Nieuw Henk en Henk album is af!

Leuk om alvast te melden: het nieuwe Henk en Henk album is helemaal af! Nu nog even wachten op de definitieve releasedatum, maar zeer binnenkort laten Henk en Henk heel Nederland weer even proeven van hun talent! Hou deze website in de gaten!

Related Images:

Henk schrijft nummers voor Jan Keizer

Jan KeizerHenk Westbroek heeft meegewerkt aan het solo album “Geef mij je lach” van Jan Keizer. Henk schreef voor dit volledig Nederlandstalige album de nummer “Dit moet liefde zijn” en “Ik zong een liefdeslied”. Ook Guus Meeuwis, Belinda Meuldijk en Jan Rot schreven een nummer voor het album. 

Related Images:

Column: Stinkbommen

Vroeger is een vrij ruim begrip. In dit geval wil ik tien jaar geleden zo noemen. En me afvragen of het vroeger nou beter was dan nu. Volgens mijn geheugen luidt het antwoord: enigszins ja, en ook een beetje, nee. Het algemene klimaat was vanzelfsprekend vroeger beter, omdat het er frisser aan toe was dan het nu volgens de alarmerende berichten schijnt te zijn . Maar het klimaat in taxi’s is er sinds vroeger schrikbarend op achteruit gehold. Je kunt geen taxi instappen of aan het achteruitkijkspiegeltje hangt een dingetje dat zijn best doet om op een dennenboompje te lijken. Behalve dat de gelijkenis uitsluitend te zien is door mensen met een extreem ontwikkeld associatief vermogen, stinken die dingen gruwelijk. En niet eens naar dennenbomen. Meer naar iets dat ruikt naar een combinatie van gewichthefferzweet en junkenkots. Om tegenwoordig in zo’n taxi van een bewust aangebrachte stinkbom te mogen genieten moet je beduidend meer geld neertellen dan vroeger. Toen je in het ergste geval de geur van zuur bier, zware shag en eerlijk zweet rook. Soms hebben taxichauffeurs geen hangende geurbom, maar een staande. Dat is dan een ergens op het dashboard geplakt flesje ter grootte van een kleutervuist. En in de vorm van een gehalveerde ui. Dat ding verspreidt een lucht die een kleuter op een uiendieet nog niet bij elkaar kan schijten. Je stapt een taxi in, je gaat over je nek, je vraagt aan de chauffeur waar die penetrante walm vandaan komt die zich spontaan aan je blote lichaamsdelen hecht. Hij zegt, denkend dat je een ironie verstopt complimentje maakt : ” Vroeger roken taxi’s inderdaad lang niet zo lekker, maar dit doen we tegenwoordig in de taxiwereld zowat allemaal als dienstbetoon aan onze klanten; een heerlijke luchtverfrisser in de auto! ” Dat het vergeleken met vroeger kommer en kwel in de taxibranche is, komt niet omdat taxiritten onbeschoft veel duurder geworden zijn. Ook niet omdat je in de grote stad een gerede kans loopt een chauffeur te treffen die je uit 8 opgevoerde boxen laat meegenieten van het repertoire van een artiest waar je nooit aan toe zult komen, zolang je nog niet aan het dementeren bent. Alleen vanwege het stinkende binnenklimaat in deze tak van openbaar vervoer staan taxi’s steeds vaker stil. Zelfs als je van dronkenschap niet meer op je benen kunt staan, loop je tenslotte nog liever dan in te stappen. Ban de Bom!

Groet,

Henk

Related Images:

Jan Keizer is nog lang niet uitgezongen

De plaats van handeling is, traditioneel, etablissement The Old Dutch in Volendam aan de boorden van het IJsselmeer.

Jan Keizer hecht aan traditie en vastigheid. ,,Ik zou Nederland nóóit verlaten. Ik kan niet eens uit het dorp weg, laat staan uit het land. Op deze cd zing ik een stuk van Robert Long – De Lage Landen – waarin hij het heeft over een ‘Ruysdael-lucht’. En dát is precies wat ik bedoel. Als ik over het IJsselmeer uitkijk, dat klotsende water, die prachtige wolkenpartijen, ben ik gelukkig. Ik ben zó Hollands.’’

In die zin was een Nederlandstalig album een vurige wens van Jan Keizer. De man die bij BZN in vooral de Engelse en Franse taal zong, vroeg nu tekstdichters als Guus Meeuwis, Jan Rot, Belinda Meuldijk, Robert Long en Jan Boerstoel nummers voor Geef mij je lach te schrijven op muziek van Keizer zelf.

,,Ik had een lijstje,’’ vertelt hij, ,,maar het was de vraag of mijn gedroomde tekstschrijvers óók wilden. Ik durfde iemand als Robert Long eigenlijk niet te bellen. Bang dat je ‘sodemieter op’ te horen krijgt. Maar het klikte. We hadden het over onze hartkwaal. ‘Ben jij daardoor ook zo jankerig?’ vroeg hij nog. Slachtoffers onder elkaar, hè? Robert vond het een eer – een paar maanden later was hij dood. Ik ging ervan uit dat hij niet meer aan mij had gedacht, maar zijn partner vond wel degelijk het liedje dat voor mij was bestemd.’’

Jan Rot, zegt Keizer, was zelfs apetrots. ‘Dat ik dat aan mijn cv mag toevoegen,’ zei hij. ,,Met Henk Westbroek was ik natuurlijk erg blij. Zelfs je naam is mooi vind ik misschien wel het mooiste Nederlandstalige nummer ooit. Guus Meeuwis moest ik wel achter z’n kont zitten. Hij zat met zijn stadionconcerten en ging ook nog eens op vakantie. ‘Guus’, zei ik, ‘als jij straks op die stretcher in de zon ligt, ben je blij dat je een mooie tekst kan schrijven. En neem er een pilsje van mij bij.’ Uiteindelijk leverde hij zijn nummer te laat in en er ontbraken ook nog eens drie zinnen, haha. En wat zei hij? ‘Tja Jan, je kunt wel zien dat ik een echte luie student ben’.’’

Na het afscheid met BZN was er een ding dat Jan Keizer beslist niet wilde: dagelijks achter de geraniums zitten, ’s middags een bokkinkje nuttigen en op tijd met echtgenote Marie onder de wol. ,,Nee, ik zou me nooit uitsluitend op mijn grote hobby, goudkarpers, kunnen storten. Ze krijgen te eten, maar ze moeten niet zeuren!’’

Hij noemt zijn album vooral ‘een persoonlijk document’, al is het alleen maar, omdat zijn dochter Nelly in het titellied de tweede stem zingt. In zijn eigen compositie Rock Roll bezingt hij zijn jaren in BZN. In Zij is niet meer brengt Keizer een ode aan de jong overleden actrice Frédérique Huydts, met wie hij in Villa Felderhof te gast was. Hij schreef het nummer zelf voor een ‘onvergetelijke vrouw’.

Jan Keizer: ,,Dit album gaat diep, staat heel dicht bij mij. De liedjes gaan eigenlijk allemaal over Jan Keizer en zijn leven. Het nummer Volendam van Jan Boerstoel verwoordt precies mijn gevoel voor mijn dorp: ‘Hier een gouden linker en daar een gouden keel’. Daarin zet hij in één zin onze voetbaltraditie met iemand als Arnold Mühren en de pophistorie met de Cats, BZN, Nick Simon en Jan Smit neer.’’

Jan Keizers liefde voor het Nederlandstalige lied is mede ingegeven door Boudewijn de Groot en Rob de Nijs, die hij ‘pioniers’ noemt. ,,Ik ben altijd een grote fan geweest van die twee. Zij bewijzen nog steeds dat schrijven en zingen in je eigen taal heel natuurlijk en mooi is. Hoe ik zelf in de huidige trend van Nederlandstalig pas? Ik houd van oprechte, eerlijke teksten. Geen opsmuk. Als ik mensen hoor zingen over een ‘blauwe ruis’ (Hit van Bløf uit 2002 – red.) denk ik: ‘Tja, wat moet ik me daar bij voorstellen?’.

We hebben de plaat in Volendam opgenomen, met échte strijkers en drums. Er kwam geen computer aan te pas. We zaten in de Vo-Town- studio, een gezellig hok boven een garage. Ik ging er op de fiets naar toe. Jaap Kwakman van de 3 J’s was de producer, het bleef allemaal lekker dicht in de buurt.

Mijn kinderen zeiden ‘dit is hartstikke mooi pa’. ‘Toch niet omdat ik jullie vader ben hè?’ antwoordde ik toen. Maar ze waren echt enthousiast. Ik denk dat het album voor veel mensen wel verrassend is. Ik zing op een bepaald moment ‘Dan ruik ik op plekken, waar ’t bij een ander stinkt’. Bij de platenmaatschappij zeiden ze: ‘Jan, moet je dat nou wel doen? Dat ben jij niet’. Maar ook dat hoort bij het leven, hè?’’

Bron: Algemeen Dagblad / Arno Gelder

Related Images:

Column: Wie is de Bob?

Bob Dylan heeft nog nooit 1 slecht liedje geschreven. Dat hij er ook meer dan honderd schreef die ik liever niet hoor staat daar los van. Veel van zijn liedjes vind ik niet zo goed omdat de tekst me niet aanspreekt of de melodie me niet bevalt. Dat ik er toevallig niet warm voor loop is vanzelfsprekend geen verstandige reden om een liedje slecht te vinden. Dat jij of ik bijvoorbeeld ongelovig zijn is tenslotte geen grond om de teksten waarin Bob zijn liefde voor God etaleert minder goed te vinden dan die waarin hij wat minder goddelijk geïnspireerd werkt: God of geen God, het rijmt altijd vlekkeloos! Dat we sommige van zijn melodieën niet onthouden kunnen of dat liever niet willen, is ook zonder betekenis. Zijn deuntjes zijn namelijk nooit slordig in elkaar geflanst en er zit altijd wel ergens een knappe vondst in. Zoals gezegd, Bob Dylan schrijft geen slechte liedjes! Alleen met enige regelmaat liedjes die we niet leuk vinden.

Kortzichtige popcritici hebben de gewoonte om over alles wat ze zelf niet mooi vinden te beweren dat het slecht is. Omdat ik in de vorige zin terloops suggereerde dat 9 van de 10 geharde Bob Dylan recensenten kortzichtig zijn, wil ik dat relativeren door te zeggen dat ze ook wel eens gelijk hebben. Maar zelden als het over Bob Dylan gaat vanzelfsprekend. Behalve dat de meeste liedjes van Bob Dylan beter zijn dan zijn meeste optredens hij is namelijk al jaren onafgebroken op tournee en daar is zijn stem niet beter van geworden- is Bob niet iemand die graag handtekeningen uitdeelt. Ik spreek uit eigen ervaring. En die van de drie bovenbazen van zijn platenmaatschappij die naast me stonden en net als ik ook off konden fucken. Interviews geeft Bob spaarzaam en als hij er al een geeft weet hij het zelden op te brengen er eens even goed voor te gaan zitten. Je wordt er meestal niet veel wijzer van, bedoel ik. Hoewel ik moeiteloos een paar artiesten kan noemen die ik hoger waardeer – Elvis, Mozart, John Lennon, is er niet één waar ik zo’n zwak voor heb als voor Dylan.

Daarom werd ik pissig toen van de week een diskjockey zei dat de nieuwste wereldhit van Bob eigenlijk een bar slecht liedje was dat uitsluitend dankzij de remix een meesterwerkje werd. Dove lul, dacht ik, Bob heeft nog nooit 1 slecht liedje geschreven.

Groet,

Henk

Related Images:

Column: Kostelijk

Je moet er niet aan denken, maar ik doe toch maar even. Als over een paar maanden mevrouw Hirsi Ali met kogels doorzeefd zou worden, breken er voor Pauw & Witteman mooie kijkcijfertijden aan. Ik hoor het Witteman al vragen: ‘U vond in de Tweede Kamer beveiliging te duur, denkt u daar eigenlijk nog steeds zo over ?’ Na een gestotterd antwoord vol krokodillentranen en gemeenplaatsen zie ik Pauw vervolgens met zijn gemeenste lachje terloops vragen: ‘Durft u het zelf onder deze omstandigheden aan om straks zonder rijkslijfwachten de begrafenis van mevrouw Ali bij te wonen?’ Alleen Femke Halsema zal niet liegen als ze dan durft te zeggen dat aan haar handen geen druppel bloed kleeft. Wat ze trouwens beter onuitgesproken kan laten als in haar carrièreplanning is opgenomen dat ze ooit burgemeester wil worden van een gemeente met meer dan 666 inwoners.

Mevrouw Halsema lijkt me niet het type om na een moord gelijk politieke zelfmoord te plegen, en dat zou best ook eens kunnen komen omdat ze geen leger communicatieadviseurs kan betalen. Wat die gestudeerde jongens en meisjes adviseren daar kan ik soms met mijn verstand niet helemaal bij. Nadat de nieuwe burgemeester van het stadje waarin ik woon bijvoorbeeld vorige week in een interview met droge ogen beweerde dat geen hond op hem was gaan stemmen omdat ze allemaal eenvoudigweg wilden dat hij zonder gekozen te worden gelijk de troon kon bestijgen, dacht ik een uit carrièregeilheid geboren gelegenheidsargument te horen. Die krijgt van alle meer dan honderd communicatieadviseurs die op de loonlijst van de gemeente Utrecht staan straks flink op zijn donder, dacht ik. Als je communicatiekunde gestudeerd hebt moet je volgens mij namelijk kunnen bedenken dat de ruim honderdduizend stemgerechtigden die van dat recht geen gebruik wilden maken, zich door deze uitspraak zwaar geïnfantiliseerd kunnen voelen. Maar dat beseften die communicatieadviseurs blijkbaar niet, want ze sleepten de verse utrechtse burgemeester naar een stuk of tien andere interviews toe om hem hetzelfde riedeltje af te laten draaien. Om te voorkomen dat mijn burgemeester straks zo intens gehaat wordt dat de noodzaak ontstaat om hem door dure lijfwachten omringd zijn werk te laten doen, belde ik een communicatieadviseur van hem op. Niet thuis! Het kwaad is toch al geschied, dacht ik toen. En anders dan mevrouw Ali hoeft mijn burgemeester zich tenslotte geen moment zorgen te maken om de kosten van zijn beveiliging.

Groet,

Henk

Related Images:

Aleid Wolfsen nieuwe burgemeester Utrecht

De Utrechtse gemeenteraad heeft donderdagochtend besloten om Aleid Wolfsen voor te dragen als nieuwe burgemeester van Utrecht. Woensdag liep het burgemeestersreferendum uit op een fiasco.
Omdat de opkomst met ruim 9 procent ver onder de 30 procent lag, is de volksraadpleging ongeldig verklaard.
De gemeenteraad moest daarom zelf beslissen wie van de twee kandidaten, Aleid Wolfsen of Ralph Pans, wordt voorgedragen als voorkeurskandidaat om burgermeester Annie Brouwer-Korf op te volgen. Aleid Wolfsen haalde bij het referendum 60 procent van de stemmen.
In de gemeenteraad werden dertig stemmen op hem uitgebracht. Pans kreeg twee stemmen en elf raadsleden brachten een blanco stem uit.

Bron: Algemeen Dagblad

Related Images:

Column: Beeldenstorm.

Vanmorgen was mijn keelontsteking al over. Waarvoor ik de uitvinder van de penicilline een standbeeld gun. Wel honderd eigenlijk! En op gemeenschapskosten vanzelfsprekend. Dat is haalbaar als de Nederlandse steden waar ooit vrijwel onuitroeibare epidemieën van -bijvoorbeeld – geslachtsziekten heersten, allemaal een beeld plaatsten. Op het platteland zou er best ook 1 per provincie voorgeschreven kunnen worden. Anders zouden plattelanders zich – en terecht – overgeslagen kunnen voelen. Omdat het vanuit artistiek oogpunt best een aardig idee is om precies dezelfde opdracht aan honderd verschillende Nederlandse kunstenaars te gunnen, lijkt het me voor de minister van cultuur een feest om tegen een beeldhouwer te mogen zeggen : ‘Maakt u gewoon eens een mooi standbeeld van de uitvinder van de penicilline. Het hoeft niet op hem te lijken of zo, maar als het wel op hem lijkt: even grote vrienden! En hier is gelijk al een ruim voorschot om niet op een dubbeltje te hoeven kijken: qua materialen.

O ja!- bijna vergeten zeg – ik vraag deze week aan 99 collega’s van u om ook een penicillinestandbeeld te maken. U moet het dus helemaal zelf weten natuurlijk; maar als ik in uw schoenen stond dan zou ik alles uit mezelf halen wat er in zit. Tenzij u het leuk vindt om straks – nadat alle honderd beelden onthuld zijn – bij Pauw & Witteman de poedelprijs in ontvangst te mogen nemen. Om daarna zes keer door columnisten meedogenloos bespot te worden terwijl tegelijkertijd de betere cabaretiers als vale gieren de reputatie van uw botten af vreten. Ik wil u niet onder druk zetten hoor, begrijp me goed, maar u weet toch ook hoe graag Jack Spijkerman poedelprijzen uitdeelt? Nog even een paar praktische puntjes; over zes maanden moet het echt af zijn en u krijgt vanzelfsprekend uw gebruikelijke tarief plus nog een beetje extra. Maak er wat moois van! Proost!’ Als minister van kunst kun je met dit uit keelpijn geboren plan volgens mij bonuspunten en air-miles ophalen. En niet te vergeten Europese Subsidie. Reken maar dat we wereldwijd toegejuicht zullen worden als gidsland op kunstgebied. Verder haalt de koningin zomaar het Guinness Book of Records als serie- onthulster, en de minister van kunstzaken schrijft geschiedenis op beeldbeleidsgebied. Drie vliegen in een klap. Wat me doet beseffen dat naast de uitvinder van penicilline de bedenker van het elektrische tennisracket waarmee je muggen om zeep helpt ook wel tien standbeelden verdient.

Groet,

Henk

Related Images:

Column: Kiespijn.

‘Beetje vreemde vraag, Henk. Wil jij Wouter Bos en het hoofdbestuur van de PvdA onder ede beloven dat je nooit in je hele leven zult solliciteren naar het burgemeesterschap van Utrecht? Als jij dat niet doet is namelijk de fusie tussen de PvdA en Leefbaar Utrecht definitief van de baan,’ zei de fractievoorzitter van de stadspartij. Drie jaar later kwam mijn kans. Ik mocht, ondertussen was ik partijloos, op sollicitatiegesprek bij de Commissaris van de Koningin komen. Ter plekke kreeg ik te horen dat ik met vlag en wimpel geslaagd was voor mijn mondeling. Een week later kreeg ik een briefje waarin stond dat ik bij nader inzien toch gezakt was. De laatste vier overgebleven burgemeesterkandidaten waren alle vier lid van de PvdA.

Pas kreeg ik een stembiljet en een briefkaartje. Op de ene kant van dat kaartje staat: ‘Wij zijn Aleid Wolfsen en Ralph Pans en we willen allebei uw burgemeester worden. We hebben allebei goede papieren want we zijn allebei bruggenbouwers en willen allebei Utrecht op de kaart zetten. U mag een van ons kiezen!’ Omdat de Utrechtse bruggen uitstekend onderhouden zijn en Utrecht op elke landkaart staat, was ik blij dat ik mijn keus kon bepalen op basis van de voorkant van het briefkaartje. Daar staan hun foto’s op. De ene burgemeesterskandidaat draagt een grijs pak met een lichtroze overhemd en een stropdas met diagonale strepen. De andere burgemeesterskandidaat draagt dezelfde outfit, maar het streepje op de das is wel iets dunner. De een draagt een bril – dat schept gelijk een band. De andere kandidaat heeft nogal prominente oren, wat net zo ‘n grote band schept. Die met de grote oren heeft daarin opgevangen dat dit voorgekookte referendum een democratische schaamlap is, en wil dat het hele sollicitatiecircus over wordt gedaan. De gemeenteraad heeft daar geen oren naar en dat vindt hij ook prima. Komt straks minder dan dertig procent van de kiezers stemmen dan wordt het referendum ongeldig verklaard en benoemt de gemeenteraad een van de twee.

Beide kandidaten willen ook dolgraag benoemd als de kiezers ze niet willen. Vanmorgen viel de gemeenschappelijk wervingsfolder in de bus. De ene kandidaat belooft daarin dat hij de eerste drie maanden na zijn benoeming kennis gaat maken met de stadsbewoners. De ander belooft dat hij in zijn eerst drie maanden de stadsbewoners kennis met hem laat maken. Zelfs referendumliefhebbers lopen niet warm voor dit referendum. Gek Hè!

Groet,

Henk

Related Images:

Column: De Maïzena Factor

Het vliegtuig landde drie uur later dan gepland, de Schipholse hamburgerwinkel bleek al dicht te zijn, en de vriend die me op zou halen kwam niet opdagen. Thuis viel ik met een slecht humeur gelukkig direct met mijn neus in de televisieboter ; Geert sprak in de Tweede Kamer. Wat hij precies formuleerde staat me niet meer precies bij, maar ik begreep dat hij het niet zo op heeft met boosaardige Mohammedanen. En ook met gewone niet zo. En hij heeft ook helemaal niks met alle niet Mohammedanen die in de Nederlandse regering zitten.

Ik wilde dus maar doorzappen naar een voetbalwedstrijd maar mijn zapvinger bleek de kluts kwijt te zijn zodat ik ineens naar het hetzelfde politieke debat keek, maar dan zonder geluid. Een verademing! Ik ben zowat in staat om over die vent heen te kosten, zag ik Femke Halsema denken. Mark Rutte trok zijn mondje rond zodat het sprekend leek op het aarsgat van een geschoren koningspoedel. Ik zag aan zijn wangvorm dat hij in staat was er iets uit te flappen dat radicaal in strijd zou wezen met de liberale opvattingen over standrechtelijke executies. De ogen van Minister Bos zochten de ogen van de ministers naast hem om te peilen of de Wildershaat die er uit sprak net zo groot was als bij hem. En Premier Balkenende zei iets tegen Geert – ik kan geen liplezen – met een gezicht waardoor ik zelf gelijk dacht: Die Jan Peter staat nu op het punt om alle lijfwachten van Wilders ter plekke weg te bezuinigen. Op de radio hoorde ik even later woordvoerders van alle politiek partijen met verschillende woorden precies hetzelfde verhaal vertellen: Wilders verdeelt de samenleving terwijl een fatsoenlijk politicus juist het tegenovergestelde zou moeten willen. Hem ontbreekt de politieke maïzena- factor, zal ik maar zeggen. Nou mag je over Wilders zeggen wat je wilt – hij is tenslotte zelf ook een pleitbezorger van het recht op vrije meningsuiting – maar als er nou eentje is die het Nederlandse volk weet te binden, dan is hij het wel. Zelfs onze vorstin zou misschien op bindgebied nog iets van hem kunnen leren. Om het eens met een variant op de legendarische reclameslogan van Popla toiletpapier te zeggen: Christen, Heiden, Liberaal! Geert haten ze allemaal! En hou maar eens vol dat een gezamenlijk intense afkeer mensen van alle kleuren, geslachten en opvattingen niet een klein beetje dichter bij elkaar brengt?

Groet,

Henk

Related Images: