat er niet over zijn vader gepraat mocht worden. Maar waarom neemt hij dan de artiestennaam van zijn vader over? Vond ik een heel terechte vraag. Later hoorde ik dat hij helemaal getraind was. Zoals de Sex Pistols, helemaal gestyled door Malcolm McLaren. Dat waren de eersten die werden gemanaged in onbehoorlijk gedrag, die moesten contractueel schijt hebben aan iedereen.
Ik sta op een plaatpresentatie en daar komt voor de tweede keer zo’n hyperactief ADHD-kind langs huppelen om weer een biertje uit mijn hand te trekken. Ik zie zijn hand voorbijkomen, grijp die vast en, ik ben in mijn vriendelijkste bui, dus ik zeg: als jij een biertje van me wilt hebben, kun je er een krijgen, maar wel eerst even vragen, want anders hebben we een probleem. Zegt die jongen. Man, man, it’s just image, I’m a Beasty Boy.

In de tijd van Het Goede Doel droeg ik altijd gympies, Adidas, ver vóór de hiphop, dat bestond nog niet eens. Ik droeg die dingen al jaren, onder welk pak dan ook. Bij elke tv-registratie werd er op ingezoomd. Als ze vroegen waarom ik die gymschoenen droeg, zei ik altijd: omdat ze lekker zitten. Maar niemand die het geloofde. Dus die gymschoenen werden mijn imago.
Toen ik klein was, moest ik altijd de afdragertjes van mijn zwager dragen, ie een maat kleinere schoenen had. Dus die gingen in de uitrekmachine, kon ik ze net aan. Ik heb daar een beetje pijnlijke voeten aan overgehouden. Ik heb een imago overgehouden aan mijn zere voeten. Een imago krijg je toch wel, dus het is handiger als je het stuurt.

‘Populist’, zeggen ze sinds ik fractievoorzitter van Leefbaar Utrecht ben, en een van de oprichters van Leefbaar Nederland. Populist. Ik begrijp wel waar dat verwijt vandaan komt. De meeste mensen zijn niet in staat om problemen helder te verwoorden en vinden iemand die dat wel kan al gauw een populist. Bovendien is vertrouwen in de verstandelijke vermogens van de mensen die kiezers heten, eigenlijk een populistische gedachte. En mijn achtergrond werkt tegen me: ik werk bij 3FM, dus in de entertainmentindustrie, en ik zing. Nou probeert mevrouw Jorritsma een week vóór de verkiezingen altijd een duet met Gordon te zingen, maar als je dat toevallig wel goed kunt, dan is dat ineens een zwak punt voor een politicus. En dan ben ik nog kroegbaas ook en dat is een verlopen iemand die met zwart geld een café-restaurant exploiteert. En ik exploiteer er binnenkort nog twee ook in Utrecht. Het ligt ook een beetje aan mezelf: ik heb bij een domme vraag de neiging om te vragen of het niet wat slimmer kan.
En ik ben een VARA-jongen. Sommige mensen vinden dat ik gewoon in PvdA actief zou moeten zijn. Vind ik zelf ook eigenlijk. Maar die partij van binnenuit hervormen? Vergeet het maar. Dat is zo’n dikke ambtelijke organisatie. Het beleid wordt bovenaan vastgesteld en dient van onderen te worden uitgevoerd. De PvdA kan niet met dissidenten omgaan. Als een eenling word je platgewalst. Dat was vroeger anders. Ik zag mijn lievelingsband aller tijden, de Kinks, op een PvdA-congres. Ik kwam natuurlijk voor de Kinks, maar als jochie van 13 viel het me wel op dat er leven in de partij zat.
Mijn vader, machinebankwerker, was PvdA. Je moet je niet voorstellen dat er thuis over politiek werd gesproken. PvdA, dat wás je gewoon. Mijn vader was van 1912, had de crisis meegemaakt, stemde dus PvdA en was lid van de vakbond, die er voor zorgde dat wij zes jaar nadat die was uitgevonden toch maar mooi onze eerste televisie kregen. Toen ik afstudeerde, ik had sociologie gedaan en kreeg een baantje als bibliothecaris, kreeg ik van mijn vader als cadeau het lidmaatschap van de ambtenarenvakbond, de VARA-gids en de dodenverzekering bij de Centrale.

Mijn middelbare school was de eerste in Nederland die bezet werd, in 1969. Het stond op alle voorpagina’s. Ik was toevallig voorzitter van de schoolvereniging, Henk Temming die ik later in Het Goede Doel zou tegenkomen, was vice-voorzitter. Onze eis was een overblijflokaal, om te schuilen als het slecht weer was. Harmen Roeland, nu van het NOS Journaal, zat bij mij in de klas en kon aardige stukjes schrijven voor het illegale dagblad dat we uitgaven. Een over blijflokaal. Het ging nergens over, maar van het een kwam het ander. Een deel van de leraren sympathiseerde met ons, wilde onderwijskundige hervormingen, dat je mocht roken in de klas enzo. Daar waren Temming, Roeland en ik mee bezig. Een revolutionaire cel heette dat. Ik weet nog dat ik bij de wethouder moest komen, die later de schoolleiding zou ontslaan, en dat hij zei: jullie zijn anarchisten, hè? Ik zei: dat weet ik niet. Waarom niet? Nou, ik weet niet wat dat zijn. Dat was de ideologische diepgang.
Om de maatschappij een beetje beter te leren begrijpen en te verbeteren ging ik sociologie studeren. Links was iedereen in die tijd. er waren er die vonden Joegoslavië een heilsstaat, maar ik was er geweest en ik vond van niet. Ik was scholier al in Praag geweest, daar heb ik de as van Jan Palach nog zien liggen. Dan had je nog zo’n clubje, wat tegenwoordig de SP is, dat vond wat in China gebeurde toch ook wel geweldig. Ik vond gelijkheid voor iedereen ook wel een sympathieke gedachte, maar als liefhebber van W.F. Hermans, die er nog wel eens kritische verhalen over schreef, had ik er wel twijfels bij. En dan was je toch wel heel rechts, als je links was en twijfels had.

Ik schreef al liedjes, maar Henk Temming haalde me over om te zingen bij Het Goede Doel. Ik was altijd al een zenuwpees, ik durfde niet, maar ik vond het ook een soort prestatie om ondanks die angst het podium op te gaan. En ik werd deejay. Bij de VARA natuurlijk. Dat ben ik nu al negentien jaar. Lang, hè? Ik maak de twintig vol. Mijn contract loopt over een goed jaar af. Ik heb mijn tijd wel gehad op 3FM.
Hier kiezen drie ambtenaren voor iedereen de plaatjes uit, muzieksamenstellers die onder de zendercoördinator vallen. Aan hem hebben de omroepen hun macht afgestaan en daardoor hebben zij hun herkenbaarheid verloren. Terwille van de herkenbaarheid van het station. En herkenbaarheid wordt vertaald met: alles altijd hetzelfde en nooit iets onverwachts. Ik heb geregeld aanvaringen met de muzieksamenstellers. Ik geloof dat we nu in een periode zitten waarin we zelfs niet met elkaar praten. Mar ze houden wel rekening met wat ik leuk vind. Ik mag een of twee plaatjes per uur van mezelf draaien. Het moet ook allemaal op jong geprogrammeerd worden. Maar intussen zijn de luisteraars tussen de 30 en 50, want popmuziek is al lang niet meer alleen jongemensenwereld. Er zitten nu al mensen in het bejaardentehuis die de Rolling Stones hebben meegenomen in plaats van ‘Waarheen, waarvoor?’.
Ik heb de leeftijd van veel 3FM-luisteraars en ik vermoed dat daarover gepraat wordt, zij het nog niet hardop. Alhoewel, Giel Beelen heeft de neiging om Opa Henk tegen me te zeggen, wat ik bijzonder onaangenaam vind. Zo heb ik er ook nooit tegen gekund dat mijn moeder in het bejaardentehuis door de eerste de beste verpleegster Tante Nel werd genoemd in plaats van mevrouw Westbroek. Maar het is wel een teken aan de wand en dan moet je op een gegeven moment de verstandigste zijn. Dat kan ik allemaal wel niet leuk vinden en dat vind ik ook niet, want ik vind dat ik een heel moderne smaak heb en ik draaide altijd als eerste Blof en de Urban Dance Squad. Maar straks zeggen ze het hardop. En dat wil ik  vóór zijn.

Misschien dat ik wat anders ga doen op de radio, als ze me willen. Een politieke carrière zit er niet in. Ik ben niet verkiesbaar voor Leefbaar Nederland. Ik stel me alleen kandidaat voor de programmacommissie. Stel dat de PvdA door een electoraal succes van Leefbaar NEderland tot inkeer komt, dan moet je jezelf meteen opheffen. Ik sluit dat niet uit. Ik hoop het zelfs.
De andere oprichters van Leefbaar Nederland hebben ook een radioverleden. Jan Nagel was eindredacteur van de Rooie Haan, ook VARA. Maar ik kende hem niet, want ik werk bij het subonderdeel 3FM dat intussen, ik had bijna gezegd: gelijkgeschakeld is. Maar dat is weer zo’n eng woord. Ik had hem wel eens gezien op het jaarlijkse VARA-feest, waar ik altijd op kosten van Vera Keur pilsjes kwam drinken. Ik leerde hem pas kennen toen hij me belde: zullen wij proberen een clubje op te richten?
Willem van Kooten was ook deejay en is zo’n beetje de uitvinder van de commerciële radio. Heb ik niets op tegen. Ik heb nooit begrepen waarom de puplieken zich verzetten tegen de commerciëlen en helemaal niet waarom ze het commerciële wapen van de reclame in de strijd gooien. Ik vind 3FM wel een publieke taak, maar over wat dat inhoudt bestaat veel verwarring: een goeie plaat is een goeie plaat, zelfs als hij goed verkoopt, draaien dus.

Mijn eerste plaat, België, kwam uit bij Red Bullet van Van Kooten. Hij is verschrikkelijk rijk geworden. Hij zei tegen me: ik heb ontzettend veel geld verdiend en als je dan niet een beetje idealist kunt worden, kan je het nooit meer. Met Het Goede Doel gaven we hem voor zijn verjaardag eens de complete werken van Plato cadeau. Toen zei hij: ik ben er heel blij mee, ik heb het meeste wel, maar dat is toch helemaal stukgelezen. En toen begon hij uit zijn blote hoofd Plato te citeren. Dan ben je toch een wat a-typische platenbaas.
Ik ga een nieuwe plaat opnemen. Mijn hart ligt bij de muziek. Ik zit niet voor mijn lol in de politiek. Zoveel leuke mensen kom je in de politiek niet tegen. Ik heb er nog nooit een goede vriend aan overgehouden. Macht misvormt en is ook wel lekker natuurlijk. In mijn Goede Doel-tijd was de reactie: Nederlandstalig, dus dat kan niks zijn. Journalisten schreven altijd: hij keek mij somber aan, hij lachte weer eens cynisch. Je kon het nooit goed doen. Nu word ik heel anders benaderd, als zanger dan. Met de horecapers heb ik ook nooit problemen. Ik heb net een boeiend e-mail-interview achter de rug met het blad lunchroom, oplage 40.000. Dat ging over het broodje kaas, waar ik tot mijn eigen verbazing toch nog een pagina over vol heb weten te typen.

Maar er wordt ook over de politicus Westbroek geschreven, over de politieke leider van Leefbaar Utrecht. Nou is Utrecht een one-paper-city en ik heb de indruk dat ze bij het Utrechts Nieuwsblad airmiles krijgen als ze iets onaardigs over mij schrijven. Het is een soort vendetta. Ze plassen altijd over me heen. Ze besteden een kwart pagina aan de opinie dat wij eigenlijk fascisten zijn, wat ik niet prettig vind, en dat wij een soort stalinisten zijn, die, mochten er in Utrecht zoutmijnen zijn, die onmiddellijk zouden heropenen om er andersdenkenden in af te storten. En nooit mogen wij commentaar geven. Maar weet je wat het is? Hoe meer ze op ons pissen, hoe meer zetels we halen. Het gaat met ons beter dan met hun oplage. Als je iemand de grond in wil schrijven, moet je ook eens één keer iets aardigs over hem schrijven. Zeik je hem dan de volgende keer af, dan ben je veel geloofwaardiger. Dus ik hoop dat ze dit strategische advies niet lezen.’

bron: Algemeen Dagblad, Coen van Harten, 4 april 2001

Related Images:

Enkele nieuwe concerten

Het heeft even geduurd, maar er zijn weer een paar nieuwe optredens toegevoegd aan de concertagenda. Henk is op dit moment druk bezig in de Utrechtse politiek en met voorbereidingen voor een nieuw album, dus heb nog even geduld. Hou de website in de gaten! (22 maa 2001)

Related Images: